DE KUNST VAN HET TOEVAL – 2 – Beeldend kunstenaar Karl Philips

Karl Philips ©Kaat Pype

Over serendipiteit, of de kunst van het vinden, ook al ben je niet op zoek

‘Niets hebben is een troef’

Zijn atelier is een oud lunapark, en hij woont in een mobilhome. Zelfs voor de kunstwereld is de Limburgse Karl Philips een zonderling: hij begroef een caravan op de Pukkelpopweide, en installeerde een dakloze aan de achterzijde van een billboard. Men noemt hem een milde activist. Die in september 2015 zijn eerste buitenlandse solo-expo opent in Berlijn.

KARL PHILIPS : Mijn werk is ontstaan uit de drang om te bouwen en architectuur te begrijpen, niet omdat ik kunst wilde maken. Het discours kwam pas later. Ik ben erg laat volwassen geworden. Op de middelbare school wist ik niet waar ik mee bezig was. Op mijn zeventiende wilde ik standenbouwer worden, dus schakelde ik over op beroepsonderwijs. Toevallig belandde ik tijdens mijn stage in de Muntschouwburg in Brussel. Ze kwamen er tijdelijk handen te kort, ik kon er meteen aan de slag. Tussen het bouwen van decors door volgde ik de repetities, en zag ik wat er allemaal gebeurde in de schildersateliers van de decorbouwers. Ik besefte dat verder studeren niet zo’n slecht idee was. Met het verdiende geld nam ik een sabbatjaar en ging ik liften. Eens terug deed ik het toelatingsexamen voor de opleiding schilderkunst aan de kunsthogeschool van Hasselt. Na een jaar schilderen begon ik dingen te bouwen op de parking van de school. Toen werd het interessant.

Als student heb je niets, ik vond dat een troef. Het werd de basis van mijn werk en mijn onderzoek. Mijn praktijk is ontstaan uit liften, het is de goedkoopste manier om van punt A naar punt B te gaan. Ik liftte, nam foto’s, bracht routes en gebieden in kaart. Daaruit groeide het idee om op een parking te wonen. Vier jaar lang woonde ik in mijn bestelwagen op de parkeerplaats van de school, in Rotterdam, in Antwerpen, in Brussel. Nu woon ik in een mobilhome. Mijn studio bestaat eigenlijk niet: hij heeft geen adres.

Mijn atelier is een oud lunapark dat door kermismensen werd verkocht als oud ijzer. Ik heb het voor 1500 euro gekocht van Annita, die het van haar familie had gekregen als huwelijksgeschenk. Ik kan mijn atelier om het even wanneer afbreken en ergens anders weer opbouwen. Ik heb geïnvesteerd in een vrachtwagen, zodat ik het zelf kan vervoeren. En dan kan ik daarin wonen.

Ik werk vanuit de drang om te bouwen, niet omdat ik kunst wilde maken

Ik kom niet uit een kunstzinnige familie. Mijn ouders steunen me vandaag, maar toen interesseerde kunst hen niet. Mij aanvankelijk ook niet, maar in ons dorp woonde een beeldhouwer bij wie ik vaak op bezoek ging. Hij was het die me ertoe aanzette om na mijn sabbatjaar kunst te gaan studeren. Hij is mijn geestelijke vader. Na vier jaar kunsthogeschool ging ik verder studeren aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Gent. In die periode maakte ik Concierge , een plastic tent bevestigd aan de achterzijde van een billboard van Clear Channel aan de rand van Brussel. Vier maanden lang woonde de dakloze vrouw Mia daar. Eigenlijk is mijn werk parasitair. Door een kleine ingreep wordt de hele setting plots een reusachtig kunstwerk.

Hoewel ik een activistische achtergrond heb, is politiek niet de kern van wat ik doe. Ik betrap mezelf erop dat ik meer om architecturale redenen geïnteresseerd ben in activisme dan om politieke redenen. Ik bouw graag. Bovendien clasht het activisme niet meer met de samenleving, het is ermee vervlochten. Zelfs anarchisme wordt gerecupereerd. Pussy Riot wordt opgepikt door Madonna, en andersom.

Ik ben een ondernemer van het niets. Het lunapark waar we in zitten, is een marginaal casino. Op het kerkhof van de crisis probeer ik duurzaam om te gaan met wat ervan rest. Dit atelier bewijst dat er aan alles een limiet is, ook aan groei en winst. Mijn werk doet het vrij goed, maar ik kan niemand meer betalen dan een vrijwilligersvergoeding en ik werk niet in een mooi gebouw. Alles wordt eindeloos gerecupereerd. Ik verwarm de ruimte met resthout van mijn materiaal. Ik kampeer tussen de kunst. Dat vind ik niet erg, maar het illustreert wel de positie van de kunstenaar in de kunstwereld. Ik leef op een budget van 10 euro per dag.

Wat ik wil bereiken? Verder gaan op dit parcours dat langs de achterkant van de wereld loopt, met iets meer financiële marge. Dat zou fijn zijn.