Schrijfster Saskia de Coster: ‘Obsessies, daar heb ik een hele kamer vol van’

In Wij en ik ontrafelt schrijfster Saskia de Coster hoe geheimen over generaties heen kruipen en een familie langzaam tot de rand van de waanzin brengen. Maar: ‘Ook uit een neurose kun je trots halen.’

Saskia de Coster ©Johan Jacobs
Saskia de Coster ©Johan Jacobs

Een ingetogen schrijfster kun je haar niet noemen. Ze klinkt boos, noch melancholisch. Als iets Saskia de Coster (36) typeert, dan wel dat ze zich onnoemelijk vrolijk kan maken over de absurditeit van het leven. Maar kom je in de buurt van haar eigen levensverhaal, dan bedekt haar lach evenveel als hij onthult. ‘Je familie maak je zelf’, zegt ze, als ons gesprek tegen het einde loopt. ‘Ik heb er nu al zes gemaakt. Mijn boeken. Op zondag zet ik die in de zetel. Dan drinken we koffie en eten we taart.’

Hoe je familieverhaal je kan verstikken, dat is de rode draad die door Wij en ik loopt. We stappen in het leven van Stefaan en Mieke op de dag dat hun dochter Sarah wordt geboren. Het is 1980 en de toekomst lacht hen toe. Hij is een boerenzoon die geneeskunde studeerde en een kaderfunctie heeft in een farmaceutisch bedrijf. Zij is een rijk geboren meisje dat huismoeder wordt om hun dochter op te voeden. Ze wonen in een bosrijke en dure verkaveling op een heuvel. Hij fietst veel, zij kamt tapijten als ze nerveus is. Maar hoe goed ze hun leven ook plannen en proberen in te vullen, toch sluimert er van in het begin een pijnlijk geheim dat groter wordt naarmate er ostentatief niet over wordt gesproken. Een verhaal uit het verleden haalt hen traag maar zeker in, valt als een dik geweven deken op hen en versmacht en verplettert hen langzaam. Uiteindelijk zal dit oude onheil het lot van alledrie bepalen.

Saskia de Coster: Ik wilde een groot episch verhaal vertellen dat zich tussen de jaren tachtig en vandaag afspeelt, een familiekroniek die over een paar generaties loopt. Als je zo’n tranche de vie maakt waar mensen in hun totaliteit worden neergezet, dan komt de vraag: ‘Wat vormt ons?’. Onze relaties, zeker, maar ons leven wordt ook bepaald door wat wordt doorgegeven. Genen. Gedragspatronen. Wat het naturalisme vroeger beschreef met race, milieu, moment. Je ras, je milieu en de tijdgeest determineren voor een groot stuk je leven.

Zowel het boeren- als het rijke milieu lijken vooral taboes door te geven aan hun kinderen.

De Coster: Gewoonten in een familie kunnen, hoe onzinnig ook, erg sterk zijn. Sommige tradities en rituelen vertellen een verhaal en dat is magnifiek. Maar soms weet men niet waar een traditie vandaan komt. Zo is er het verhaal van de moeder die, telkens als ze vlees bakt, er een stukje afsnijdt. Op de vraag van haar dochter waarom ze dat doet, antwoordt zij: ‘Mijn moeder deed dat ook.’ Dus vraagt de dochter het aan de grootmoeder. Wat zegt zij? ‘Omdat mijn pan altijd te klein was.’ Zelfs absurde zaken worden doorgegeven.

In de familie van het hoofdpersonage Stefaan mag niet gesproken worden over de foto van zijn overleden broertje. Hij verwijt zijn moeder dat ze te zwijgzaam is, waardoor hij tegen haar ook niets wezenlijks zegt. Maar door die pijnlijke onderwerpen uit de weg te gaan, worden de bogen errond altijd maar groter. Hoe doorbreek je zoiets?

Eigenlijk stel je voortdurend de vraag: wat is erfelijk?

De Coster: Genen, maar ook angst en pijn zetten zich vast in het systeem en worden doorgegeven. Mensen houden die pijn vaak uit respect in stand. Een klein kind voelt aan dat ergens een enorm verdriet achter zit. Het taboe wordt een muur om dat verdriet in te dijken. Dat prik je niet gemakkelijk door. Scheuren worden al snel dicht geplamuurd. Op den duur krijg je dan angst voor de angst. De vraag is hoe groot zo’n sneeuwbal kan worden. Dat grillige van patronen, de vraag wanneer die plots boven komen drijven en of je eraan kunt ontsnappen, dat is wat me intrigeert.

Centraal staat het menselijke onvermogen om te ontsnappen aan wat is voorbestemd.

De Coster: Onvermogen zou ik het niet noemen. Mensen kunnen veranderen. Ik geloof sterk in individualiteit. Ik ben bang voor grote massa’s, die hebben iets oncontroleerbaar. Wie zich voortdurend richt op wat anderen doen, staat nergens. Als individu kun je jezelf modelleren. In Wij en ik komen gruwelijkheden voor, men maakt radicale keuzes. Maar toch blijft men ploeteren. Het gaat over hoe inventief je bent en flexibel je geest kan zijn als je met iets verschrikkelijks wordt geconfronteerd.

Over absurditeiten gesproken. Stefaans neurotische echtgenote Mieke kamt haar tapijten als ze nerveus is. Wie doet dat nu?

De Coster: (lacht) Ik kan onmogelijk alle autobiografische elementen in dit verhaal duiden, maar laat ons zeggen dat het milieu van mijn personages mij vertrouwd is. Ik heb niet moeten worstelen om hen te creëren. Mieke was gemakkelijk omdat ik dat duidelijke conservatieve wereldbeeld van haar erg goed ken. Stefaan is een mossel die zich aan van alles probeert vast te klampen, terwijl Mieke een logica en een rechtvaardigheidsprincipe hanteert dat ze op alles wat in haar leven gebeurt doet passen, ook al moet ze dat principe tot het uiterste rekken.

‘Kinderen gooien ook nog liever een taart in de vuilnisbak dan dat die oneerlijk wordt verdeeld’

Mieke is ook de verpersoonlijking van de rechtse denktrant van de bourgeoisie.

De Coster: Is het niet fascinerend om te zien waar links-rechtsdenken vandaan komt? Is het niet logisch dat mensen die in een dure verkaveling bovenop een heuvel wonen rechts zijn? Of dat kunstenaars links zijn? Je ideologie is uiteindelijk een projectie van je eigen mindset en belangen. Wie minder heeft wil natuurlijk graag dat de pot beter wordt verdeeld. Kinderen gooien ook nog liever een taart in de vuilnisbak dan dat die oneerlijk wordt verdeeld.

In de Vlaamse literatuur verscheen al zoveel over het arbeidersmilieu, de marginaliteit, de middenstand en de schoolmeesters. Door dat rijke milieu te beschrijven, wil ik een en ander scherp stellen. Als een van Miekes vriendinnen communistisch wordt, ontspint zich een ideologische discussie. Tot ze op een roddel over een buurvrouw belanden. Alle ideologieën worden meteen aan de kant geschoven, want daar is een verhaal. Dat is wat mensen eigenlijk willen, hun eigen verhaal maken en delen. Dat is wat hen bindt. Ook al klopt het niet helemaal, ze zullen er alles aan doen om het te rechtvaardigen. Zelfs mensen die een futloos leven hebben gehad met een behoorlijke pak miserie, zeggen op het einde dat ze het allemaal opnieuw zouden doen. Waarom?, vraag ik me dan af. Omdat er niets overblijft als ze het niet verdedigen.

Het verhaal heeft ook een hoog Desperate Housewives-gehalte. Het gaat over een vrouw die thuisblijft om voor haar gezin te zorgen, maar dat eigenlijk vooral doet omdat dat een wereld is die ze volledig onder controle heeft.

De Coster: En intussen weet ze niet wie of wat ze is. Is ze een huisvrouw, een echtgenote, een moeder? Of is ze buiten haar vier muren ook iemand anders? Dat is nu al eeuwen bezig, dat is toch verbijsterend? Veel sterke vrouwen hebben zwaar afgezien onder die dwang om huismoeder te moeten spelen.

‘Verknipt zijn kan ook leuk zijn’

Zowel in de kunst- als de televisiewereld voel je dat er steeds meer geëngageerd werk wordt gemaakt. Ook Wij en ik is niet vrijblijvend.

De Coster: Ik wilde een tijdsbeeld schetsen. Er zit best wel wat satire in Wij en ik. Ik vind Mieke bijvoorbeeld een grappig mens. Ze is neurotisch, maar dat beschermt haar voor groter onheil. Op die manier is ze beter af dan de buurvrouwen. Ze amuseert zich, verknipt zijn kan ook leuk zijn. Ja, het is afzien, maar als zij troost vindt bij dat tapijten kammen, dan is dat mooi. Het is in elk geval beter dan pakken koekjes eten of het van ’s ochtends vroeg al op een zuipen zetten.

Ik heb een zwak voor complexe satire, maar ik denk dat dat vandaag minder wordt gedoogd. Mensen willen platte, lompe, eendimensionale humor. Als je een beeld van de werkelijkheid kopieert en daar een draai aan geeft, dan wordt het al moeilijker. Rechtstreeks iemand aanvallen is daarentegen geen probleem. In debatten zien we mensen die hun standpunt verdedigen, maar ik mis echte gesprekken waarin meningen worden bijgesteld of genuanceerd. Bij mij gaat het om de kracht van transformatie. Mensen evolueren. Alleen wordt dat zelden getoond.

In de verhaallijn van Sarah, de dochter van dit oerkoppel in de oerverkaveling, lezen we een coming of age-relaas dat grotendeels bestaat uit het zich afzetten tegen de manier van leven van haar ouders. Ze probeert te ontkomen aan het patroon.

De Coster: Waardoor ze het bevestigt. Wanneer stopt je handelen met een reactie te zijn op iets anders, wanneer sta je als individu op jezelf ? Dat punt zou een mens moeten kunnen bereiken om echt vrij te zijn.

De wereld van Sarah, de jaren negentig, is de tijd waarin jij bent opgegroeid.

De Coster: Toch heb ik mezelf niet neergezet. Dat zou verschrikkelijk zijn om te lezen. Sarah is een redelijk sociale meid, ik was dat niet. Drie verhaallijnen met disfunctionele mensen, dat kon niet voor het emotionele evenwicht. (lacht)

Afgelopen jaar heb je getuigd over het feit dat je als kind werd gepest.

De Coster: Ik doe dat niet vanuit een Moeder Teresagevoel. Ik heb gewoon bepaalde gedachten over pesten waar iemand anders misschien iets aan heeft. Ik vind het zelf afstotelijk als mensen die met iets in de knoop zitten dat in de media gooien en publiek afzien. Maar met dat pesten ben ik klaar. Ik kan wel zien waarom ik werd gepest, mijn bloed begint niet meer te koken als ik eraan denk. Wat overigens niet vaak gebeurt.

Stefaan is een fervente Bob Dylanfan. Jij ook?

De Coster: Ik ben een zware fan, al kan ik niet verklaren waarom. Mensen zeggen mij telkens opnieuw dat hij een oude baltsende kettingzaag is. Het kan me niet schelen. Dylan, dat is een wereld op zich. Natuurlijk zitten daar lelijke en onbegrijpelijke dingen tussen, en ja, hij bracht drie slechte cd’s op rij uit. En toch kan dat bijzondere elk moment de kop opsteken.

Het werk van Bob Dylan kun je ook nooit helemaal begrijpen, er zitten veel verborgen plekken in die opeens naar boven komen. Hij is hét Amerikaanse icoon dat alle generaties opgeslokt heeft. Hij incorporeert zoveel verhalen, verenigt in zich ook een pak inconsequente verhalen. Hij is het gezicht van Chevrolet, de meest vervuilende wagen die er is. Hij is een vrouwenzot die een van zijn songs laat verneuken voor een clip van Victoria’s Secret omdat hij in die clip naar die vrouwen mag kijken.

Dylan is een symbool dat iedereen naar zijn hand kan zetten, een deur die opengaat en waarachter een eindeloos labyrint ligt. Dat is het mooie aan alle waardevolle dingen. Ze houden niet op uit zichzelf. Murakami’s werk is ook zo. Je blijft er dingen in ontdekken en herkennen. Irrationele zaken die je ergens wel weet maar eigenlijk ook niet, en die plots om de hoek staan. Die herkenning van wat bijna niet onder woorden te brengen is, maar wat bestaat en sluimert in ieders leven, dat domein dat vooraf gaat aan taal en beeld, dat is wat mij interesseert. Dat wil ik ook naar buiten brengen in mijn werk.

‘Seks is voor mij geen vorm van entertainment. Seks is een taal zonder woorden, en soms erg agressief’

Er komen seksscènes voor in het boek, maar het lijkt niet je bedoeling om de lezer rode oortjes te bezorgen. De seks is functioneel.

De Coster: (lacht) Had je meer seks gewild, dan? Seks is voor mij geen vorm van entertainment. Seks is een taal zonder woorden, en soms erg agressief. Agressie en liefde horen nu eenmaal bij elkaar. Onze maatschappij kijkt negatief naar agressie, men ervaart het als destructief. Maar in liefde en in seks is dat niet zo. Daar kan agressie net tot die puurheid leiden die je nodig hebt om het waardevol te maken. Anders ligt er toch ook maar een patattenzak naast je?

Isabella Rossellini zei ooit dat ze van David Lynch had geleerd dat seks zowel het mooiste als het meest beangstigende is. Daar zit iets in. Seks is bedreigend en noodzakelijk, geen goedogend, gemakkelijk en luchtig tijdverdrijf. Net omdat het fundamenteel is, is het moeilijk en mogelijk problematisch. Hoeveel mensen zijn er niet fucked up omdat hun grenzen overschreden zijn?

De vraag die me het hele boek lang heeft achtervolgd: wie zijn de ‘Wij’ die af en toe als een koor in een Griekse tragedie opduiken?

De Coster: De wij, dat zijn de stemmen van de voorvaderen. Die zitten in je en bewegen door je heen, ook al ben je je er totaal niet van bewust. Voor mij is het een hypernoodzakelijk personage dat de wereld vergroot. Anders is de werkelijkheid te veel werkelijkheid. Een op een, het gepretendeerde objectief, vind ik een beangstigend gedachte. Ik geloof daar niet in.

‘Als kind heb ik eens iets zwaar pornografisch gemaakt in klei, wat mijn moeder danig verontrustte’

Wat inspireerde jou om dit boek te schrijven?

De Coster: Een slechte jeugd kan helpen. Dat is toch wat men altijd zegt? (lacht) Waar ik het allemaal haal? Verbeelding, gedachten, films en boeken vreten, en tussendoor ook eens leven, natuurlijk. Maar dit is geen therapeutisch boek. Het is niet zo dat dit verhaal één wortel heeft, dat mijn boeken een residu zijn van wat er in mij gaande is. Uiteraard weerspiegelt mijn werk mijn ontwikkeling. Maar toch ook weer niet. Als kind heb ik eens iets zwaar pornografisch gemaakt in klei, wat mijn moeder danig verontrustte. Maar dat had niets met een trauma te maken, ik was daar gewoon op een onschuldige manier al zoekend mee bezig. Toch zijn mijn fascinaties niet neutraal en onbetrokken. Dat kan niet. Vanuit een vacuüm ontstaat niets. Het heeft eerder te maken met obsessies. Daar heb ik een hele kamer vol van, maar ik toon ze niet. Het mooie ligt in het omvormen, in het vertellen. Dat is wat ik altijd heb willen doen. Als kind wist ik al: ik ga grote verhalen maken.

Dus jouw predestinatie was schrijver worden.

De Coster: Dat was mijn grootste zekerheid, ja. Ik vind het heerlijk om te doen. Het schrijven is voor mij als een derde persoon, iemand die altijd aanwezig is. Als schrijver maak je een wereld, beelden en dus ook herinneringen. Als een boek je bij blijft, heb je een nieuwe herinnering. Dat is de kracht van fictie en van kunst.

Wij en ik van Saskia de Coster werd uitgegeven bij Prometheus.

Dit artikel verscheen in De Morgen op 2 maart 2013.