Zomerzon op het vaderland: de graven van Flanders Fields liggen wit te glanzen. De velden als een lappendeken in varianten op groen en geel rond de doden gedrapeerd. Maar er is niets knus aan Tyne Cot Cemetery in Passendale en de vele andere begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. De locatie is idyllisch, de mensen die er liggen begraven jong.

Gegronde redenen om in een supermarkt dwars op de grond te gaan liggen:

1.

J. is ernstig ziek. Ik zoek naar mooie woorden, maar ik vind ze niet. Beterschap, mail ik hem. Ik tik het hartsgrondig. Maar Helvetica blijft Helvetica, al plak ik er nog zoveel emoji’s achter.
Onvermogen is een woord dat ik wèl vaak tegenkom. Ik spel het met weerzin en met opgetrokken neus.
Ik wil schrijven dat het leven onkneedbaar is, de automatische spelcorrector maakt er onkenbaar van. Is het leven onkenbaar? Ik lig in bed en adem het donker in. Die ruikt naar bedwelmend rotte hyacinten.