KUNNEN VADERS ZORGEN? OVER MATERIAAL GATEKEEPING, MOEDERSCHAPSIDEOLOGIE EN HET VISSEIZOEN IN ZWEDEN

Papa achter de kinderwagen. Papa op oudercontact. Papa met een doos luiers in de winkelkar. De zorgende vader duikt overal op, van de dijk van Oostende tot het reclameblok op tv. Zijn dat zeldzame uitzonderingen? Kunnen mannen voor de kinderen zorgen? Willen ze dat? En mogen ze wel? Vijf experts ontwarren de complexe knoop van stereotypes en misvattingen over de zorgkwaliteiten van mannen.

Kinderen die zelfredzamer en gelukkiger zijn. Die betere punten behalen. Die minder gedragsproblemen hebben. Die beter in hun vel zitten. Die empatischer zijn en betere relaties met broers en zussen hebben. Het is allemaal een gevolg van een zorgende vader, blijkt uit onderzoek. Ook moeders zijn geduldiger en flexibeler als ze worden gesteund door hun partner. ‘Maar ook vaders hebben er veel bij te winnen als ze mee voor de kinderen zorgen’, zegt de Nederlandse psycholoog Vincent Duindam, die al in 1997 het boek Zorgende vaders uitbracht. In de gepopulariseerde versie van zijn doctoraatsonderzoek naar betrokken vaders beschreef hij onder meer hoe mannen die deeltijds werkten en meer tijd doorbrachten met hun gezin merkelijk gelukkiger waren.

Het leek Duindam vanzelfsprekend dat het nieuwe vaderschap twintig jaar later de norm zou zijn, maar dat valt tegen. Vandaag moet hij toegeven dat er weinig veranderd is. Duindam: ‘In hoe we over vaderschap praten en denken, lijken we al veel verder te staan. Maar in de praktijk is dat niet zo. Er is een groter verschil tussen de levens van dochters, hun moeders en hun grootmoeders dan tussen dat van zonen, vaders en grootvaders.’

Nochtans is het beeld van de tedere en betrokken vader niet meer weg te branden. De trotse papa met een boorling in een draagzak, de potige man achter de kinderwagen: we lopen ze tegen het lijf, op straat, in de supermarkt. Op het internet circuleert rond de periode van vaderdag een filmpje met vaders die hun kinderen troosten, aankleden en knuffelen. Tedere stoere mannen, een emotioneel deuntje erbij, en een slogan: ‘Care makes men stronger.’ Het cosmeticamerk Dove – het merk dat ook ‘echte vrouwen’ bedient – heeft intussen de ‘echte man’ ontdekt. Opmerkelijk is dat Dove in zijn campagnes vastgeroeste stereotypes – ‘de perfecte maten’ – tegenover de realiteit zet: ‘elke vrouw is anders’. Maar tegen mannen zegt het dat zorgen mannelijk kán zijn, wat meteen aangeeft dat de samenleving daar niet zo zeker van is.

Het idee van de zorgende vader mag dan een trending topic zijn, in de cijfers is hij amper zichtbaar

Vanuit commercieel standpunt zijn betrokken vaders erg interessant. De zorgende man is voorpaginanieuws. Als Barack Obama, Brad Pitt en David Beckham met hun kinderen op stap zijn, heeft de hele wereld het gezien. Maar het idee van de zorgende vader mag dan een trending topic zijn, in de cijfers is hij amper zichtbaar.

Volgens rapporten van het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen in België maken vaders bijvoorbeeld weinig gebruik van het ouderschapsverlof. Nauwelijks 20 procent van de mannen claimt de tien dagen vaderschapsverlof waar ze recht op hebben. Amper 27 procent van wie ouderschapsverlof opnam in 2011 is een man. Moeders met jonge kinderen brengen 2,5 keer zoveel tijd door met de kroost als de vaders. 22 procent van de moeders neemt onbetaald verlof tijdens schoolvakanties, tegenover 13 procent van de vaders. Voor elke huisman zijn er 32 huisvrouwen. 44 procent van de vrouwen werkt deeltijds, tegenover 9 procent van de mannen.

Nee, dan doen de Zweden het beter. In het gezinsvriendelijke Zweedse systeem hebben ouders samen recht op 16 maanden betaald ouderschapsverlof, waarvan twee ‘vadermaanden’ – verlof dat alleen kan worden opgenomen door de vader. Volgens de cijfers van de Zweedse overheid claimden Zweedse vaders in 2012 gemiddeld een kwart van die 16 maanden ouderschapsverlof. In een poging om de kloof nog meer te dichten, wil Zweden in 2016 een derde maand toevoegen aan het ouderschapsverlof voor vaders.

Dimitri Mortelmans: ‘Zweedse mannen nemen hun kinderdagen opvallend vaak op in juni. Blijkt dat juni de beste maand is om te gaan vissen’

Maar het Scandinavische model moet genuanceerd worden, benadrukt socioloog Dimitri Mortelmans (Universiteit Antwerpen): ‘Zweden wordt altijd naar voren geschoven als het walhalla van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar de situatie is er, ondanks alle stimulerende initiatieven van de overheid, niet zo ideaal als men laat uitschijnen. Het viel op dat Zweedse mannen hun kinderdagen opvallend vaak opnemen in juni. Bleek dat juni er de beste maand is om te gaan vissen. Oké, de cijfers over de verdeling van zorg en werk tussen man en vrouw zijn er positiever dan bij ons, maar ook daar voelen ze nog altijd de hardnekkigheid van klassieke rolpatronen.’

Maar, zeggen Duindam en Mortelmans, er is wel degelijk sprake van nieuwe vaders. En van nieuwe moeders. Mortelmans: ‘De vorige generatie vaders was nog afwezig, maar de huidige is wel degelijk betrokken bij het gezin. Mannen besteden beduidend meer tijd aan hun kinderen. Koken, boodschappen doen, de kinderen oppikken: een halve eeuw geleden behoorde dat tot het vrouwelijke domein. Nu niet meer. Het beeld van de man achter de kinderwagen is ook aanvaard. Wat je zelden hoort vertellen, is dat er in het algeméén meer geïnvesteerd wordt in de kinderen. Ook moeders brengen meer tijd door met hun kinderen. En toch spreekt men zelden of nooit over “nieuwe moeders”.’

Het probleem is dat de bijdrage van vaders in zorg- en huishoudelijke taken niet evenredig toeneemt met het aantal moeders dat actief is op de arbeidsmarkt. Vaders blijken bijvoorbeeld vaak de fijne dingen te doen met hun kinderen, zoals spelen of voorlezen, eerder dan luiers verversen. Het minder aangename werk belandt over het algemeen bij de moeders. Dat maakt dat veel werkende moeders ’s avonds een tweede dagtaak wacht. In academisch jargon heet dat the supermom trap : de valkuil van de supermoeder.

De emancipatiestrijd is intussen zo ver gevorderd dat vrouwen de broek kunnen dragen, maar de man is niet geneigd om snel de rok aan te trekken. Hoe komt het dat mannen het moeilijk hebben om die zorgende rol op te nemen? Kunnen ze het niet, of is er iets anders aan de hand?

‘Ze kunnen het wel, dat is niet het probleem’, zegt Hans Van Crombrugge, pedagoog aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en auteur van het boek Vaders in soorten (2002). De mythe wil dat vrouwen van nature betere zorgers zijn, maar vaders kunnen even ontvankelijk zijn voor de signalen van een baby als moeders. Er zijn wel biologische verschillen tussen de twee, maar ze spelen niet zo’n grote rol. Wat wel van belang is, is de persoonlijke geschiedenis van de ouders. De mate waarin iemand sensitief is voor de noden van een kind heeft meer te maken met de manier waarop de ouder zelf is opgegroeid.’

Dimitri Mortelmans is het daarmee eens: ‘Veel mensen geloven dat een man niet kan zorgen, maar uit tests blijkt het tegendeel. Zo heeft men ooit getest of mannen motorisch in staat zijn om luiers te vervangen en te strijken. Natuurlijk kunnen ze dat. Maar niemand kan die dingen vanzelf, je leert ze door ervaring. Leg dat naast een onderzoek dat bekeek hoe vaak een baby van drie maanden alleen was met de vader en met de moeder. Bleek dat baby’s bijna nooit alleen zijn met de vader. Het is moeilijk om ervaring op te bouwen als iemand anders je het werk uit handen neemt.’

Maternal gatekeeping: de moeder bewaakt – dikwijls onbewust – het terrein waar ze traditioneel thuis is

In de sociologie noemen ze dat fenomeen maternal gatekeeping : de moeder bewaakt – dikwijls onbewust – het terrein waar ze traditioneel thuis is. Onderzoek aan de Universiteit van Austin, Texas toont aan dat naarmate de vader meer zorg voor een boreling opneemt het zelfvertrouwen van de moeder over haar eigen bekwaamheid daalt. Het suggereert dat de supermoeder het moeilijk heeft om haar rol los te laten. Bij een echtscheiding of een relatiebreuk tussen de ouders kan die poortwachterfunctie van de vrouw zich extreem manifesteren. Vrouwen gebruiken het argument van onkunde om de controle over de kinderen te behouden. Maar Duindam en Mortelmans onderzochten ook het gedrag van mannen na een echtscheiding. Ze stelden vast dat mannen die hun kinderen in co-ouderschap opvoeden zeggen dat ze een betere band hebben met hun kinderen omdat ze de zorgrol wel móéten opnemen – in een traditionele constellatie hadden ze dat wellicht niet gedaan omdat de moeder dat automatisch deed.

Van Crombrugge: ‘Veel mannen zijn vandaag niet meer of niet minder aanwezig dan de moeder. Als je de kinderen uit bed haalt, in bad stopt en hun boterhammen smeert, heb je een andere relatie met hen. Maar het vooroordeel van de afwezige, gezagsvolle vader leeft nog altijd.’

Dimitri Mortelmans: ‘De druk die de samenleving op moeders uitoefent, is groot. Vrouwen worden sterker aangesproken op hun moederschap dan mannen op hun vaderschap’

Dus moeders houden die rolpatronen zelf in stand? ‘Het zou al te gemakkelijk zijn om het probleem op vrouwen af te wentelen’, zegt Mortelmans. ‘De druk die de samenleving op moeders uitoefent, is groot. Vrouwen worden sterker aangesproken op hun moederschap dan mannen op hun vaderschap. Wat een kind eet, wat het draagt, hoe het evolueert: de maatschappij houdt moeders in de gaten en staat snel klaar met het oordeel dat ze het niet goed doen.’

‘Er heerst een dubbele moraal voor moeders’, zegt ook antropologe Chia Longman van het Onderzoekscentrum voor Cultuur en Gender aan Universiteit Gent. ‘Enerzijds mag de maatschappij geen last hebben van het feit dat je verantwoordelijk bent voor je kinderen: je werk mag er niet onder lijden, bijvoorbeeld. Maar als een moeder haar taak uit handen geeft, dan bekijkt men haar als een slechte moeder.’

‘Het ouderschap is een ideologie geworden’, zegt Longman. Ze verwijst naar de term intensive parenting, of intensief ouderschap, waarbij ouders veel meer tijd en moeite investeren in de opvoeding van hun kinderen. Longman: ‘Intensive parenting wordt commercieel gepusht: voor elke leeftijd, hoe jong ook, bestaat er speelgoed dat je kind moet helpen om de verschillende hersenhelften te ontwikkelen. Als ouder moet je bezig zijn met taal, met gezonde voeding, met de beste kansen en de beste crèche of school. Men spreekt wel over intensief ouderschap, maar die praktijk wordt vooral aan de moeders opgedrongen, dus noem het gerust intensief moederen.’

Chia Longman: ‘Vandaag gaat alle aandacht naar wat het beste is voor het kind, met als gevolg dat de autonomie en de rust van de moeder zwaar onder druk komen te staan’

Kijk naar de druk op moeders om borstvoeding te geven, het liefst zo lang mogelijk, zegt Longman. Vrouwen die er niet in slagen of het liever niet doen, worden door de omgeving met een schuldgevoel opgezadeld, en met het idee dat ze een slechte moeder zijn omdat ze zich niet volledig wegcijferen voor hun kind. ‘In de jaren zeventig werden baby’s in de materniteit nog weggehaald van de moeder, zodat ze na de bevalling kon bijkomen. Vandaag gaat alle aandacht naar wat het beste is voor het kind, met als gevolg dat de autonomie en de rust van de moeder zwaar onder druk komen te staan. Ze moet de klok rond beschikbaar zijn. Onze medische kennis mag dan groter zijn, het lichaam van de vrouw wordt erdoor gereduceerd tot een voortplantingsvat, tot iets wat voortdurend wordt gecontroleerd. Dat beperkt de vrijheid van een vrouw.’

Ideologie is ook wat vaders in de vorige eeuw weghield van hun kinderen, maar zoals Hans Van Crombrugge het zegt: ‘De samenleving heeft een kort geheugen.’ Zo was ‘de hechtingstheorie van Bowlby’ uit de jaren veertig en vijftig funest voor de vaderfiguur. Die stelde dat een kind vanaf de geboorte één hechtingsfiguur nodig heeft. Volgens John Bowlby was die eerste figuur de moeder. Daarna pas kwam de vader, en vervolgens de eventuele broers en zussen. De Nederlandse hoogleraar gezinspedagogie Marinus van IJzendoorn herriep de theorie, en wist aan te tonen dat kinderen een hechtingsnetwerk van verscheidene personen aankunnen, waarbij die hechtingspersonen inwisselbaar zijn. Dat creëerde ruimte voor de vader – maar die moet hij wel zelf innemen.

Hans van Crombrugge: ‘De tender years-doctrine, waarin men de moeder een centrale rol toebedeelt, een concept uit de twintigste eeuw’

‘Bovendien’, zegt Van Crombrugge, ‘is de tender years-doctrine, waarin men de moeder een centrale rol toebedeelt, een concept uit de twintigste eeuw, niet eerder. Het is dus niet zo dat vrouwen altijd voor de kinderen hebben gezorgd terwijl de mannen gingen werken. Ook het idee van de gezagsvolle vader is er, in tegenstelling tot wat men denkt, niet altijd geweest. De vader had wel macht, lange tijd werden de kinderen bij scheidingen toegewezen aan de vader.’

Volgens Chia Longman is de formule van het klassieke kerngezin achterhaald. Longman: ‘Het is een recent fenomeen, het werd geïnstalleerd in de jaren vijftig. Sinds de tweede feministische golf gaan vrouwen steeds vaker buitenshuis werken, maar onze samenleving is nog altijd georganiseerd naar het mannelijk gedomineerde gezin waar het vrouwtje onzichtbaar voor de kinderen zorgt en de man de kostwinner is. We komen er stilaan achter dat het idee dat twee voltijds werkende mensen de zorg van een gezin opnemen in veel gevallen onhaalbaar is. Waarom stoppen de scholen om halfvier, en op woensdag om twaalf uur? Dat werkt niet meer, voor niemand.’

Onderzoekers zijn het erover eens dat een groot deel van het probleem is dat zorg nog altijd aan vrouwelijkheid wordt gekoppeld. ‘Het is zoals bij de wet van Sullerot’, zegt Duindam. ‘Als vrouwen in een beroepsgroep toestromen, daalt de status van dat beroep. Vrouwelijk ervaart men als minderwaardig. Dat is problematisch. Mannen voelen zich daar niet gemakkelijk bij.’

Soms vraagt Hans Van Crombrugge aan zijn studenten wat ze zouden kiezen: een onthaalmoeder of een onthaalvader. ‘De meerderheid kiest dan gegarandeerd voor de vrouw. Op de vraag waarom, komen alle clichés naar boven. Vrouwen doen dat beter, het is biologisch zo geregeld, mannen zijn onhandig… Ook al zegt men dat mannen en vrouwen niet zoveel van elkaar verschillen, in de praktijk leeft de gedachte heel sterk.’

Diezelfde samenleving die moeders het ideaalbeeld van perfectie opdringt, bekijkt mannen die voor de kinderen willen zorgen met argwaan

Steeds vaker duikt er bewijs op van het tegendeel. Zo werd wetenschappelijk aangetoond dat mannen die vader worden ook lichamelijk en neurologisch veranderen, dat ze knuffelhormonen aanmaken en dat hun testosteronniveau verlaagt. Maar diezelfde samenleving die moeders het ideaalbeeld van perfectie opdringt, bekijkt mannen die voor de kinderen willen zorgen met argwaan, zegt Hans Van Crombrugge. En dat houdt ze tegen om voluit voor de zorg te kiezen. ‘Men vraagt zich meteen af of een man die zorgt en teder is wel een echte man is.’

Die kijk op mannelijkheid is volgens Dimitri Mortelmans de voornaamste reden waarom de grote meerderheid van de mannen niet geneigd is om vaderschaps- of ouderschapsverlof op te nemen. Mortelmans: ‘Tijdskrediet opnemen blijkt schadelijker voor de carrière van een man dan voor die van een vrouw. We vermoeden dat het komt omdat het voor vrouwen aanvaardbaarder is om zulke verloven op te nemen, en omdat vrouwen in een lagere inkomensklasse zitten. De werkgever interpreteert een aanvraag voor tijdskrediet van een man als een signaal dat hij niet betrokken is bij het bedrijf, dat zijn ambitie maar matig is. Op middellange termijn betalen mannen daar de prijs voor: ze zien hun inkomens minder snel stijgen dan hun collega’s, en ze maken minder snel promotie. Bovendien zijn mannen niet beschermd tegen ontslag als ze vaderschapsverlof opnemen. Als er in een bedrijf geen positieve sfeer hangt, waarbij het duidelijk is dat ouderschapsverlof voor iedereen kan en niet alleen voor moeders, zal een man er huiverachtig tegenover staan.’

Toch is men voorzichtig optimistisch over de weg die het vaderschap opgaat. Dimitri Mortelmans ziet een rol weggelegd voor nieuw-samengestelde gezinnen. ‘Tachtig procent van de gescheiden mannen en vrouwen heeft binnen de tien jaar een nieuwe relatie, en in de meeste gevallen gaan ze samenwonen. Uit onderzoek blijkt dat de taakverdeling in die relaties een stuk gelijker verloopt, omdat mensen het anders willen doen dan tijdens hun huwelijk. Bovendien neemt de complexiteit toe als beide partners kinderen in het nieuwe gezin brengen, ook dat activeert mannen in de taakverdeling. Nog beter werkt het co-ouderschap. Juristen mogen dan beweren dat mannen co-ouderschap verkiezen vanwege het geld, maar intussen wonen de kinderen wel om de andere week bij hen, en moeten ze ervoor zorgen. Men noemt hen de force-activated fathers , maar voor de kinderen is het een goede zaak want zij hebben een nieuwe vader ‘bis’, zeg maar, die toch een ander soort vader is dan de pretparkvader die om het andere weekend eens voor wat vertier mag zorgen.’

Opmerkelijk is ook de stelling van demograaf Jan Van Bavel (KU Leuven). In een onderzoek naar inkomen, loopbaan en de invloed ervan op de gezinsplanning stelde hij vast dat er meer hoogopgeleide vrouwen zijn dan mannen. Van Bavel: ‘De kans dat meer vrouwen de belangrijkste kostwinner van het huishouden worden, neemt daardoor aanzienlijk toe. Traditioneel kiezen vrouwen bij voorkeur een partner die minstens even hoog of hoger opgeleid is dan zij, terwijl mannen een partner verkiezen die maximaal even hoog opgeleid is als hij. Je zou verwachten dat meer hoogopgeleide vrouwen single zouden blijven dan lager opgeleide vrouwen, maar we zien net het omgekeerde. Blijkbaar hebben hoogopgeleide vrouwen geen probleem met een partner met een lager opleidingsniveau. Mijn hypothese is dat de betrokkenheid van die mannen bij de zorg voor kleine kinderen een serieuze boost zal krijgen. Ik kan me voorstellen dat de onderhandelingen over wie thuisblijft bij een ziek kind in een huishouden waar zij de kostwinner is anders zullen verlopen dan als hij de kostwinner is.’

‘Ouderschap hangt samen met gender, met wat we als cultuur als mannelijk of vrouwelijk beschouwen’, zegt Chia Longman. ‘Zulke systemen reproduceren zichzelf. Zolang je dat niet doorbreekt en zorg bekijkt als noodzakelijk werk voor de samenleving, zul je weinig beweging krijgen in de traditionele vooroordelen. Maar net die notie ontbreekt. Nochtans is ouderschap een vorm van werk. Je moet erbij nadenken, het gaat niet vanzelf, en het is dikwijls erg moeilijk. Maar dat zien mensen liever niet. Nochtans is zorgarbeid de basis van de samenleving. Zonder zorg geen maatschappij.’

Chia Longman: ‘Holebi’s met kinderen bewijzen dagelijks dat de manier waarop je mannelijkheid, vrouwelijkheid en dus ook ouderschap invult kneedbaar is

Longman waarschuwt ervoor dat veel onderzoeken vertrekken vanuit het klassieke heterogezin, terwijl holebi’s met kinderen dagelijks bewijzen dat de manier waarop je mannelijkheid, vrouwelijkheid en dus ook ouderschap invult kneedbaar is. We moeten loskomen van de heterokijk op ouderschap, vindt ze: ‘De samenleving is veel meer divers dan vaders en moeders. Je hebt holebi-ouders, alleenstaande ouders, nieuw-samengestelde gezinnen. Je hebt mensen zonder kinderen, en moeders die niet graag met zorg bezig zijn. Misschien zul je nooit evenveel zorgende vaders hebben als moeders, maar idealiter evolueer je beter naar een maatschappij waar mensen keuzes kunnen maken los van rolpatronen en ideologieën.’

De Zweedse strategie lijkt Longman voorlopig de beste: ‘Onze samenleving beschouwt kinderen als een persoonlijk probleem dat mensen zelf maar moeten zien op te lossen. Maar kinderen zijn een politiek probleem. Mensen planten zich nu eenmaal voort. De plaats die kinderen innemen is een zaak van de samenleving.’

Minder nadruk op werk, meer respect voor zorg: ook Vincent Duindam pleit er al decennia voor een gecombineerde aanpak. ‘Uit onderzoek blijkt dat een meer uitgebalanceerde afwisseling tussen zorg – of het nu voor de kinderen is of mantelzorg – en betaalde arbeid ons gelukkiger maakt. Bovendien neemt de kans op een echtscheiding dan af.’ Zijn oplossing? Kortere werkweken voor beide partners zodat ouders de zorgtaken beter kunnen verdelen, de loonkloof aanpakken, en beter betaald ouderschapsverlof zodat ook vaders het opnemen.

Waar die evolutie zal eindigen, valt moeilijk te voorspellen, maar dat er iets beweegt, daar zijn de onderzoekers het over eens. Dimitri Mortelmans: ‘Ik kan me niet voorstellen dat we ooit nog teruggaan naar een tijdperk waarin de man de enige kostwinner is, ’s avonds thuiskomt en zich laat bedienen door vrouwlief. Tegelijk mogen we ook niet verwachten dat iedereen die verschuiving zal omarmen. Sommige mensen zullen altijd in de traditionele patronen blijven zitten, net zoals je altijd mensen zult hebben die tegen het homohuwelijk zijn. We moeten niet het naïeve geloof koesteren dat we op een bepaald moment alleen nog nieuwe vaders zullen hebben. We zullen altijd traditionele vaders blijven zien.’

Dit artikel verscheen op 15 juni 2015 in Knack.