VADER ZKT. ERKENNING

Uit een enquête van de Gezinsbond blijkt dat moeders vijftien weken kraamverlof te weinig vinden. Maar ook vaders zijn ongelukkig met de schamele tien dagen vaderschapsverlof. Bovendien ervaren mannen die willen ‘zorgen’ nogal wat tegenstand. Laten we hen hun eigen uitgebreide zorgverlof geven. Daar wordt iedereen beter van.

“Papa, jongens dragen geen jurken, hè?”

Mijn kleuterdochter staat bij haar vader die een hemd strijkt. Zij draagt een zwierige jurk, ze is blij. En ik ook: deze ochtend geen discussie die begon met “Ik wil geen broek aandoen!” Ze mag dan pas vier zijn, ze heeft al een duidelijke mening over kleren. Net adviseerde ze me nog om ook zo’n zwierige jurk aan te trekken. Maar na mijn antwoord – “Mama draagt liever een broek vandaag” – stapte ze naar haar papa om zijn kledingkeuze te inspecteren.

“Papa, jongens dragen altijd een broek, hè?”

Zijn antwoord, grappend: “Anders lopen ze in hun blote billen.”

Zij, onverstoorbaar: “Maar ze dragen geen jurk, hè?”

Hij: “Soms wel, hoor.”

Het is vertederend om hen bezig te zien. In profiel tegenover elkaar. Zij kijkt peinzend naar hem op, terwijl hij, voorlopig de belangrijkste man in haar leven, haar nu al leert dat man zijn en jurken en strijken elkaar niet in de weg hoeven te staan. Hopelijk onthoudt ze het.

Steeds vaker zie je ze opduiken: zorgende vaderfiguren. Of het nu president Obama is die op stap is met zijn dochters of op zijn buik naast een peutertje ligt, of Facebook-CEO Mark Zuckerberg die zijn babydochter Max de fles geeft: het laat – cuteness alert! – weinigen onberoerd. Vaders publiceren ook bestsellers. Soms onnozele, zoals de Nederlandse auteur Kluun met Help! Ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt, dat alle clichés over mannen bevestigt. Soms intelligente, zoals De papa paradox van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Paul Raeburn, die brandhout maakt van diezelfde clichés.

Net verscheen nog de Nederlandse vertaling van Vaderdag, de tweede roman van de Amerikaanse schrijver en filosoof Simon Van Booy. Het verhaal gaat over een ex-lid van een motorbende dat onverwachts het hoederecht krijgt over zijn kleine nichtje Harvey. Teder en ontroerend, luiden de kritieken. Opmerkelijk detail: Van Booy kon terugvallen op zijn eigen ervaring als alleenstaande vader. In 2008 overleed zijn vrouw Lorilee, moeder van de toen driejarige Madeleine.

Helden

Een man die niet te beroerd is om voor het oog van de wereld tederheid te tonen: je kunt je afvragen wat daar zo baanbrekend aan is. Maar we kennen het antwoord. Hij doet iets wat we niet verwachten van een man. Geen mens die smelt bij het verhaal van een moeder die zich over haar kinderen ontfermt. Dat vinden we normaal. Sterker nog: als je mag afgaan op de commotie die er heerst rond het geven van borstvoeding in het openbaar, ziet men zorgende moeders het liefst niet, tenzij ze er even onberispelijk uitzien als Kate Middleton een paar uur na de bevalling. Maar dat is een ander verhaal.

De nog steeds vastgeroeste gedachte dat vrouwen gemaakt zijn om te zorgen en mannen niet, is een sterk staaltje van genderstereotypering. Want hoewel zorgende vaders – vooral door vrouwen – worden bejubeld als helden, heeft de medaille ook een keerzijde. Onze machocultuur pikt het niet altijd dat mannen voor hun kinderen kiezen. Dat maakt dat vaders, ook al geven ze zelf aan dat ze meer tijd willen doorbrengen met hun kinderen, in de praktijk nog steeds minder aanwezig zijn in het leven van kinderen dan moeders. Dat onevenwicht blijkt uit tijdsbestedingsonderzoeken en studies rond vaderschaps- en ouderschapsverlof.

Recente studies tonen aan dat vrouwen nog steeds het leeuwendeel van de was, de plas en de zorg voor de kinderen op zich nemen. Volgens het laatste grootschalige onderzoek (VUB, 2015) spenderen mannen tussen 18 en 75 jaar wekelijks 9,5 uur meer aan betaalde arbeid dan vrouwen en 5,5 uur meer aan vrije tijd, terwijl vrouwen wekelijks bijna 8 uur meer besteden aan huishoudelijk werk, kinderzorg en opvoeding. Dat betekent echter niet altijd dat mannen hun deel van de gezinstaken niet willen opnemen, maar te zien aan het percentage moeders dat deeltijds werkt (in 2014 was dat 41 procent vrouwen tegenover 9 procent mannen die in de privésector werken) geloven we blijkbaar nog steeds dat zorgen iets voor vrouwen is.

In een studie uit 2010 becijferde het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) evenwel dat zo goed als alle vaders (93,8 procent) verlof opnemen bij de geboorte van hun kind. De gemiddelde duur van dit verlof is twaalf dagen, dus twee dagen meer dan de reglementaire tien dagen vaderschapsverlof. Uit datzelfde onderzoek leerde het IGVM zelfs dat mannen die tien dagen vaderschapsverlof te weinig vinden, wat gisteren opnieuw werd bevestigd in een rondvraag van de Gezinsbond. Ideaal zou 22 dagen zijn, vinden ze. Ook het aantal vaders dat ouderschapsverlof opneemt, stijgt gestaag. Volgens een recent rapport van de OESO evolueerde hun aantal van 8 procent in 2002 naar 26 procent in 2012. In 2015 betaalde de RVA per maand gemiddeld 58.374 uitkeringen aan mensen met ouderschapsverlof. Meer dan een derde van hen waren mannen.

Van ambitieuze vrouwen lijkt men bang, vaak worden ze gedemoniseerd. Maar koesterende mannen blijken al even zorgwekkend in de orde der dingen

Hoe positief deze ontwikkeling ook is, toch zeggen mannen dat het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt om vader- of ouderschapsverlof te nemen. Zo bestaat er in België nog steeds geen bescherming tegen ontslag van een man die met vaderschapsverlof is. Werkgevers staan bovendien niet altijd te springen om broedse vaders de kans te geven om bij hun pasgeborene te zijn. Die bescherming is er wel voor mensen die ouderschapsverlof opnemen, maar mannen ervaren ook andere obstakels. Omdat men van mannen verwacht dat ze hun werk op de eerste plaats zetten, hebben veel vaders die die keuze maken het gevoel dat ze gediscrimineerd worden op de werkvloer. Ze mislopen promoties omdat de werkgever hun keuze interpreteert als een gebrek aan ambitie of engagement.

Niet alleen oversten maar ook collega’s spreken hen smalend aan op het feit dat ze soms afwezig zijn. Van ambitieuze vrouwen lijkt men bang, vaak worden ze gedemoniseerd. Maar koesterende mannen blijken al even zorgwekkend in de orde der dingen. Ondanks de vaderlievende media leeft een groot deel van de samenleving dus nog steeds op twee sporen, een mannelijk en een vrouwelijk spoor. Men blijft ervan overtuigd dat zorg een vrouwelijke kwaliteit is en ambitie een mannelijke. Zo reserveert Carrefour nog steeds speciale in het roze geschilderde parkeerplaatsen ‘voor moeders en hun baby’s’. Alsof vaders geen boodschappen kunnen doen met een Maxi-Cosi aan de arm. Die twee lijken wel olie en azijn: onverenigbaar.

Je zou kunnen argumenteren dat mannen zich daar maar over moeten zetten, maar anderzijds: waarom hen als ouder negeren? Vaders zijn zo goed als onzichtbaar in de wereld van baby’s en peuters. De hele kinderwereld, van luierreclame tot schoolafspraken, lijkt zich nog steeds rond de moeder af te spelen. Dat beperkt niet alleen vrouwen, die de druk van de samenleving maar al te goed voelen, maar ook mannen.

Obstakels

Naast die machocultuur speelt ook nog een andere kracht mee. Vorige week presenteerde de Gentse sociologe Sinem Yilmaz de tussentijdse resultaten van een doctoraal onderzoek dat ze voert aan de UGent. Haar focus is het blootleggen van de obstakels die sociaal mobiele vrouwen van Vlaamse en Turkse origine ervaren in het hanteren van de zogeheten work-life balance. Blijkt onder meer dat veel Vlaamse vrouwen het huishoudelijk werk toch liever zelf doen in plaats van het uit handen te geven aan hun partner. ‘Ze doen het zichzelf aan’, concludeerde De Standaard. Kort door de bocht, want dat is niet het enige wat je over het fenomeen maternal gatekeeping kunt zeggen.

Maternal gatekeeping is de reflex waarbij een vrouw haar partner op afstand houdt als die op haar traditionele terrein wil komen. Maar tenzij de man in kwestie écht een gevaar betekent voor de kinderen of het servies, of tenzij ze een controlefreak is, gaat het hier vaak over het onbewust verderzetten van een traditioneel patroon. Uit onderzoek aan de Universiteit van Austin, Texas, blijkt bijvoorbeeld dat het gevoel van competentie en zelfvertrouwen bij de moeder daalt naarmate de vader meer zorg voor een boreling opneemt.

Het gevoel van competentie en zelfvertrouwen bij de moeder daalt naarmate de vader meer zorg voor een boreling opneemt

Toch zullen veel vrouwen bij hoog en bij laag beweren dat ze zelf voor die rol kiezen, dat ze geen druk ervaren. Maar is dat wel zo? Ben ik de enige vrouw wier moeder afkeurende opmerkingen maakte als ik om halfzeven ’s avonds nog aan het werk was? Die weleens te horen kreeg dat het comfortabel zou zijn als het eten tegen zes uur op tafel stond? Of dat die babykilo’s te lang bleven plakken? En ik was op mijn 35ste toch vast niet de enige kinderloze vrouw die te horen kreeg dat ze egoïstisch was? Als dat geen druk is, weet ik het niet.

Dat zelfs een moderne samenleving waar mensen vrij kunnen kiezen, erg traditioneel blijkt als het over ouderschap gaat, bevestigt de Nederlandse sociologe Renske Keizer. Volgens Keizer, die als bijzonder hoogleraar Vaderschap verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam, is vooral de doorgedreven moederschapsideologie mee verantwoordelijk voor het afremmen van vaderlijke zorg. Moederschapsideologie uit zich bijvoorbeeld in de trend van natuurlijk bevallen (want dan pas ben je een echte vrouw), in de druk op vrouwen om voor borstvoeding te kiezen, en in de schroom die velen voelen om opvang te zoeken voor hun kind. De angst om als slechte moeder te worden gezien zit er bij veel vrouwen dik in, wat het erg moeilijk maakt om hun rol als supermoeder los te laten. Dus maternal gatekeeping is niet zozeer de oorzaak van het onevenwicht, maar eerder een symptoom van een samenleving die nog steeds met twee maten en twee gewichten kijkt naar wat een goede man is en wat een goede vrouw.

Bovendien is de stelling dat mannen incompetent zouden zijn en niet in staat om te zorgen een mythe. Mocht dat echt waar zijn, dan is dat slecht nieuws voor de kinderen in veel van de 225.000 eenoudergezinnen in Vlaanderen. Bij de Aka-pygmeeën, een Afrikaans volk van jagers-verzamelaars waarbij de hele groep – mannen, vrouwen en kinderen – mee op jacht gaat, spenderen vaders zo’n 47 procent van hun tijd met hun kinderen. De uren en uren die Aka-vaders met hun kroost doorbrengen – ‘kwantiteitstijd’ in plaats van onze zogenaamde qualitytime – zou de intimiteit tussen vader en kinderen verdiepen. Veel alleenstaande vaders getuigen dat alleen voor hun kinderen zorgen de relatie met hen inderdaad heeft versterkt. Helpen bij het tanden poetsen en het boterhammen smeren schept een innige band.

Kostwinner

Waar komt die misleidende gedachte dan vandaan? In de eerste plaats is ze gebaseerd op het hardnekkige gerucht dat vaders niet relevant zijn in de eerste levensjaren van de ontwikkeling van hun kinderen. Sinds Darwin en Freud de exclusieve focus op het kind bij de moeder legden, dacht niemand eraan om die veronderstelling tegen te spreken. De biologie zorgde er immers voor dat moeders een unieke band hadden met hun zuigelingen. Als voorziener van melk had het kind in de eerste plaats zijn moeder nodig, stelde men. Bijgevolg nam men aan dat mannen niet toegerust waren om de signalen van boorlingen te begrijpen. Tot de jaren 60-70 beperkte de maatschappelijke rol van de vader zich tot die van gezinshoofd en kostwinner. Een generatie geleden dachten psychologen nog steeds dat dat het enige was dat een vader kon bijdragen. Dat misverstand maakt ook dat vaders in het toewijzen van het hoederecht tijdens een vechtscheiding al te vaak aan het kortste eind trokken.

Dat vaders lang over het hoofd werden gezien door wetenschappers en pedagogen, hield hen enigszins onzichtbaar. Intussen weet men beter: vaders zijn enorm belangrijk voor de ontwikkeling van hun kinderen. Meer en meer studies wijzen erop dat een betrokken vader een positieve invloed heeft. Zijn actieve aanwezigheid bij boorlingen is bijvoorbeeld bevorderlijk voor de nachtrust van het kind. Ook zou er een positief verband zijn tussen de betrokkenheid van de vader en de taalvaardigheid en de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Omgekeerd kon men aantonen dat afstandelijke vader-zuigelinginteracties overeenkomen met een hogere mate van agressief gedrag bij het kind. Ook de relatie met de partner blijkt overigens bevredigender te zijn als vaders veel tijd doorbrengen met hun kinderen.

Claimen dat zorgende vaders onnatuurlijk zijn, is de realiteit bovendien geweld aandoen. Bij zo’n 5 tot 10 procent van de zoogdieren helpen de mannetjes de vrouwtjes bij de verzorging van het nageslacht. Bij penseelaapjes bijvoorbeeld, een monogame apensoort die twee nesten per jaar heeft, worden de jongen na de geboorte gedragen door de vaders. Ook al lijkt het erop dat de natuur de moeder-kindband prefereert, toch zorgt diezelfde natuur ook voor veranderingen bij de vader. Bij de penseelaapjes vertonen de mannetjes al tijdens de zwangerschap van het vrouwtje tekenen van wat men het couvadesyndroom noemt: ze krijgen zelf ook zwangerschapsverschijnselen. Ze worden bijvoorbeeld zwaarder. Ook mensenmannen ervaren couvade tijdens de zwangerschap. Zo stijgt het prolactineniveau – het borstvoedingshormoon – ook bij een verse vader, en daalt het mannelijk testosteron bij de geboorte van het kind. Hoe lager het testosteron, hoe zorgzamer de vader.

Zorg = onbetaald werk

Maar toch is er nog een andere verschuiving nodig als we willen dat mannen ongegeneerd hun zorgende kant uitleven. De samenleving waardeert betaald werk, maar onbetaald werk, zoals zorg, is niets waard. Voor wie in economische termen denkt, behoort zorg tot de privésfeer. De stereotiepe gedachte is dus niet alleen dat zorg vrouwelijk is, maar ook minderwaardig. Zolang men zorg niet ontdoet van die labels, zullen veel mannen zich oncomfortabel blijven voelen bij het opnemen van zorgtaken. Het zou dus geen kwaad kunnen om normale menselijke kwaliteiten, of dat nu zorgend zijn is of ambitie hebben, te ontdoen van hun genderspecifieke etiketten.

De samenleving waardeert betaald werk, maar onbetaald werk, zoals zorg, is niets waard

Misschien was dat het punt dat Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten in gedachten had toen ze half mei opperde dat mannen misschien een deel van de 15 weken moederschapsverlof van vrouwen (of tenminste: van vrouwen in contractueel dienstverband) konden overnemen en zo de zorg voor de baby te delen. Had Rutten iets onthouden uit het Zweedse systeem van ouderschapsverlof? In Zweden beschikt een ouderpaar (maar ook een alleenstaande ouder) per kind over 480 dagen of 16 maanden betaald ouderschapsverlof. Drie maanden daarvan zijn exclusief voor elke ouder, dus niet overdraagbaar naar elkaar. De overige 300 dagen zijn vrij onder elkaar te verdelen. Ouders krijgen bovendien een bonus naarmate ze die verlofdagen gelijk opsplitsen.

Let op het verschil tussen de 15 weken verworven recht op moederschapsverlof, die volgens een recente bevraging van de Gezinsbond toch al als minimaal wordt ervaren maar waar Rutten dus aan wil knabbelen, en de 16 maanden waarmee Zweden zowel moeders als vaders steunt in het combineren van werk en zorg. In een tijd waarin steeds meer mensen ondervinden dat leven om te werken niet zaligmakend is, en velen verlangen naar een leefbaardere work-life balance waarbij zowel mannen als vrouwen het beste van de twee werelden kunnen hebben, lijkt een uitgebreider en wettelijk beschermd vaderschapsverlof een interessantere eerste stap.

Alleen door onze kinderen te tonen dat het kan, krijgen we later misschien een generatie volwassenen die vlotjes van broek en jurk wisselen en hun verschillende rollen zonder schroom kunnen vervullen. Een generatie jonge mensen die weten dat mannen die zorgen voor kinderen geen bedreiging zijn voor hun mannelijkheid of vrouwelijkheid.

Dit artikel verscheen in De Morgen van 11 juni 2016.