ERWIN MORTIER VERTAALDE BETWEEN THE ACTS VAN VIRGINIA WOOLF: ‘Woolf probeerde haar mentale demonen te overstijgen met artistieke wapens’

Virginia Woolf

In 2012 plukte schrijver Erwin Mortier de postuum verschenen roman Between the Acts van Virginia Woolf vantussen de plooien van de geschiedenis om het te vertalen naar het Nederlands – iets wat tot dan nooit gebeurd was. De schrijfster blijkt een grote invloed te hebben gehad op Mortier. “Dat de Bloomsburygroep nadacht over genderkwesties en de problematiek van homoseksualiteit, was voor ons, jonge snaken, een referentiepunt om uit te zoeken hoe we konden liefhebben buiten de platgetreden paden.”

‘De fysieke verschijning van Virginia Woolf is niet meer onder ons, maar haar niet te imiteren stem blijft spreken tot generaties die nog geboren moeten worden’, schreef een bedroefde literatuurrecensente op 5 oktober 1941 in de boekenbijlage van The New York Times. Wat een bespreking moest worden van het postuum verschenen Between the Acts resulteerde in een vooruitziend eerbetoon aan Woolfs nalatenschap.

In maart van datzelfde jaar had de toen 59-jarige Virginia Woolf het manuscript waar ze twee jaar aan had gewerkt, aan haar man Leonard toevertrouwd. Rond die tijd voelde Virginia, die al sinds haar jeugd werd geplaagd door mentale demonen, dat de donkere wolken opnieuw samentrokken in haar hoofd. In de overtuiging dat het leven niet langer houdbaar was schreef ze een afscheidsbrief, trok ze de deur van Monk’s House in Rodnell achter zich dicht, en wandelde ze met stenen in haar jaszakken de rivier de Ouse in. Haar lichaam werd pas twintig dagen later gevonden. Was het de dreiging van de oorlog? Was het de pijn van het loslaten van een creatie? Of was het wat zij haar waanzin noemde, de stemmen in haar hoofd die opnieuw van zich lieten horen?

Hoe dan ook, Woolfs stem resoneert, zoals de recensente had voorspeld, nog steeds. De thema’s waar ze het over had, van feministische en gendervraagstukken tot het pacifisme waar ze voor stond, zijn nog steeds actueel. Haar werk en haar stijl, en zeker de ‘stream of consciousness’ waar ze graag mee speelde, inspireerde menig schrijver. Ook Erwin Mortier is een groot bewonderaar en kenner van het oeuvre van Virginia Woolf.

‘Ik heb verschillende Woolffases doorlopen. Orlando was het eerste wat ik ooit van haar las’

Erwin Mortier: ‘Ik leerde het werk van Woolf kennen rond mijn zestiende, zeventiende. Ik las en herlas, in het Engels, nadien ook de vertalingen. Omdat ik van Between the Acts geen vertaling vond, ging ik bij wijze van vingeroefening zelf aan de slag. Ik noemde het mijn zondagswerk. Tot ik het mijn uitgever liet lezen, die het graag wilde publiceren.’

Hoe het komt dat dit boek nooit eerder is vertaald?

Dat vraag ik me ook af. Wat zeker speelt, is dat het tijdens de oorlog verscheen. Allicht bereikte het daarom minder makkelijk de andere kant van het Kanaal. Na de oorlog raakte het vergeten. De perceptie is ook dat het een onvoltooide roman is. Onterecht. Misschien had ze bij een laatste lezing nog wat dingen opgeschoond, maar Between the Acts is een voldragen roman. Een Woolf pur sang, met die typische geestigheid en scherpzinnigheid van haar, intelligent geconstrueerd, vol puntige psychologische en altijd suggestieve typeringen. Schitterend is dat er geen plot of intrige is. Het is bijna een luisterspel. Alsof ze daar werkelijk rondloopt, van alles hoort en ’s avonds weer naar huis gaat. Als schrijver moet je een en ander in huis hebben om structuur te kunnen brengen in zo’n tekst. Daar slaagt ze wonderwel in, wat iets zegt over het formaat van schrijfster dat ze was.

Wat is uw relatie met Virginia Woolf?

Ik heb verschillende Woolffases doorlopen. Orlando was het eerste wat ik ooit van haar las. Mijn echtgenoot Lieven (Vandenhaute, red.) en ik zijn fervente anglofielen. In het begin van de jaren negentig reisden we twee keer per zomer naar Engeland om er landhuizen te bezoeken. We deden dat met een fanatisme waar ik nu van sta te kijken, we zagen er zo’n zes per dag. Als je ’s avonds je ogen sloot wemelden de deurposten, portieken en stijlen door elkaar. Tijdens een van die reizen zagen we een wegwijzer. Sissinghurst. We stopten er. Na een uur rondwandelen had ik het gevoel dat ik die plek kende, wat onmogelijk was. Tot ik me realiseerde dat Vita Sackville-West, de minnares van Woolf, daar had gewoond en ik erover had gelezen in Orlando.

Toen hebben we een bijna manische Bloomsburyperiode beleefd, we lazen alles wat erover te lezen viel. Het feit dat die groep nadacht over genderkwesties en de problematiek van homoseksualiteit, was voor ons, jonge snaken, een referentiepunt om uit te zoeken hoe we ons leven konden uitbouwen, hoe we konden liefhebben buiten de platgetreden paden.

Ze had een grote invloed op u.

Ja, zoals goede kunst altijd een invloed heeft. Met ouder worden en het leven dat zichzelf uitwijst is die verhouding wel veranderd. Als schrijver zie ik nu meer de kunstenaar die ze was. Wat me vroeger aansprak uit onzekerheid over het leven is er nog, maar mijn beeld van haar is zuiverder en doordachter geworden. Wat ze bijvoorbeeld zegt over literatuur, dat boeken een ondeelbare uitdrukking van een brok leven moeten zijn, vind ik ook.

Het mooie aan Woolf is dat ze analytisch en belezen was maar ook ruimte liet voor dat intuïtieve proces dat schrijven is. Het besef dat er veel meer met je meeschrijft dan die twee bewust denkende voorhoofdslobben is een aspect dat ik mis in de academische studies over literatuur. Alsof een boek iets is wat je stap voor stap en puur cognitief maakt. Dat is niet zo, een schrijver neemt 10.000 beslissingen in een seconde. Dat makende van het schrijven, daar was ze zelf ook erg mee bezig.

‘Het mooie aan Woolf is dat ze analytisch en belezen was maar ook ruimte liet voor dat intuïtieve proces dat schrijven is’

U bent ook opiniemaker, net als Woolf, die sociaal geëngageerde opiniestukken en essays publiceerde in de kranten.

Woolf vond dat de politiek en de kunst twee verschillende domeinen zijn die raakpunten vertonen. Maar er kunnen momenten zijn, zei ze, dat we als kunstenaar expliciet politiek moeten of mogen zijn. Ik deel dat standpunt. Een kunstenaar moet niet alleen naar de dingen kijken maar er ook mee interageren, ze opslorpen en teruggeven. Literatuur geeft met bakken terug wat ze met druppels opzuigt. Maar als ik opinieer, ben ik me ervan bewust dat de zuiverste en meest complete weg en manier om me uit te drukken altijd proza en poëzie zal zijn.

U werkte als wetenschappelijk medewerker in het museum Dr. Guislain in Gent, u weet veel over de geschiedenis van de psychiatrie. Van Virginia Woolf zegt men dat ze een bipolaire stoornis had. Was dat ook zo?

Eigenlijk weten we niet zeker wat Woolf precies had. Men zegt inderdaad bipolair, maar als men over tien jaar andere ziektebeelden formuleert, had ze misschien iets anders. Er was in elk geval iets aan de hand. In haar dagboeken schreef ze over de momenten dat het weer ‘begon’. Recent kwam nog naar boven dat ze in haar jeugdjaren door één, misschien wel twee van haar halfbroers seksueel misbruikt zou zijn.

Als je alle elementen samen legt, kun je ervan uitgaan dat er een trauma was. Het interessantste aan die kwestie is dat haar werk op dat vlak een vorm van overleven was, een poging om wat ze had met artistieke wapens te overstijgen. Al stond ze ook erg ambigu tegenover haar aandoening. Enerzijds deprimeerde het haar, anderzijds vond ze dat haar zintuigen scherper stonden tijdens die manische periodes, dat ze alles directer ervoer.

‘Voor Virginia Woolf en haar zus was de Bloomsburygroep een manier om los te komen van het strenge victoriaanse milieu, waar een vrouw een soort bloempot was’

De Bloomsburygroep wilde het formele van het victoriaanse tijdperk verwerpen. Men liet de verstikkende traditie achterwege, experimenteerde met andere relatievormen. Was dat zo zaligmakend als wordt beweerd?

Toen men tijdens de flowerpower de Bloomsburygroep opnieuw ontdekte, werd het voorgesteld als de arcade waaronder ‘Make love, not war’ begon. Gelukkig gingen andere biografen later ook eens áchter het behang pulken. Naarmate er meer en meer archieven van de betrokkenen opdoken, ontstond er een realistischer beeld van die groepering. Het was er inderdaad niet altijd koek en ei. Maar het was ook geen hel.

Voor Virginia Woolf en haar zus was de Bloomsburygroep een manier om los te komen van het strenge victoriaanse milieu, waar een vrouw een soort bloempot was. Het was een vrijhaven waar ze voluit konden praten en denken, waar geen taboes leefden. Ook hun mannelijke vrienden hebben zich proberen te ontworstelen aan de moraal van die tijd. Interessant was hun idee dat genderrollen niet eeuwig en vaststaand waren.

Ze onderzochten in de praktijk wat mannelijkheid en vrouwelijkheid konden betekenen, experimenteerden daarmee. De Bloomsburygroep was een laboratorium waar wellicht af en toe wat flessen zijn ontploft, ja. Maar de relaties binnen Bloomsbury die het dichtst de idealen van de leden benaderden, werkten vooral omdat er een seksuele discrepantie was. Vanessa Bell, de zus van Virginia, was gehuwd met Clive Bell, en ze leefde ook samen met Duncan Grant. Maar Grant was een homoseksueel die gewoon weleens graag in de armen van een vrouw lag.

Het ligt vandaag gevoelig, maar het is moeilijk om in de actualiteit geen gelijkenissen te zien met al dan niet vreedzame verschijnselen uit de vooroorlogse periode van de Bloomsburygroep.

Dat is zo. Hoewel er in de jaren dertig geen blauwdruk klaarlag die zei dat beweging A tot beweging B zou leiden, en Hitler, Mussolini en alle andere fascistoïde of zwaar collectieve dictatoriale strekkingen niet door een bedrijfsplan in gang zijn gezet, kun je niet ontkennen dat er overeenkomsten zijn tussen toen en nu.

Als je ziet dat er in Griekenland fascistoïde groeperingen opstaan die knokploegen inzetten om buitenlanders letterlijk in elkaar te slaan of hun winkels te plunderen, dan moet je zo eerlijk durven te zijn om die parallellen te trekken. We moeten daar op blijven wijzen en er onze bezorgdheid over blijven uitdrukken. Als dat niet mag, dan kunnen we de historiografie gewoon opdoeken.

‘Het belangrijkste wat een schrijver kan doen is die complexiteit voelbaar maken’

Dezelfde oorlog die de achtergrond voor Between the Acts vormt, kleurt ook uw werk. In uw debuut Marcel al zien we dat wat door Virginia Woolf stroomde, eigenlijk ook door u stroomt.

Heel tastbaar zelfs, in die zin dat je van het geklets van de mensen die over de vloer van de naaikamer van mijn grootmoeder kwamen zo een woolfiaans luisterspel kon maken over hoe de grote tragedies en de kleine dingen allemaal met elkaar verweven zijn. Als kind realiseer je je niet hoe dicht dat verleden is. Ik ben geboren in 1965. Maar een groot deel van de mensen door wie ik was omringd in mijn kinderjaren waren getekend en gevormd door die oorlog. De man van het hulpje van mijn grootmoeder, bijvoorbeeld, had de slachting in Meigem overleefd. Dat verhaal keerde keer op keer terug.

Mijn grootouders waren twintigers toen ze in de collaboratie terechtkwamen. Pas als je ouder wordt, realiseer je je hoe jong die mensen waren op het moment dat ze keuzes maakten die hen voor de rest van hun leven hebben getekend. Op je twintigste ben je nog een kind, wat de tragiek voor hen nog groter maakt. Al blijft het oordeel van de geschiedenis absoluut, het verhaal krijgt meer ziel als je leert welke banaliteiten tot hun keuzes leidden. Het belangrijkste wat een schrijver kan doen is die complexiteit voelbaar maken. Ook dat is wat een schrijfster als Woolf me bijbrengt.

Virginia Woolf, Tussen de bedrijven, De Bezige Bij, 224 p., 18,90 euro. Vertaling: Erwin Mortier.

Dit artikel verscheen eerder in De Morgen van 24 april 2013.