DE KUNST VAN HET TOEVAL – 1 – Danseres Jolie Ngemi

©Kaat Pype

Over serendipiteit, of de kunst van het vinden, ook al ben je niet op zoek

‘Armoede betekende mijn redding’

Een oerkreet klinkt door de gangen van de Brusselse dansschool PARTS, doorbreekt de haast gewijde sfeer. Als een bliksemschicht schiet Jolie Ngemi langs een groepje mensen. Ze klapt ophitsend in haar handen. ‘Allez, bouger!’ Een bom is ze.

Ngemi groeide op in Kinshasa. De weg naar Brussel vond ze via het plaatselijke maar door de KVS georganiseerde kunstenfestival Connexion Kin. Ze werd opgepikt door de Canadees-Brusselse choreografe Ula Sickle, die de veelgeprezen voorstelling Jolie maakte en die haar motiveerde om auditie te doen voor PARTS. Maar het echte gelukkige toeval dat haar leven een andere wending gaf, was de politieke instabiliteit van haar geboorteland.

JOLIE NGEMI: Dansen is voor hoeren, vond mijn vader: ‘Je te casse tes bras si tu dance encore!’ Hij werkte in de entourage van de oude president Laurent-Désiré Kabila. We waren een welgesteld gezin, hij had zelfs een auto. Maar hij was ook pastor in onze kerkgemeenschap, wat betekende dat wij kinderen ons altijd voorbeeldig moesten gedragen. Een danseres in huis, dat kon voor hem niet. Maar ik dans al sinds ik kan lopen. Als kind in de kerk, later op straat en in dansgroepen. Ik kan niet stilzitten, ik móét bewegen.

Alles veranderde toen Joseph Kabila aan de macht kwam. Mijn vader verloor zijn werk, we werden arm. Dat was mijn redding. Zonder auto kon hij me niet meer komen zoeken. Ik was vrij. Toen zijn macht verdween, nam ik het heft in handen. Ik was zestien toen ik het ouderlijk huis verliet.

In 2009 maakte ik tijdens Connexion Kin met de Vlaamse kunstenaar Thomas Steyaert en enkele andere dansers de voorstelling Mist. We traden ook op in België. Een paar jaar later ontmoette ik op datzelfde festival Ula Sickle. PARTS leerde ik kennen via studenten met wie ik op Connexion Kin dansworkshops volgde. Ik hield van hun stijl, was verbluft door het hoge niveau. Toen men me vroeg of ik auditie wilde doen, was ik bang dat de opleiding te moeilijk zou zijn. Ik miste techniek, vond ik. We hebben niet zo’n goede ondergrond in Kinshasa, en het is er te warm om lange repetities te houden. Maar het niet proberen zou erg zijn. Ik stuurde een video op, vulde talloze papieren in, deed auditie. Ik mocht niet alleen beginnen, ik kreeg ook een studiebeurs. Nu train ik twaalf uur per dag. Men had me gewaarschuwd: PARTS is een harde school.

Bij PARTS kan ik bewijzen dat dans niet kinderlijk of hoerig is, maar ook intellectueel kan zijn

Mijn vrienden vragen me waarom ik dit doe. Ze vinden dat ik al beroepsdanser ben. Ik treed af en toe op, ja, maar ik moet nog zo veel leren. De docent ritme kan me niets meer bijbrengen, zegt hij, maar klassiek ballet vind ik moeilijk, dat zal nooit lukken. En de theorie, zoals muziekanalyse en filosofie, is ook nieuw voor mij. In Kinshasa danste ik met mijn lichaam. Hier dans ik ook met mijn hoofd.

Dans wordt in Congo niet als een volwaardige kunstvorm beschouwd, en het zal moeilijk zijn om ervan te leven, maar ik ben dolgelukkig dat ik dit kan doen. Nu kan ik bewijzen dat dans niet kinderlijk of hoerig is, maar ook intellectueel kan zijn. Niet alleen aan mezelf, maar ook aan mijn vader. Hij betreurt het dat hij geen geld meer had voor een universitaire studie, zoals mijn broers en zussen. ‘Laten we nu maar niet triest zijn om zoiets’, zeg ik hem. ‘Nu kan ik dansen.’ Hij is intussen bijgedraaid. Als ik in Kinshasa dans, komt hij kijken. Eindelijk waardeert hij wie ik ben en wat ik kan.

Het verschil tussen mij en mijn medestudenten is groot. Ik werd lang geleden al volwassen. Ik groeide op in oorlogsgebied. Toen ik tien was, woonde ik tussen de bombardementen en zag ik dagelijks uiteengereten lijken. In mijn nieuwe solo, Scream, vertel ik over de oorlog, en over de vrouwen in oorlogsgebieden zoals Goma die worden verkracht en mishandeld. De oorlog was ontwrichtend, en we missen veel in Kinshasa, maar toch hebben we het er goed. We hebben honger, maar we plegen geen zelfmoord zoals de mensen in België. We zijn relaxed. Stress kennen we niet, dat is een gevoel dat ik hier leerde. Net als verpletterende eenzaamheid: in Kinshasa leef je in een gemeenschap waar mensen voortdurend met elkaar bezig zijn. Hier is iedereen op zichzelf. Dat was nog de grootste cultuurschok.