HELDEN ZONDER CAPE

Terreur waart als een kwaadaardig virus door onze samenleving, maar laten we ook de helden niet uit het oog verliezen.

Tranen op de loopband

Sinds een paar maanden sta ik drie keer per week een uur lang op een loopband. Niet dat er prijzen te winnen vallen voor overweldigende sportprestaties: ik stap aan 5 km per uur een helling op en probeer intussen mijn hartslag tussen 110 en 115 te houden. Nu ik tijdens het sporten het vierde seizoen van de fictieserie ‘The Walking Dead’ bekijk, krijg ik die hartslag niet onder de 120.

Post-apocalyptische horror is het, waarin een groep mensen moet zien te overleven in een wereld die overspoeld wordt door een levensgevaarlijk zombievirus. Het is wreed en bloederig, maar toch blijf ik gebiologeerd kijken. Beeld en scenografie zijn levensecht. De morele vraagstukken zijn realistisch – wat zou ik doen als de wereld vergaat en ik moet zien overleven tussen menseneters? Ik heb een boontje voor de helden. Ik kijk naar hen met kloppend hart, ik jubel als ze winnen en als er een van de helden sneuvelt, pleng ik een traan. Op de loopband.

Helden zijn nodig

We hebben helden nodig. Al sinds de mens, of zijn directe voorouder, de wijdheid van het hemelgewelf probeerde te bevatten, de herkomst van natuurelementen, en uiteindelijk ook zichzelf, bedacht hij verklaringen voor die fenomenen. Helden, en heldinnen, speelden altijd, overal ter wereld, een rol in verhalen. Schrijver en mytholoog Joseph Campbell legt de structuur van wat hij de monomythe noemt uit in zijn klassieker ‘The Hero with the Thousand Faces‘. Het pad van de held is er een van vervreemding, strijd en vooral: transformatie. We leren uit de verhalen over wat goed is, en wat niet. We leren over inzet, over emoties, over verlies en over doorzettingsvermogen tijdens de donkerste uren.

Maar wat is een held precies? Daar is niet iedereen het over eens. Ook een held is er alleen maar in ‘the eye of the beholder’. Voor de één een stichtend voorbeeld, voor de ander de boosdoener. Denk maar aan de verering van psychopaten als Osama bin Laden of Hitler.

Moet je prijzen gewonnen hebben om een held te zijn? Telt het alleen maar als je de Mont Ventoux op geraakt per tweewieler? Als je de top van de Everest bereikt? De Nederlandse tropenarts Steven van de Vijver onderzocht het in zijn boek ‘Moderne Helden‘. Hij reisde de wereld af om elf mensen te interviewen naar wie hij opkeek omdat ze uitzonderlijk hadden bijgedragen aan de wereld. In de hoop dé eigenschap van een held te kunnen distilleren, praatte hij met hen, vroeg hij naar hun gewoontes, hun jeugd, hun visie. Hij klopte aan bij een honderdjarige Nobelprijswinnares en beklimmers van de Mount Everest, bij activisten en wetenschappers, bij een primatologe, een kok en een sportman.

Menselijkheid

Hij kwam van een kale reis terug. Wat een held tot held maakt, vond hij niet. Zijn helden, zo schrijft hij, zijn zeker en vast inspirerende en energieke mensen, maar ze hebben ook gebreken. Ze droegen geen cape en ze beschikten niet over superieure kwaliteiten. Zeer goed, dacht Van de Vijver, helden bestaan dus niet. Heldendaden wel. We kunnen allemaal held zijn. De inspiratie ligt op straat. Of op het strand.

De jongen van zestien die in plaats van te vluchten een gewonde vrouw bijstond. De man die zich tussen verloofde en kogels wierp. Tunesiërs die als een levend schild tussen dader en potentiële slachtoffers gingen staan. We kunnen naar de aanslag in Sousse kijken en onze aandacht richten op de man die de toeristen neerschoot en vermoordde. Maar hij is onze aandacht niet waard. Zijn slachtoffers en hun nabestaanden verdienen ons diepe medeleven, maar het zijn de gewone mensen, de Tunesiërs en de toeristen die zich onbaatzuchtig bogen over de slachtoffers daar op dat strand, die ons diepste respect verdienen.

Onze cultuur lijkt verzadigd van superhelden en sporthelden, maar deze echte helden leveren hardere en meer waardevolle strijd als hun mythische tegenhangers. Ook van hen kunnen we iets leren. Waar iemand de grens van wat menselijk is verwerpt, leggen zijn die grens terug waar die hoort.

Empathie

Fictieve helden zijn inspirerende personages, maar we hebben vooral meer levensechte helden nodig. Huis-, tuin- en keukenhelden, gewone mensen die bijzondere dingen doen. De Holocaust was nog veel erger geweest als nobele onbekenden hun Joodse medemensen niet te hulp waren gesneld om hen met gevaar voor eigen leven te helpen onderduiken. Niet in het vechten maar in het voor elkaar opkomen, in empathie en in medeleven schuilt de ware heldendaad.

De omstandigheden hoeven niet eens zo extreem te zijn. Ook wie het aandurft om de terreur van het dagelijkse leven te bevechten, strekt tot voorbeeld. Wie durft te pleiten voor een betere balans tussen werken en leven? Wie durft op te staan en prijzen uit te delen aan de mensen die voor anderen zorgen? Wie durft naast een stervende te gaan zitten en diens hand vasthouden?
We weten dat de mens een bloeddorstig monster kan zijn, een zombie die niet helder denkt. Maar we weten ook dat hij, zeker in tijden van extreme crisis, glorieus kan zijn in het zorgen voor anderen. In dat laatste schuilt onze kracht. Zonder die eigenschap waren we niet eens in de 21ste eeuw geraakt.

Deze column verscheen op 30 juni 2015 op deredactie.be