WAAROM WE HEEL TEDER MOETEN ZIJN VOOR ELKAAR

©Jenny Holzer
Ik had bijna niets geschreven. Of een lege pagina met daarop ‘Ga op uw handen zitten en haal diep adem voor u uw gal uitstort op Facebook of Twitter’. Maar toen botste ik op een zin van de Amerikaanse kunstenares Jenny Holzer. ‘It is in your self interest to find a way to be very tender.

Een zin die blijft hangen. Het is een van de truïsmes die Holzer gebruikte in de reeks ‘Survival’, werk dat ze maakte tussen 1983 en 1988. De kunstenares projecteert haar waarheden op muren, ze maakt er billboards van, of ze lettert ze in de vintage lichtreclame op het afdak van oude Amerikaanse bioscopen.

In essentie is iedereen diep vanbinnen eenzaam

De zin leek me een gepast antwoord op alle discussies die ik de afgelopen dagen zag verschijnen op de sociale media naar aanleiding van het overlijden van Steve Stevaert. Er zou een alarmknop op sociale media moeten bestaan, schreef iemand, zodat mensen onder invloed van alcohol, drugs en extreme emoties hun innerlijke gedachtestroom niet te grabbel kunnen gooien. Maar net zoals gebeurde na de aanslagen in Parijs, openden de sluizen van de bagger zich opnieuw.

Zoveel oordelen, zoveel hardheid. Zo weinig inlevingsvermogen met meer dan één partij. Pro’s en contra’s, wit en zwart, en daartussen een dorre leegte. Nul tinten van eender welke kleur. De polonaises op het graf van iemand die ooit razend populair was en nog steeds graag gezien door zijn vrienden, gaven me koude rillingen. Ik las lessen in hoe je te gedragen bij verkrachting en uitspraken als ‘lekker makkelijk’.

Men klaagt dat de samenleving harder en hartelozer wordt. Maar begint meer hartelijkheid niet bij onszelf?

Als ik ooit al wenste te weten wat anderen diep vanbinnen dachten, dan trek ik die wens nu in. Leedvermaak, onvermogen, blinde haat: waar brengt ons dat? Communiceren, weten we dan echt niet hoe dat moet eens niet onze monden het medium zijn maar onze vingers op een klavier? En kunnen we nog wel luisteren naar elkaar? We spuien allemaal onze mening, maar waar in hemelsnaam is het gesprek gebleven in onze door communicatie gedreven samenleving? Waar is het respect waar men wel van vindt dat men er recht op heeft, maar dat blijkbaar erg moeilijk is om zelf te tonen?

In essentie is iedereen diep vanbinnen eenzaam. Ik kan u niet doen voelen wat ik voel. Ik kan niet voelen wat u voelt. Ik weet niet hoe het is om te bestaan in een andere huid dan de mijne. We kunnen elkaar daar iets over vertellen, maar het vat op geen enkele manier samen wie we zijn. Ondanks al onze strategieën en zelfverdedigingstechnieken zwemmen we in donkere poelen en dat doen we onbeschermd.

Als in een spiegelpaleis botsen we tegen onze eigen woordeloze frustraties. We weten niet hoe we ons onbehagen moeten verwoorden

Onze diepste emoties – angst, woede, perversie – zijn wild maar gekortwiekt. Omdat we ze amper mogen voelen, kunnen we er geen weg mee, en dat maakt ons razend. Als in een spiegelpaleis botsen we tegen onze eigen woordeloze frustraties. We weten niet hoe we ons onbehagen moeten verwoorden, behalve dan door op hoge toon vergelding en genoegdoening te eisen.

Men klaagt dat de samenleving harder en hartelozer wordt. Maar begint meer hartelijkheid niet bij onszelf? We oordelen allemaal, we worden allemaal veroordeeld. We keuren af, worden afgekeurd. We weten wat het betekent en hoe het voelt. Maar weten we ook hoe je de uitgerafelde pels van die wilde emotie kunt aaien, hoe je pijn erkent, hoe je een getroffen mens op die manier weer tot de levenden kunt brengen?

Zoals Holzer al blokletterde, en Otis Redding zo mooi zong: ‘Try a little tenderness‘. We kunnen niet anders, willen we onze menselijkheid niet verliezen.