ANTROPOLOOG DAVID LANCY: ‘Het Westen is geobsedeerd door kinderen’

David Lancy: 'Mensen verstikken hun kinderen met zorg, aandacht, geld en andere materiële zaken.'
Steeds meer Amerikaanse baby’s en peuters krijgen antidepressiva toegediend. Alarmerend, zegt antropoloog David Lancy. Zijn onderzoek naar de kindertijd in andere culturen leert dat onze betuttelende manier van opvoeden niet noodzakelijk heilzaam is. ‘Kinderen moeten weer meer vrijheid krijgen, ook om ongelukkig en gefrustreerd te zijn.’

 ‘Onze romantische kijk op kinderen is uniek. In niet-westerse culturen heeft het leven van jonge kinderen weinig waarde’, zegt David Lancy. Decennialang al hamert de zeventigjarige Amerikaanse antropoloog op dezelfde spijker: we verwennen onze kinderen te veel. Ze worden volgens hem ook wel groot zonder dure kinderwagens, educatief speelgoed en kasten vol boeken over opvoeding. De negatieve gevolgen van al dat overdreven ouderen worden stilaan hallucinant. ‘In de Verenigde Staten krijgen steeds meer baby’s en peuters medicatie zoals Xanax en Prozac. Vijf procent van de Amerikaanse kinderen tussen de nul en de vijf jaar neemt psychiatrische medicatie. Hoe komt dat? Omdat men niet meer accepteert dat pijn, teleurstelling en frustratie bij de kindertijd horen. Natúúrlijk zijn kinderen weleens gefrustreerd: er is zoveel dat ze nog niet mogen. Maar tegenwoordig vinden we het onaanvaardbaar dat een kind ongelukkig is. Dus hop: antidepressiva voor kinderen. Dat is toch ongelooflijk?’

In zijn boek The Anthropology of Childhood toont Lancy, emeritus professor aan Utah State University, hoe cultuurgebonden opvoeding wel is. Wij dragen onze kinderen op handen, maar dat is lang niet overal het geval. In sommige culturen moeten ze zich vooral nuttig maken, of worden ze opgeofferd voor het belang van de familie of de gemeenschap. Ondanks de stijve titel noemt The New York Times zijn boek ‘het enige echte babyboek dat ertoe doet’: het is een tegenwicht voor de hysterie die rond kinderen en opvoeding hangt. Een gesprek.

We behandelen onze kinderen als kleine engeltjes, schrijft u. Maar houdt niet iedereen hartstochtelijk van zijn kroost?

DAVID LANCY: Het Westen is geobsedéérd door kinderen. Wij zien onze kinderen als schattige, onschuldige cherubijntjes, maar dat is lang niet overal zo. Veel kinderen moeten hun plaats in de samenleving verdienen, en zodra ze kunnen moeten ze mee brood op de plank brengen. Ook de manier waarop wij onze kinderen bij het handje nemen om ze dingen te leren, en hoe we ze behoeden voor gevaar, is lang niet universeel. Bij jagers-verzamelaars zoals de Maniq in Thailand en de Chewong in Maleisië leren kinderen door imitatie: ze mogen met messen en met vuur spelen, het wordt zelfs aangemoedigd. Het kan de volwassenen niet schelen of de kinderen zich pijn doen. Laat ze maar doen. Dat principe zorgt ervoor dat kinderen vanzelf leren hoe ze werktuigen moeten gebruiken.

Kinderen van de Maniq stam in het zuiden van Thailand spelen al van jongs af aan met messen.
Kinderen van de Maniq stam in het zuiden van Thailand spelen al van jongs af aan met messen.

Hoe komt het dat het Westen zo anders naar kinderen kijkt?

LANCY: Het idee van een ‘kindertijd’ is een vrij recent fenomeen, dat we danken aan de Nederlandse Gouden Eeuw. Via het lutheranisme kwam het idee opzetten dat ouders de plicht hadden om hun kinderen te onderwijzen, zodat ze als vrome gelovigen de Bijbel konden lezen. Dat lukte dankzij de bloeiende economie in het zeventiende-eeuwse Nederland. Kooplui hadden net als aristocraten geld om uit te geven aan dingen die hen plezierden, zoals tulpen, porselein en schilderijen. De gezinnen werden ook kleiner, en hun kinderen werden een kostbaar goed. Veel gewoontes die we nu nog kennen, zoals cadeautjes geven met Kerstmis, ontstonden in die tijd. En Nederland loopt nog altijd voorop qua kinderrechten.

Er zijn verslagen van reizigers die zich in de zeventiende eeuw verbaasden over hoe laks Nederlanders met hun kinderen omgingen. Vandaag is het niet anders: sommige Nederlanders pleiten zelfs voor kindvrije restaurants, omdat de kinderen zich niet weten te gedragen.

LANCY: (lacht) Dat is een mooi voorbeeld van de huidige ‘trek je niets aan van wat anderen denken’-cultuur in het Westen, waar kinderen centraal staan. We beschouwen ze als wezens met een eigen mening en eigen noden. Toen ik kind was, mochten kinderen best rondlopen en lawaai maken, maar niet in het gezelschap van volwassenen. We hadden onze eigen wereld. We speelden buiten en kwamen naar huis om te eten. De vrijheid die we toen hadden, is nu ondenkbaar voor een westers kind.

Kinderen worden in andere culturen ook grootgebracht door de uitgebreide familie, of door andere leden van de gemeenschap.

LANCY: It takes a village to raise a child , zegt men weleens. Maar je moet dat nu ook niet romantiseren. Het is niet zo dat kinderen in de traditionele dorpen worden omringd door oudere vrouwen of tantes. Heel vaak zorgen kinderen voor elkaar. Jonge kinderen worden grotendeels opgevoed en beschermd door hun oudere broers en zussen.

Mensen investeren er minder in hun kinderen?

LANCY: Bij ons gaat elke investering, economisch en emotioneel, in één richting. Onze cultuur is georganiseerd rond kinderen, we behandelen ze als kleine mensen. In andere culturen ziet men pasgeboren kinderen niet als een individu. Soms duurt die periode een paar dagen, soms een jaar. Pas na de naamgevingsceremonie wordt het kind sociaal erkend. Je zou daar verschillen in religieuze overtuigingen in kunnen zien, maar eigenlijk heeft het te maken met overvloed of schaarste. Wíj kunnen het ons veroorloven om een zwak kind het koste wat het wil te laten overleven. Maar op plekken waar schaarste heerst, vindt men baby’s minder menselijk. In plaats van ze te koesteren, beschouwen de ouders hun kinderen als een last die hen veel, zo niet alles, verplicht is. Hoe sneller een kind zichzelf nuttig kan maken, hoe beter.

Oudere Hadzakinderen ontfermen zich over de jongste.
Oudere Hadzakinderen ontfermen zich over de jongste.

 

Naast de engeltjes en de werkpaardjes ziet u nog een derde kindersoort: het wisselkind, van wie het leven geen enkele waarde heeft.

LANCY: In gemeenschappen waar de cijfers van babymoord hoog liggen, vind je meestal culturele verklaringen en mythes die het vermoorden van kinderen rechtvaardigen. Misvormingen, zwakte, alles wat erop kan wijzen dat het kind gehandicapt en een last voor de samenleving is, wordt uitgelegd met de legende van de wisselkinderen: ‘Dat kind is niet van de groep, iemand heeft het hier gelegd.’ Je vindt het concept in de hele wereld.

In landen als China, Pakistan en India zijn de slachtoffers van baby- en kindermoord heel vaak meisjes.

LANCY: Economische schaarste en de status van de vrouw spelen een doorslaggevende rol bij kindermoord in die samenlevingen. Een andere reden om een pasgeboren kind te laten sterven, is dat het ongewenst is: de vader is bijvoorbeeld overleden, of het kind is buiten het huwelijk verwekt. Abortus zou het leven van de moeder in gevaar brengen. Vrouwen zijn de harde werkers binnen traditionele culturen, ze kunnen niet gemist worden. Dus vermoordt men de ongewenste kinderen.

Hoe moeten we begrijpen dat mensen kindsoldaten en kindhuwelijken aanvaardbaar vinden?

LANCY: In veel culturen hebben ouders het recht om over leven en dood van hun kinderen te beslissen, of om ze te verkopen, zonder dat iemand hen ter verantwoording roept of hun daden ter discussie stelt.

Veel kindsoldaten zijn weeskinderen, ze werden niet allemaal verkocht door hun ouders. Ze werden ingelijfd door guerrillatroepen, en vechten in ruil voor eten en onderdak. Maar kinderen werden doorheen de geschiedenis altijd al gebruikt in oorlogsvoering. De Amerikaanse burgeroorlog wordt vaak de Kinderoorlog genoemd. Legerdienst was in die tijd verplicht voor elke jongen vanaf zestien jaar, maar wie vervanging vond, werd vrijgesteld. Veel jongens van veertien, vijftien jaar werden door hun familie verkocht om in de plaats van een rijkere jongen te gaan vechten. De ironie is dat die oorlog over slavernij ging, tegen het feit dat volwassenen als werkvee werden gebruikt. Maar voor kinderen golden andere normen.

Omdat het cherubijnenkind zoveel zorg vraagt, is het ook een statussymbool.

LANCY: Precies! In de sloppenwijken van Laos en Nigeria wonen kinderen die netjes in uniform naar privéscholen gaan. Overal waar mensen toetreden tot de economische middenklasse, zie je dat ze het beetje geld dat ze hebben in hun kinderen investeren. Zelfs wie net boven de armoedegrens komt, zal zijn best doen om de kinderen naar school te sturen. Waar men kan, probeert men ons model te adopteren omdat men de volgende generatie wil klaarmaken om sociaal mobiel te zijn.

Toch vindt u het geen goed idee om onze manier van opvoeden te exporteren naar dorpen waar men weinig heeft aan kinderen die kunnen lezen en rekenen.

LANCY: Je kunt niets doen aan de toestand van kinderen als je geen rekening houdt met die radicale cultuurverschillen. Via het kinderrechtenverdrag legt Unicef onze standaarden, zoals de universele schoolplicht, op aan de volledige wereldbevolking. In delen van de wereld waar families niet kunnen overleven als niet elk kind bijdraagt aan het gezinsinkomen, is dat een onredelijke last om te dragen. Je creëert op een generatie van miljoenen mensen die meerdere wetten overtreden omdat ze hun kinderen laten werken, terwijl de kwaliteit van die verplichte scholen in veel gevallen erbarmelijk is. De leraren zijn dronken, ze komen niet opdagen, ze slaan de kinderen, ze dwingen ze tot seks… Wat schiet een kind op met slecht onderwijs, of met een opleiding voor banen die er niet zijn? Zo verlies je toch twee keer?

Wat stelt u dan voor? Onderwijs weer afschaffen? Kinderarbeid professionaliseren?

LANCY: Uiteraard moet het welzijn van kinderen verbeteren, maar men zou bedachtzamer moeten ingrijpen. Programma’s die kinderwelzijn promoten, zouden ervoor moeten zorgen dat de kinderen echt beter worden van elke ingreep. Niet alle kinderarbeid zou verboden moeten worden. Sommige taken zijn niet geschikt voor kinderen, andere wel. Maatregelen zoals deeltijds werk en deeltijds naar school gaan op kosten van een bedrijf lijken me doeltreffender.

In andere culturen is spelen gewoon een manier om de kinderen uit de weg van de volwassenen te houden
In andere culturen is spelen gewoon een manier om de kinderen uit de weg van de volwassenen te houden

 

Even terug naar uw kritiek op het overbezorgde ouderschap. U onderschat het belang van spel niet, maar in het Westen nemen we het te ernstig, zegt u.

LANCY: Spelen is universeel. Door te spelen ontwikkelen kinderen zich zowel op motorisch, op sociaal als op cognitief vlak. Het is opmerkelijk hoe kinderen in de grimmigste omstandigheden manieren vinden om samen te spelen. Zelfs kinderen die in het huishouden moeten werken, stoppen spelelementen in hun werk. Ook opvallend: meisjes stoppen wereldwijd sneller met spelen. Zodra hun taken ernstiger worden, zodra ze seksueel rijp zijn, is de kindertijd voor meisjes voorbij. Wij nemen het kinderspel heel ernstig, we beschouwen het als een doel op zich, dat ouders en kinderen bij voorkeur samen doen. In andere culturen is spelen gewoon een manier om de kinderen uit de weg van de volwassenen te houden, punt. Dus hoewel je overal spelende kinderen ziet, varieert het belang ervan enorm.

Wat kunnen we leren van die andere opvoedingsmethodes?

LANCY: Dat we onze kinderen sneller aan het werk moeten zetten, bijvoorbeeld. Kinderen geven al vanaf achttien maanden aan dat ze graag helpen met poetsen, timmeren, de was opvouwen. Dat zijn de eerste tekenen van altruïsme. Maar wat doen ouders vandaag? Ze geven de peuter een speelgoedborstel en gaan verder met het uitvoeren van hun taak. Dat is het ergste wat je kunt doen, omdat je het kind op die manier het signaal geeft dat zijn inbreng niet gewaardeerd wordt. De motivatie om te helpen zal opdrogen, en je krijgt een kind dat later geen vinger wil uitsteken in het huishouden.

U bent geen fan van speelgoedversies van stofzuigers of andere werktuigen?

LANCY: Als je ze laat kiezen, willen kinderen veel liever een echte stofzuiger. Ze kennen het verschil, hoor. Een kind weet dat ‘doen alsof’ iets anders is. Hoe moeilijk kan het zijn om die stofzuiger af te staan aan die bereidwillige kinderhandjes? Wat is er zo erg aan wat stof dat het kind gemist heeft, als het zich intussen waardevol voelt? We eten toch niet van de vloer? Is het niet belangrijker dat het kind kansen krijgt om trots te zijn op zijn ‘werk’?

Luie ouders hebben gelukkiger kinderen?

LANCY: Mensen verstikken hun kinderen met zorg, aandacht, geld en andere materiële zaken. Door minder dominant aanwezig te zijn, en hen niet alles voor te schotelen, ontwikkelen kinderen meer verantwoordelijkheids- en gemeenschapszin. Ze houden meer rekening met hun omgeving. Het gaat erom dat je kinderen de ruimte geeft om zich te ontplooien tot sociale wezens. Less is more.

 

Als je kleine kinderen niet laat meehelpen in het huishouden, geef je hen het signaal dat hun inbreng niet gewaardeerd wordt.
Als je kleine kinderen niet laat meehelpen in het huishouden, geef je hen het signaal dat hun inbreng niet gewaardeerd wordt.

 

De huidige generatie veertigers kent Freud en het belang van de kinderjaren op je latere ontwikkeling. Doen we niet gewoon ons best in de hoop dat onze kinderen zonder jeugdtrauma’s opgroeien?

LANCY: Ik vrees dat jeugdtrauma’s onvermijdelijk zijn. Het maakt niet uit hoe je je kinderen opvoedt, op een bepaald moment zullen ze naar je kijken en je de schuld geven van alles wat fout gaat in hun leven. Zelfs kinderen die opgroeien in een gelukkig gezin zullen kritiek hebben op hun ouders. Dat is nu eenmaal de generatiekloof.

Wat vindt u van de huidige moederschapsideologie en exotisch geïnspireerde opvoedingshypes zoals attachment parenting , waarbij men vrouwen aanmoedigt het kind voortdurend te dragen, alleen borstvoeding te geven en dezelfde slaapkamer te delen?

LANCY: (schudt het hoofd) De grote fout van die opvoedingshypes is dat men denkt dat er maar één goede manier is om kinderen groot te brengen. In Afrika dragen ze kinderen omdat het praktisch is als ze eten moeten krijgen, niet om een betere band met hen te creëren of hen te koesteren. De zogenaamde neurologische onderzoeken die beweren dat dat beter is voor kinderen zijn grotendeels opgeblazen en onbetrouwbaar.

Borstvoeding is inderdaad beter dan flesvoeding, maar het verschil is niet zo dramatisch in het Westen. Het is geen kwestie van leven en dood. Kwalijker is dat een moeder die al het advies van intensief moederen volgt en al haar tijd, energie en aandacht in het kind investeert zo gestresseerd raakt dat het onmogelijk goed kan zijn voor een kind. Het hele gezin kan eronder lijden. Hoe goed bedoeld ook, het is niet nodig, want je bevindt je niet in een extreme levensbedreigende situatie.

In de VS woedt volop het planned parenthooddebat. Bent u een voorstander van abortus?

LANCY: Ik ben in de eerste plaats een voorstander van contraceptie en van de morning-afterpil. In derdewereldlanden gaan kindersterfte, kindermoord en overbevolking hand in hand, zeker als de economie niet kan volgen. Het is een vicieuze cirkel.

Abortus is een laatste redmiddel, maar ik ben voor de keuzevrijheid. Het heeft geen belang welke rechten je aan vrouwen geeft – stemrecht, onderwijs, werk… – als vrouwen niet het fundamentele recht hebben om te beslissen over hun eigen reproductieve leven. Dan zeg je eigenlijk dat ze tot een lagere klasse burgers behoren.