PER-ONGELUK-MOEDER

I have been to hell and back. ©Louise Bourgeois.

Een halve dag vrij nemen om de verjaardagstraktatie van dochterlief voor te bereiden? Op school verschijnen met drie banketbakkersdozen vol geglazuurde en versierde cakejes? Zo’n moeder zou ik dus niet zijn.

Nee, daar zou ik vast de tijd niet voor hebben. Ik had een veeleisende en tijdrovende job. Aan wie zou ik bovendien moeten bewijzen dat ik meetel in de moederwereld? En waarom? Het moederschap is geen wedstrijd, toch? Ik zou daar niet aan meedoen, aan het supermoederschap.

Whiplash

Tot ik een kleine twee jaar geleden een ongeluk kreeg. De bus waar ik op zat, gooide in volle snelheid alle remmen dicht. Ik vlamde erdoor en landde met mijn hoofd tegen een paal.

Door een bus vliegen is een vreemde ervaring. Je weegt maar een pluimpje. Tot je landt, dan weeg je een olifant. Ik had een zware hersenschudding en whiplash, en het daarop volgende anderhalf jaar was ik mezelf niet. Van een beeldscherm werd ik misselijk, lezen lukte amper, ik greep naast mijn glas dat voor me op tafel stond, ik vergat alles, ik liep verloren in mijn stad en mijn concentratiestoornissen waren van die aard dat ik niet altijd wist of ik iets gedacht, dan wel luidop gezegd had. Om een lang verhaal kort te maken: mijn werkgever profiteerde hiervan om me weg te saneren.

Ik ben geen fan van Paulo Coelho, dus ik geloof niet dat het universum samenzwoer om me op mijn bek te doen vallen. Het was een ongeluk. Ik kan alleen maar opgelucht zijn dat mijn kind van 1 er niet bij was. Ik mag zelfs blij zijn dat ik nog leef. Maar dat maakt de metafoor er niet minder visionair en opmerkelijk op. Mijn leven was verbonden aan iets dat aan een rotvaart ging, ik zat niet zelf aan het stuur, en ik werd kapot geslingerd door de bruuske rijstijl van wie er wel aan zat of van wie hen de pas afsneed. En dat was geen ongeluk.

Gremlins

Een van mijn favoriete interviewvragen was altijd: op welk moment kantelde het leven in die mate dat u van een cesuur kunt spreken? Een voor en een na? En ervaart u dit als positief of negatief?

Nu begrijp ik dat het leven geen kwestie is van openschuivende en dichtslaande deuren. Deuren kunnen onbestaande zijn, of muren die je aan een slakkengang verpletteren. Soms heb je een koevoet nodig, of een sloophamer, om je weg verder te kunnen zetten. Maar die grootse keerpunten, die liggen achter de deuren met de weerbarstigste scharnieren.

Knal je ergens tegen aan, dan kun je misschien vermoeden dat alles zal veranderen, maar daarom is het nog niet anders. Tussen het keerpunt, het inzicht en dat andere leven ligt een lange tunnel: de crisis. Het enige waar je mee bezig bent, is eruit geraken. Ook dat is geen verlichting brengende yogales, maar een frustrerend parcours waar woede, angst en pijn horden zijn die niet noodzakelijk verdwijnen eens je ze hebt genomen. Soms zijn ze als Gremlins, keren ze na middernacht terug in drie-, vijf- of honderdvoud.

Gebroken, angstig, ongelukkig: zo’n moeder zou ik ook niet zijn. Maar ik was het wel. Ik was een moeder die niet alleen moest luisteren naar haar kind, maar ook naar haar eigen lichaam. Soms botste dat. De grote avonturen die we samen zouden beleven, bleven grotendeels onuitgevoerde plannen en niet waargemaakte dromen. Mama had rugpijn, mama had migraine, mama was moe. Zelfs een fietstochtje, wat zij fantastisch vindt, lukte meestal niet. Ik vond dat jammer, dus deed ik wat ik wel kon. Samen een ijsje eten, samen koken, samen op een bolletje in de zetel kruipen en naar ‘Brave’ kijken.

Kleine avonturen

Zij werd net drie en kijk, ik sta weer steviger op mijn benen. Niet dat ik de Himalaya zou kunnen beklimmen, maar het langste stuk van de tunnel ligt in elk geval achter me. Ik zie licht. Mijn lijf is klaar voor kleine expedities, het soort waar ontdekkingsreiziger Alastair Humphreys voor pleit. Minimale avonturen zoals nachtwandelingen doen, slapen in de tuin, op reis gaan in de eigen straat. Niets episch, wel haalbaar.

Zo werd ik de per-ongeluk-moeder die taartjes bakt. Niet om iemand iets te bewijzen, maar gewoon omdat ik het kan en omdat het de wonderjaren voedt. Ja, ik heb veel verloren, maar de omstandigheden gaven me ook iets dat onbetaalbaar is: verlenging van tijd met mijn kind. Niet dat iemand hiervoor een dankjewel verdient, de pluim voor het omdenken zet ik op mijn eigen hoed.

De tijd is als een vloedlijn. In het ruisen van de golven hoor ik nog steeds verhalen over verlies. Over pijn. Over pesters en roddelaars. Over de bitterheid van de Sint-Janskruidthee die de donkere gedachten verdrijft. Wellicht zal mijn inwendige metaaldetector nog lang blijven zoeken naar wat verloren ging. Dat kan geen kwaad. Misschien vind ik hier en daar nog schatten.

Maar het feit dat ik een tijdje langs die lijn kon kuieren in plaats van te rennen, zodat ik mijn gedachten bij elkaar kon rapen, heeft mijn leven, en hopelijk ook dat van mijn kind, beter gemaakt. Zo’n moeder ben ik dus ook.

 

Deze column verscheen op 24 maart 2015 op de blogpagina van deredactie.be.