Wetenschapsjournaliste Asha ten Broeke: ‘Mannen en vrouwen verschillen helemaal niet zoveel van elkaar, het is onze cultuur die een zware stempel drukt op hoe we ons gedragen’

Denkt u ook dat vrouwen zorgzamer zijn dan mannen? Daar klopt niets van, zegt journaliste Asha ten Broeke. ‘Wetenschappelijk onderzoek spreekt dat denkbeeld tegen. Dat we het denken, is eerder een culturele hardnekkigheid dan een natuurlijke.’ In Het idee M/V ontmaskert ze onwaarheden over het verschil tussen mannen en vrouwen.

‘De man is rationeel, de vrouw intuïtief’, concludeerden onlangs drie Australische wetenschappers. Denkt u ook: ‘Ja, dat wist ik wel?’. Asha Ten Broeke nam het bewuste onderzoek onder de loep. Mannen geven zichzelf gemiddeld vier op vijf in rationaliteit, en vrouwen geven zichzelf een 3,9. Op intuïtie werd dat 3,1 op 5 (mannen) en 3,4 (vrouwen). Niet bepaald een enorme seksekloof, stelt ze.

Het illustreert hoe wetenschappelijke onderzoeksresultaten vaak zo fout worden geïnterpreteerd dat ze leiden tot mythevorming. Het is maar één van de wetenschappelijke onderzoeken die volgens Ten Broeke aantonen dat de verschillen tussen de geslachten groter worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Onderzoek toont net aan dat de verschillen tussen de twee seksen kleiner zijn dan die tussen individuën. Volgens haar had de kop van het onderzoek dan ook moeten zijn: ‘Mannen en vrouwen zijn nagenoeg even rationeel’.

Over het feit dat mannen en vrouwen biologisch en psychologisch niet zoveel van elkaar verschillen als wordt aangenomen, zijn al uitvoerige werken geschreven. Maar die bereiken het grote publiek amper. Alsof we liever de mythe van het Grote Verschil geloven. Hoe komt dat toch, vraagt Ten Broeke zich af in haar boek Het idee M/V. Omdat cultuur hardnekkiger is dan natuur, is haar basisconclusie.

‘Genderwetenschap belangt net zo goed mannen aan als vrouwen. Vrouwen hebben recht op werk, mannen hebben recht op zorg’

Een en ander is volgens Ten Broeke te wijten aan een theorie binnen de evolutionaire biologie en psychologie, die beweert dat de hersenen van mannen en vrouwen verschillen sinds de oertijd. Dat idee is intussen zo in zwang dat iedereen het voor waarheid aanneemt. Mannen jagen (willen seks, liegen, …) en vrouwen verzamelen (shoppen, willen liefde, kunnen niet kaartlezen, …) omdat hun brein daartoe (niet) is uitgerust. We denken dat ons gedrag genetisch geconditioneerd is. In de wetenschap noemt men die mythes soundbite science, een term die gelanceerd werd door de Britse Deborah Cameron, die ermee verwijst naar sociale vooroordelen van vandaag die op de prehistorie worden geprojecteerd en tot tijdloze waarheden worden gebombardeerd.

Wie daar rijk van zijn geworden, zijn onder meer auteurs als John Gray (Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus) en het echtpaar Barbara en Allan Pease (Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen). Zij nemen dat biologisch determinisme niet alleen voor waarheid aan, ze hangen er ook een gedragscode aan op over hoe mannen en vrouwen beter met elkaar moeten omgaan. Van ‘zeur niet aan zijn hoofd, hij concentreert zich op zijn prooi’ tot ‘laat haar haar middagje met haar vriendinnen shoppen, want dat voelt als verzamelen’.

In haar boek wijdt Ten Broeke niet erg veel pagina’s aan ons zogezegde oerbrein. Wel weerlegt ze opgewekt en aan de hand van tal van wetenschappelijke onderzoeken bepaalde dogma’s, toont ze aan dat ons brein flexibel is, en dat het verschil tussen de seksen en de onderdrukking van de vrouw pas ontstaan zijn toen de nomadische jager-verzamelaars zich gingen vestigen als landbouwers. (De korte uitleg is, voor de kant van de vrouwen dan, dat er meer voedsel was, waardoor vrouwen hun kinderen minder lang zoogden en dus vaker zwanger werden en bijgevolg niet meer in staat waren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Aan de kant van de mannen ontstond er iets als een hiërarchie op basis van bezit en macht over voedsel. En bij uitbreiding over vrouwen. Omdat het het voortbestaan van de soort garandeert.)

‘Vrouwen gaan net zo goed voor status en macht’

Een uitgebreid hoofdstuk lang heeft u het over epigenetica, een vrij nieuwe tak binnen de genetica, die onderzoekt hoe genen nu eigenlijk functioneren. Waarom?

Asha Ten Broeke: Een van de belangrijkste recente ontdekkingen in de biologie is dat genen geen knopjes die definitief in- of uitgedrukt worden bij de ontwikkeling van een embryo. Wel worden ze onder meer geactiveerd door de interactie met de omgeving waarin je leeft, door de manier waarop je wordt opgevoed, en dat een heel leven lang. Ook de plasticiteit van de hersenen is veranderlijk, zelfs tot op hoge leeftijd. Dat het menselijk brein bovenal flexibel is, is een vrij recente conclusie die een aantal zaken in een nieuw daglicht stelt, zoals de verschillen tussen mannen en vrouwen. Je leest in wetenschappelijke publicaties steeds vaker dat de dingen niet zo vastliggen als men in de jaren negentig dacht. Uiteraard is wat een babybrein de eerste jaren leert ontzettend belangrijk, maar als het iets niet heeft geleerd of de omstandigheden veranderen, is dat zeker niet onherroepelijk. En gedrag al helemaal niet.

U hebt een groot aantal onderzoeken opnieuw uitgeplozen, waarbij tal van misverstanden over mannen en vrouwen naar boven zijn gekomen. Wat waren voor u de meest opvallende?

Wat mij het meest intrigeert, is hoe weinig bewijs er is voor de aanname dat vrouwen zorgzamer zijn dan mannen. Toen ik zwanger was van mijn dochter, kreeg ik vaak de vraag of ik dan ook deeltijds zou gaan werken, ‘want een kind heeft toch zijn moeder nodig’. Nochtans is er wetenschappelijk geen enkele aanwijzing dat mama het beter doet dan papa. Een hele mooie eye-opener vond ik het feit dat een zwangere vrouw allerlei hormonale veranderingen doorloopt, die aantoonbaar gespiegeld worden door de man. De vader maakt dus dezelfde, weliswaar minder heftige hormonale fluctuaties mee die hem tegelijkertijd ook voorbereiden op het ouderschap. Dat is uiteraard een evolutionair mechanisme, dat kan niet anders. Het is een elegante manier van de natuur om een man voor te bereiden op het vaderschap. Sneu dus dat een man niet net zoveel ouderschapsverlof kan opnemen als hij vader wordt, want hij is er ook wel aan toe. Waarmee ik maar wil zeggen dat genderwetenschap net zo goed mannen aanbelangt als vrouwen. Vrouwen hebben recht op werk, mannen hebben recht op zorg.

‘Er is wetenschappelijk geen enkele aanwijzing dat mama het beter doet dan papa’

Treffend was het onderzoek dat aantoonde dat het hormoon testosteron eerder sociaal maakt dan agressief. Maar de vrouwelijke proefpersonen die dáchten dat ze testosteron toegediend hadden gekregen, gedroegen zich opmerkelijk agressiever dan de vrouwen die echt onder invloed van testosteron stonden.

Vooral het idee van testosteron maakt agressief. Dat is het vooroordeel dat we erover hebben. Het is pure self-fulfilling prophecy.

Ook een mooie is uw conclusie dat de mens niet zozeer gedreven wordt door biologie als wel door psychologie. Hij is een sociaal beest dat gedreven wordt door het kunnen uitoefenen van invloed en status.

Dat blijkt uit veel onderzoeken. Nu, die drijfveer is wél biologisch, hoor, dat streven zit in de menselijke aard. Maar heel lang heeft men gedacht dat dit streven was voorbehouden voor mannen, omdat die in de groep status konden verwerven als ze een goede vrouw hadden. Intussen blijkt dat vrouwen net zo goed voor status en macht gaan. Het is dus eigenlijk meer een algemene menselijke drijfveer dan een mannelijke. We willen allemaal gelukkig zijn, en we willen allemaal invloed hebben. Dat wilde ik toch benadrukken.

Een aantal wetenschappelijke feiten worden ook wel eens als argument gebruikt om een bepaalde ideologische of sociaal wenselijke levenskeuze door te drukken. Ik denk bijvoorbeeld aan de aanname dat borstvoeding beter zou zijn voor een kind.

Ik vind weinig wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat borstvoeding beduidend beter is dan flesvoeding. Dat is ook heel moeilijk te onderzoeken, natuurlijk. Wat ik wel weet, is dat moeders uit de midden- of hogere klasse vaker voor borstvoeding kiezen dan moeders uit de lagere sociale klasse. En dat beïnvloedt de resultaten enorm. Dat is al jarenlang het grote probleem van dit onderzoek. De World Health Organisation adviseert vrouwen wel om borstvoeding te geven, maar dat advies is voornamelijk gericht op vrouwen uit de Derde Wereld. Daar is flesvoeding of water van slechte kwaliteit, dus borstvoeding is er echt wel de beste oplossing. Maar bij ons heb je dat probleem niet, wat het verschil tussen de twee al snel heel erg klein maakt. Het zou hier dus geen argument mogen zijn om vrouwen te pushen tot borstvoeding geven, zoals dat hier wel degelijk gebeurt door de borstvoedingsbeweging. De vrije keuze van de moeder is belangrijk. Als je het niet wil of denkt dat je het niet kunt, moet je het gewoon niet doen.

‘De effecten van borstvoeding zijn moeilijk te onderzoeken omdat de resultaten worden beïnvloed door de sociale klasse van de moeder’

U toont aan dat evolutie progressief is. Een groep levende wezens kan zo snel evolueren dat binnen één generatie bepaalde gedragingen al ingrijpend veranderen. Is het biologisch determinisme dan gewoon een interpretatie van een groep reactionairen?

Op een bepaalde manier wel. De theorieën van John Gray en Barbara en Allan Pease gaan over ouderwetse normen en waarden die vooral sinds de jaren vijftig erg belangrijk zijn geworden. Zoals je altijd ziet in een samenleving heb je reacties en tegenreacties. De theorie van John Gray was volgens mij een tegenreactie tegen de feministische beweging die opkwam in de jaren zeventig en tachtig. Nu zie je dat wereldwijd een aantal wetenschappers en journalisten luidop gaan twijfelen aan die theorie, die stellen dat de mens net gemaakt is om zich aan te passen. Dat is op zich een apolitiek idee, het zegt niet wat goed is en wat niet. Het zegt wel dat er niet iets is als nature óf nurture, natuur óf cultuur. Er is enkel een interactie tussen die twee. Sinds de Tweede Wereldoorlog is dit de eerste keer dat een stroming binnen de genderwetenschap zich niet linkt aan een of ander hoger doel dat zegt hoe mannen of vrouwen zich moeten gedragen. We kunnen alle kanten op met ons gedrag, en misschien moeten we die diversiteit en flexibiliteit net omarmen.

Tot slot: nu we dit allemaal weten, lijkt het wegwerken van vooroordelen, discriminatie en misverstanden toch maar een fluitje van een cent.

Toch niet. Mannen en vrouwen verschillen helemaal niet zoveel van elkaar en kunnen heel veel dezelfde dingen, dat toont het onderzoek aan. Maar anderzijds zien we ook dat cultuur een zware stempel drukt op wie we zijn en hoe we op bepaalde zaken reageren. We leren zaken aan, die vervolgens een deel worden van onze hersenbedrading. Ik ben dus gematigd positief, want je kunt je bedrading wel herleggen, maar dat is zeker niet zomaar op één-twee-drie gepiept. Kennis is belangrijk, net als zelfonderzoek. Onbewuste vooroordelen lijken vaak op intuïtie, dus het is een kwestie van vaak bij jezelf te rade te gaan en je af te vragen waarom je die dingen nu eigenlijk denkt.

Het idee M/V van Asha ten Broeke wordt uitgegeven bij Maven Publishing. Meer wetenschappelijke feiten over mannen en vrouwen leest u op haar blog: http://ashatenbroeke.nl/category/blog/

Dit artikel verscheen in De Morgen van 11 september 2010.