COLUMN Dagen zonder brol 

Snow White. ©Mark Ryden
Weken geleden schreef ik me in voor de vegetarische actie Dagen zonder Vlees. Tot het zover was.De vakantieweek bleek uitzonderlijk druk, er moest veel geschreven worden. Tijd voor boodschappen en uitgebreid kokkerellen was er niet. Op vastenavond gingen we snel iets eten in een van onze plekjes waar ook de kleinste telg welkom is.

Ik koos voor gamba’s, dan at ik alvast geen vlees. Ik eet zelden gamba’s, en al helemaal niet op restaurant, maar de ‘zonder vlees’-mantra beheerste mijn schuldcomplex. De gamba’s waren lekker, daar niet van, maar nog voor het bord op tafel verscheen, herinnerde ik me weer waarom gamba’s nooit een goed idee zijn. Terwijl het vlees dat op die specifieke menukaart stond van biologische origine is, heeft de gambavangst in Zuidoost-Azië een ecologische voetafdruk tien keer zo hoog als die van de vleesindustrie.

Voor de vleesindustrie wordt het Amazonewoud ontbost, zowel om vee te houden als om soja te telen dat vee overal ter wereld moet voeden. Dat is kwalijk: inheemse volkeren worden bedreigd, de biodiversiteit staat onder druk, de bodem verschraalt, de afvalberg groeit, het grondwater raakt vervuild, de droogte neemt toe, net als de uitstoot van CO2. Tegelijk worden stukken van de groene long die het Amazonewoud is geamputeerd. Met de garnalenteelt in Zuidoost-Azië is het al even erg gesteld: daarvoor worden mangrovebossen uitgegraven, wat de biodiversiteit van tropische kustlijnen vernietigt, terwijl zo’n kwekerij na vijf-zes jaar ‘op’ is en er enkel woestenij rest.

Ik was niet goed begonnen. En het werd alleen maar erger.

Eetstress

Op de eerste dag van de veertig bleek dat de kip bedoeld voor de vorige dag vergeten in de ijskast lag. Ik gooi geen eten weg, dus de kip ging de oven in.

Op de tweede dag haalde mijn lief vegetarische lasagne bij ‘de jongens’, onze troetelnaam voor de traiteur in de buurt die enkel met streekproducten werkt. Schouderklopje voor onszelf. Denk ik.

Op de derde dag maakte ik een geweldig lekkere groenteschotel met biologisch geteelde bloemkool, gele en oranje wortelen, koolrabi en venkelzaad. En opnieuw kip, uit de diepvriezer deze keer, die dringend op moest. We dronken er een lekker wijntje bij, en bedachten dat het zonder die kip ook wel lekker was geweest. Tot de nacht viel en we leerden dat koolrabi niet geweldig goed verteert.

Tijdens het weekend trokken we naar zee, waar ik hoopte dat ik het ‘handgepelde’ dat vooraf ging aan de Noordzeegarnalen op de menukaart van de brasserie mocht geloven. Op zondagavond aten we zelfgemaakte pompoensoep met zelfgemaakte kippenbouillon, opnieuw uit de diepvries, brood met een Frans kaasje en gerookte zalm. Fout fout fout.

Ik was nog steeds niet goed bezig. Ondanks alle Ottolenghi’s en kookboeken als The Green Kitchen bleek de gewoonte moeilijker te doorbreken dan gedacht. Het mocht niet en van de weeromstuit kon ik aan niets anders meer denken. Ik kreeg stress. Want wat mocht ik nu eigenlijk wel eten?

Groenteburgers, was het antwoord toen ik mijn vertwijfeling deelde op Facebook. Op de site van Dagen zonder Vlees maakt men bij de suggesties en recepten voor inspiratieloze vegetariërs reclame voor de Garden Gourmet Burger. Hebt u wel eens de ingrediënten van zo’n groenteburger gelezen? 

Water, 17% plantaardige eiwitten (soja, tarwe), plantaardige oliën (zonnebloem, koolzaad in variërende verhoudingen), paneermeel (gluten), scharrelei-eiwitpoeder, ui, aardappelzetmeel, maltodextrine, zout, gehydrolyseerd tarwe-eiwit, rijsmiddelen (E450, natriumcarbonaat), knoflookpoeder, peterselie, gerstemoutextract, aroma’s, gist, specerijen (zwarte peper), stabilisator (guarpitmeel).

Kijk, als ik brol wil eten, dan ga ik wel naar de frituur.

Additieven en exotische groenten

Die Dagen zonder Vlees zijn ontzettend goed bedoeld, en de producten van de partners waar men mee in zee gaat, zijn misschien minder schadelijk voor het milieu, maar hoe schadelijk zijn smaakmakers en emulgatoren voor de mens? Soja, of het nu in poedervorm opgelost is in water, in een spinaziesmoothie gaat of tot tofu werd verwerkt, heeft heel wat industriële stappen doorlopen voor het verpakt in de voorraadkast belandt. Er zitten erg veel additieven bij waar men amper van weet wat het doet met ons lichaam, en dan is er nog de vraag wat genetisch gemanipuleerde organismen op onzichtbaar niveau van schade aanrichten.

Sinds de rage van de superfoods is bijvoorbeeld ook het verbruik van amandelen exponentieel gestegen. Amandelbomen zijn dorstige klanten, wat maakt dat de amandelboomgaard die Californië is nu met zware droogteproblemen kampt. En hebt u de oorsprong van de groenten en het fruit in uw warenhuis al eens bestudeerd? Bio-appeltjes uit Nieuw-Zeeland? Mange-touts uit Kenia? Citroenen uit Argentinië?

Bij het opzoeken van ingrediëntenlijsten en landen van afkomst, kon ik alleen maar bedenken dat groenten- en fruitteelt ook een industrie zijn. Dat eender welke koek of saussoort die uit een fabriek komt, dankzij de toevoeging van geraffineerde suikers of bloem net zo goed een aanval op ons lijf is, dat toch ook een stukje natuur is.

Loco

Ik geef het toe: ik mis de smaak van vlees of vis, dat zoutige van iets dat gebakken is. Er zitten in mijn keukenrepertoire best wat vlees- en visloze recepten. Maar onthouding? Of vleesvervangers? Nee, daar doe ik niet aan.

Na het doorploegen van receptenboeken en uren van wikken en wegen, heb ik beslist om mijn ‘dagen zonder’ anders aan te pakken. De een stopt met vlees eten, de ander schrapt suiker of tarweproducten. Ik onthoud me van brol. Veertig dagen zonder eten dat op grote schaal en industrieel werd verwerkt, zonder emulgatoren, zonder verborgen suikers en bewaarmiddelen.

Ik keer terug naar de basis: groenten en fruit haal ik bij de bioboer, vlees bij de natuurslager die een eigen hoeve heeft, kaas bij de lokale boeren. Ik ga terug naar de markt, en extra’s of uitzonderingen koop ik in de bioshop. Wat niet te vinden is dat voldoet aan het principe van duurzaamheid en korte keten, komt gewoon niet op tafel. En dan heb ik nog het geluk dat er in mijn stad binnenkort twee verpakkingsarme winkels openen waar je lokale en/of fairtrade producten in bulk kunt kopen: Moor&Moor  en Ohne. Ook dat is eenvoudiger leven, en in zekere zin een manier van vasten en herbronnen.

Je zou het een vorm van paleo kunnen noemen, het hippe holemensdieet. Ik noem het loco. Omdat ik in het diepst van mijn gedachten misschien wel een beetje een dolgedraaide holbewoner ben.

Dit artikel verscheen op 24 februari 2015 op deredactie.be.