Filosofe Joke Hermsen pleit voor intensief nietsdoen: ‘Haast u langzaam, dan komt de inspiratie’  

Als we verandering willen bewerkstelligen, hebben we creatieve geesten nodig, zegt de Nederlandse auteur en filosofe Joke Hermsen. In haar essaybundel Kairos roept ze de lezer op meer tijd te maken om niets te doen, want pas als er rust is, kan er iets nieuws ontstaan. Een gesprek over een Griekse gevleugelde god, de eenzaamheid van de vrouwelijke wijsgeer, en bevlogenheid. ‘Want aan het cynisme van Herman Koch hebben we niets.’

Joke Hermsen ©Yann Bertrand
Joke Hermsen ©Yann Bertrand

Sinds eind juni draaien de wijzers van de grote klok op het congresgebouw in La Paz, de administratieve hoofdstad van Bolivia, naar links in plaats van naar rechts. Het idee van de linkse regering komt voort uit de vaststelling dat een zonnewijzer in het zuidelijke halfrond ook niet naar rechts opschuift, maar de symboliek is in dezen minstens even belangrijk. Minister van Buitenlandse Zaken David Choquehuanca verklaarde dat het initiatief bedoeld is om de Bolivianen te helpen hun identiteit terug te vinden. ‘Waarom zouden alle klokken ter wereld in dezelfde richting moeten tikken? Waarom zouden we aan die regel gehoorzamen? Waarom zouden we niet creatief mogen zijn?’ aldus Choquehuanca.

De Nederlandse filosofe Joke Hermsen zou dit een kairotisch initiatief noemen. In haar meest recente boek Kairos – Een nieuwe bevlogenheid onderzoekt ze hoe tijd ons kan inspireren tot verandering. ‘Tijd is het fundament onder ons bestaan’, zegt Hermsen. ‘Zonder tijd geen ontmoeting, geen melodie, geen verhaal, geen zin, geen gebaar, geen gebeurtenis. We hebben het weleens over het verlangen naar tijdloosheid, maar daarmee bedoelen we volgens mij verlangen naar kloktijdloosheid. We moeten ons vooral meer bewust worden dat er naast de chronologische as van de tijd ook een andere tijdervaring bestaat.’

Er is iets mis met onze tijd, zegt u. In uw vorige boek, Stil de tijd, en nu ook in Kairos stelt u de diagnose.

Joke Hermsen: Sinds de negentiende eeuw zijn we steeds obsessievere klokkijkers geworden. Onze kloktijd werd geëconomiseerd: tijd is geld geworden. En vandaag wordt onze ervaring van tijd gedomineerd door schaarste en acceleratie. Ondanks alle tijdbesparende machines die de voorbije honderd jaar werden ontwikkeld is tijd iets waar we tekort aan hebben. In Stil de tijd presenteerde ik alternatieve denkmodellen over tijd, en hield ik een pleidooi voor vertraging en bezinning. Want als we niet tot bezinning komen, zal de wereld nog meer op drift slaan.

De economie en de meritocratische geest hebben onze tijd gegijzeld, maar u biedt in Kairos een alternatief.

Hermsen: Een kind voelt al dat er een wezenlijk verschil is tussen kloktijd en de persoonlijke ervaring van tijd. Volgens de presocratici had de tijd twee gezichten. Er was de lineaire, meetbare en economische tijd, die men Kronos noemde. Kronos werd voorgesteld als een oude man met een zandloper. Maar er was ook een andere god van de tijd, Kairos. Een jonge god, met vleugels, een kale schedel met daarop een wapperende haarlok. Hij is de god van het juiste moment, van verandering, van inspiratie. De twee verschillen van elkaar als de werkwoorden hebben en zijn. Maar wij zijn dat verschil vergeten. Kloktijd is maar een sociaal-praktisch principe, een ordening die zo dwingend is geworden dat we vervreemd raken van de Kairostijd. Kairostijd is een interval waarbinnen van alles kan gebeuren. Erasmus schreef al dat iedereen in zijn tijd beslissingen nam in de Kairosmomenten. Het gaat om rustpunten waarbinnen niets hoeft – ik noem het Kairotische ogenblikken. Het is op zulke momenten dat inspiratie opborrelt, een oplossing voor een probleem zich aandient, men beslist om het over een andere boeg te gooien.

‘We moeten ons vooral meer bewust worden dat er naast de chronologische as van de tijd ook een andere tijdervaring bestaat.’

U pleit dus voor meer nietsdoen?

Hermsen: Kairos is niet een kwestie van in de hangmat te gaan liggen. Rust zelf is niet Kairos. Maar het kan wel een aanzet zijn tot, het is de voorwaarde om de aandacht en focus van Kairos te kunnen toelaten. Het gaat erom in dat moment van innerlijke kalmte concentratie op te bouwen. Kairos heeft veel namen: het onbewaakte ogenblik, de flow… Het is dat moment waarin je zo geconcentreerd iets doet dat je de tijd vergeet. In die mentale ruimte is plaats voor ingevingen, én tijd om die ingeving te grijpen en te verzilveren. ‘Festina lente’, bijvoorbeeld, ‘Haast u langzaam’, is een beroemde uitspraak van de familie Di Medici die Kairos erg goed beschrijft. Kairos is een paradox, ja. Een toestand van actieve passiviteit, van passieve activiteit. Je moet de inspiratie kunnen plukken in dat eeuwigdurende ogenblik, zoals Ernst Bloch het noemt.

Een nieuwe bevlogenheid, zegt de ondertitel. Kairos kan volgens u een uitweg bieden uit de crisis.

Hermsen: Zowel de zorgsector als het onderwijs is onderhevig aan die kloktijd. Een derde van de ziektekosten is te wijten aan stress en burn-out. Ik geef lezingen in bedrijven. Daar erkent men het probleem, en veel bedrijven zijn zelfs bereid om de hand in eigen boezem te steken en mee te zoeken naar oplossingen om de work-life balance te herstellen. Maar de overheid holt achter de feiten aan. Die zegt alleen maar dat we nog meer moeten werken. Je merkt het uitgesproken in het onderwijs in Nederland en in de zorgsector. Terwijl Hippocrates al zei dat het genezingsproces van een patiënt begint met de aandacht die hij krijgt van de arts, kom je vandaag niet verder dan twee minuten per steunkous. Er moet dus iets veranderen, en daar is Kairos, die gekke Griekse god van de tijd, geschikt voor. En als de tijd er nu niet rijp voor is, wanneer dan wel? Wanneer roepen we een halt aan die sterk vervuilende principes, aan dat hyperconsumentisme, aan het hyperindividualisme?

Hebben we die Kairostijd ook niet verloren met de secularisatie van de samenleving? Mensen gaan niet meer naar kerken, terwijl een kerk een plek bij uitstek zou kunnen zijn om los te komen van de chronologische tijd.

Hermsen: Rites en rituelen zijn er absoluut om ons naar dat Kairosinterval te leiden. Tempels, kerken en andere heilige plekken die in religies een belangrijke rol hebben gespeeld, werden zo gebouwd opdat de mens even uit de waan van alledag kan treden, zijn sores achter zich mag laten, zijn doelstellingen en zijn struggle for life mag vergeten. Elke grote cultuur heeft ook een vaste rustdag in de week. Als men zijn mentale welzijn ernstig wil nemen, dan moet men die rust in ere houden.

Een tweede aspect van religie is dat er door de muziek, de architectuur, de kunst, het gebed en het gesproken woord een mentale ruimte wordt geschapen die niet doelmatig is. Het ego en egoïstische motieven mogen er overstegen worden ten behoeve van iets waar geen prijskaartje aan hangt, inspiratie en bezieling. Intussen zitten we met al die lege kerken, maar de menselijke behoefte om af en toe aan die waan te ontsnappen is niet weg. Ik pleit ervoor dat we alle praxis van verbeelding – of het nu muziek is of literatuur, meditatie, wandelen, kortom alle niet-doelgerichte ervaringen – erkennen als alternatieve religieuze praktijken in die betekenis van het woord.

‘Bouw rustpunten in. Het is op zulke momenten dat inspiratie opborrelt, een oplossing voor een probleem zich aandient, men beslist om het over een andere boeg te gooien.’

Een tweet van u haalde het nieuws, omdat u reageerde tegen de iPadscholen die in Nederland worden opgericht.

Hermsen: De iPadscholen, ook wel O4NT-scholen (Onderwijs voor een Nieuwe Tijd, red.) zijn een initiatief van de Nederlandse ondernemer Maurice de Hond en het telecombedrijf Vodafone. Het zijn scholen waar de iPad het enige leerinstrument is en waar leraars vooral een coachende functie hebben. Op termijn wil men zelfs het schoolgebouw afschaffen, want online zijn kun je thuis ook. Zelfs tijdens de pauze zitten die kinderen met hun tablet op schoot.

U suggereerde Hannah Arendt-scholen. Waarom net Hannah Arendt?

Hermsen: De Hond wil die iPadscholen Steve Jobsscholen noemen, naar de uitvinder van Apple. Een Amerikaanse multinational die mee verantwoordelijk is voor de wantoestanden in de fabrieken in China, moet dat nu ons leidende voorbeeld zijn? Een school zonder pedagogisch project vernoemd naar iemand die mee verantwoordelijk is voor de uitwassen van het kapitalistische systeem? Kom op, laat het iemand zijn die niet zo overduidelijk de excessen van het hyperkapitalisme heeft omarmd.

Zo’n iPadschool gaat ervan uit dat de feiten bestaan, en dat je ze maar hoeft op te zoeken op Wikipedia. Maar als je ze volledig wilt begrijpen, moet informatie geduid worden, en dat doet Wikipedia niet. De Duitse filosofe Hannah Arendt schreef ooit het essay The Crisis of Education, waarin ze pleitte voor de narratieve docent die met kennis van zaken voor een klas staat en vanuit zijn levenservaring en kennis de feiten presenteert. Is het niet geweldig om in de klas naar de verhalen van een docent te luisteren? Het is toch niet erg als je gedachten daarbij soms afdwalen? Daar gaat het juist om. Dagdromen en mijmeren zijn een van de manieren om die menselijke binnenwereld te ontsluiten. Bovendien leer je door naar iemand te kijken en te luisteren hoe je mensen moet inschatten en interpreteren.

Het ontbreekt de samenleving en het internet nochtans niet aan verhalen.

Hermsen: Veel van de verhalen die we voorgeschoteld krijgen zijn al helemaal ingevuld. Het voordeel van een orale traditie, van live vertellen, is dat het een appel doet aan de eigen verbeeldingskracht. Naar een verhaal luisteren stimuleert de creativiteit. Dat kan een iPad of een game, hoe inventief ook, nooit bewerkstelligen. Binnen het spel gaat het niet eens over verbeelding, maar over behendigheid. Een Zwitserse wetenschapper deed er neurologisch onderzoek naar. Het enige wat aantoonbaar ontwikkeld wordt met gamen is het gedeelte in het brein dat verantwoordelijk is voor het besturen van de duim. En niet zozeer, zoals wordt beweerd, cognitieve en creatieve vermogens.

We denken amper na over onze verhouding tot al die nieuwe technologieën, zegt u.

Hermsen: We moeten die technologie een plaats durven te geven, anders overrompelt ze ons. De eerste symptomen zijn al zichtbaar. De afgelopen jaren gingen er zeven klinieken open voor beeldverslaafde jongeren. Ik heb nog voor de klas gestaan. Een aantal van de jongens, want het zijn vooral jongens, zat met vierkante ogen in de klas. Die spelen door tot vier, vijf uur in de ochtend. De meisjes zijn dan weer de hele tijd bezig met sociale media, altijd maar chatten op hun telefoons. Hoe kun je nu studeren als je voortdurend berichtjes moet beantwoorden?

Als vermoeide ouder met een complex leven heb je er dus nog een taak bij. De discussies gaan niet alleen meer over eten en kleren, maar over de uren internetgebruik. Als mijn zoon te lang gamede, stuurde ik hem naar buiten of zei ik dat hij moest gaan lezen. Als je die discussie aangaat, merk je al snel de eerste symptomen van verslaving. Chagrijnig gedrag, depressief, snauwen… Datzelfde joch dat drie uur buiten speelde of een boek las was een veel prettiger kind dat goed in zijn vel zat. Je kunt je dus voorstellen wat er gebeurt als de ouders het wel rustig vinden, zo’n kind voor het beeldscherm terwijl zij lekker relaxen met een wit wijntje erbij.

Digibesitas treft ook volwassenen.

Hermsen: Je kunt je afvragen of het wel wenselijk is om altijd bereikbaar te zijn. Je moet een presentatie schrijven, dan komt er weer een e-mail binnen die je dringend moet beantwoorden, intussen krijg je nog een berichtje van je kind dat het niet thuis komt eten, dan wil je weten waarom niet… En dan zitten we ‘s avonds op de bank voor de televisie met de iPad op schoot, op zoek naar een leuk vakantiehuisje. Je denkt dat je aan het ontspannen bent, maar als je een scan van je hoofd zou maken terwijl je mentaal aan het multitasken bent, zul je zien dat bijna alle gebieden oplichten. Dat betekent dat het brein dan al in licht overspannen toestand verkeert. Het gaat erom dat we die problemen erkennen zonder als technofoob te worden weggezet, en dat we oplossingen zoeken voor de problemen.

 ‘Elke grote cultuur heeft ook een vaste rustdag in de week. Als men zijn mentale welzijn ernstig wil nemen, dan moet men die rust in ere houden.’

U schreef in 1997 Het denken van de ander, waarin u vrouwelijke denkers onder de aandacht brengt. Is een vrouwelijke filosoof nog altijd een witte raaf in het filosofische landschap?

Hermsen: Er zijn enorme lacunes te vullen met vrouwelijke schrijfsters en denkers. Ingeborg Bachmann, Lou Andreas-Salomé, Belle van Zuylen, Simonne Weil, Sarah Kofman… Toen ik nog aan de universiteit van Tilburg werkte, heb ik erg hard moeten vechten om Hannah Arendt bijvoorbeeld op het onderzoekscurriculum te krijgen. Tijdens mijn betoog stak één van de 40 mannelijke medewerkers zijn vinger op en zei: ‘Hannah Arendt is toch geen filosofe?’ ‘Hoezo, waarom niet?’ vroeg ik hem. Hij dacht even na en toen zei hij: ‘Dat is een vrouw.’ Anno 1999, waar gebeurd.

Mijn dochter Rodante studeert nu filosofie. Het is toch ten hemelschreiend dat ik me dertig jaar geleden met veel anderen sterk heb gemaakt opdat er ook vrouwelijke auteurs zouden worden bestudeerd, en dat zij nu aan dezelfde universiteit studeert en er maar één vrouwelijke docent is, die het ook alleen maar over mannen heeft. Rodante gaat nu naast filosofie verloskunde studeren om de overwegend masculiene belevingswereld van de westerse wijsbegeerte aan te vullen vanuit een feminiene traditie. Zoals zij het zegt: Socrates, maar ook zijn moeder. Ze voelt zich onteigend als ze alleen maar binnen die puur mannelijke filosofische traditie blijft. Dat voelde ik vroeger ook al. In het lijstje met vrouwelijke hoogleraren filosofie wereldwijd bungelt Nederland ergens onderaan. Er zijn landen in Afrika die het beter doen. Terwijl er al 70 jaar lang meer vrouwelijke studenten afstuderen, met betere cijfers en in kortere tijd. Maar daarna gebeurt er iets, een oud mechanisme treedt in werking.

Wist je dat Kairos een genderbender is? Bij de Romeinen transformeert hij in een vrouw, en heet ze Occasio. Ze heeft hetzelfde punkkapsel, maar is een struise bevallige godin van de juiste gelegenheid. Zo ambigu en dubbelzinnig Kairos is, zo voel ik me ook een beetje in de westerse filosofische traditie. Ik ben ervan overtuigd dat als die filosofische traditie in Nederland overwegend masculien blijft, we kansen laten liggen om de verbondenheid te zien met de wereld en de maatschappij.

U spreekt dan ook van mancipatie in plaats van emancipatie, een proces van vermannelijking.

Hermsen: Ik kom uit de poststructuralistische filosofie, ik heb in Parijs gestudeerd bij Gilles Deleuze, Jacques Derrida, Sarah Kofman. Dat zijn geen gelijkheids- maar differentiedenkers. Waar het om gaat, is een maatschappelijk model te creëren waarin masculiene en feminiene posities en denkrichtingen, scheppingsprocessen naast elkaar kunnen en mogen bestaan, in al hun varianten.

Sommigen menen dat het beter is om verschillen niet te benoemen, dan spelen ze ook geen rol meer.

Hermsen: In Zweden probeert men bijvoorbeeld elk geslachtsonderscheid uit te wissen. Ik vind dat gek, dat soort dingen kun je nooit van hogerhand opleggen. Onze taal is gebaseerd op een spel van opposities. We kunnen niet zeggen dat we het warm hebben als we niet kunnen zeggen dat we het koud hebben. Als een bepaald woord een scheldwoord is geworden, dan kun je alternatieven aanreiken, ja, maar het is raar om mensen te verbieden om onderscheid te maken in geloof, ras, sekse. Omdat je dan op een gegeven moment niets meer kunt zeggen.

‘Ik merk dat de belangstelling voor die diepe filosofische traditie in Vlaanderen groter is dan in Nederland. En jullie schrijfsters leveren meesterwerkjes af.’

U bent uiteindelijk vertrokken aan de universiteit.

Hermsen: Het vechten tegen de bierkaai, en je niet welkom voelen binnen een traditie gaat op een gegeven moment aan je knagen. Het werd me te eenzaam, zo zonder vrouwelijke collega’s. Toen Marjolein Februari, de enige andere Nederlandse filosofe die ik kende en waardeerde zich tot Max liet ombouwen, was ik een beetje verdrietig, ja. En we hadden ook Patricia Demartelaere, natuurlijk, die helaas veel te vroeg is overleden.

Ik merk dat de belangstelling voor die diepe filosofische traditie in Vlaanderen groter is dan in Nederland. Ann Meskens is bijvoorbeeld een filosofe die op een speelse manier schrijft. Zonder met een feministische vlag te zwaaien, lukt het haar om krachtig en verbeeldingsrijk werk neer te zetten. Jullie hebben ook erg goeie schrijfsters. Hoe Saskia De Coster in Wij en ik een geweldig portret van de nieuwe generatie neerzet, is lovenswaardig. En De kunst van het vallen van Gaea Schoeters vond ik een prachtig boek. Vlaamse schrijfsters nemen het voortouw in het afleveren van meesterwerkjes, vind ik.

Maar misschien zijn de vrouwelijke denkers nu wel op een andere manier aan een opmars bezig. In Nederland hebben we Simone van Saarloos en Nina Weijers. Die meiden zijn begin de twintig en kennen de filosofische traditie erg goed. Weijers en Van Saarloos hebben de enige seksistische talkshow van Nederland, een talkshow waar ze alleen vrouwen uitnodigen. Ze zijn bloedmooi, slim, en weten met een knipoog en de nodige zelfspot dat feministische punt naar voren te brengen. Ik vind het hoopvol dat die jonge generatie op een speelsere en minder verontwaardigde manier de eigen ruimte wil veroveren. Maar dat laat onverlet dat ze die ruimte nog lang niet overal krijgen.

U maakt zich ook erg boos over het heersende cynisme en de negativiteit.

Hermsen: In Nederland dweept men met Herman Koch. Als ik ooit tegen een literaire stroming zou schrijven dan is het die wel. Koch schopt werkelijk tegen alles aan. Eerst tegen de kunstwereld, nu het onderwijs. Niets deugt, behalve de auteur zelf. Dat is cynisme pur sang. De cynicus gelooft niet in verandering of verbetering. Het enige wat hij kan doen – dat liet ik ook zien in mijn roman Blindgangers – is een hedonistische levenshouding aannemen van zoveel mogelijk consumptie. We gaan het zo lekker mogelijk hebben, en de rest zoekt het maar uit. We nestelen ons in onze privéstulpjes, omringd door beeldschermen en dure flessen wijn. Maar zo gaat de wereld teloor.

Ik weet dat Koch ontzettend goed schrijft, ik heb er zelf ook erg hard om moeten lachen. Die ironie en die humor zijn zijn verdienste. Maar bij Koch gaat de deur helemaal dicht. Dat hebben we vandaag net niet nodig, vind ik. Ik heb kinderen. Dat alleen al inspireert me tot een andere levenshouding. En gelukkig is er ook een andere stroming aan het opkomen. Er gebeuren zoveel nieuwe en positieve initiatieven die het over een andere boeg gooien. Mensen herontdekken ambachten, men start coöperatieven op. Upcycling, korte ketenhandel… Alleen worden die acties nu nog erg gemarginaliseerd.

Herman Koch heeft de wereld opgegeven, u niet? U blijft optimistisch?

Hermsen: Optimistisch is al te veel. Als je focust op wat de mens tot mens maakt, namelijk dat hij een geboortelijk wezen is zoals Hannah Arendt het zo mooi zegt, dan weet je ook dat een mens opnieuw kan beginnen en nieuwe initiatieven kan ontplooien. Dat alleen al maakt de mens tot een wezen van hoop. Dankzij onze verbeeldingskracht zijn we in staat nieuwe vergezichten te ontwerpen. We kunnen interveniëren, we kunnen de wereld veranderen. Het wordt tijd om het cynische nihilisme achter ons te laten en weer eens wat utopische stippen op de horizon van ons denken te plaatsen. En dat gebeurt gelukkig ook op tal van terreinen. Dat is de kwintessens van mijn boek.

Joke J. Hermsen, Kairos – Een nieuwe bevlogenheid, Arbeiderspers, 310 blz., 19,95 euro.

Dit artikel verscheen eerder in Knack 29 (2014).