COLUMN Geen serendipiteit, geen leven

‘Decluttering’ is het modewoord van de dag. Opruimen tot de leegte je toelacht. Ik word net niet gek van de gedachte.

Ik kan best wat weggooien, ik ben geen hoarder. Of misschien een beetje, maar toch. Ik hou lang niet alles bij. Voor onze laatste verhuizing dropten we een halve ton spullen af in de kringloopwinkel en op het containerpark. Sindsdien zijn helaas ook het barbecuerooster en de kerstboomlichtjes zoek. Maar van de zelfhulpgoeroes die het minimalisme prediken – gooi alles weg waar je niet blij van wordt en waar je waarschijnlijk nooit meer naar zult kijken, luisteren of in zult lezen – krijg ik hartkloppingen.

Mijn idee van mensen die alleen maar aan opruimen en weggooien denken is dat ze niet weten hoe ze moeten koesteren en leven. Wie het allemaal functioneel wil, denkt dat de mens een machine is. Doorgrondelijk, voorspelbaar, perfect te manipuleren. Maar de mens is complex, en het leven rommelig. Een cleane omgeving vind ik onmenselijk. Op een landschapskantoor kwijn ik weg, ik heb muren, boeken en objecten nodig die mijn gedachten terugkaatsen. Serendipiteit is mijn vriend, vinden wat je niet zoekt. Zet me in een lege ruimte en ik weet niets meer.

Archieven van belang

‘If a cluttered desk is a sign of a cluttered mind, of what then, is an empty desk?’, zei Albert Einstein ooit. Groot gelijk had hij. In mijn werkkamer, die tegelijk mijn bibliotheek is, staar ik naar de ruggen van de boeken en komt de inspiratie vanzelf. Patronen en antwoorden verschijnen als lichtpeertjes boven mijn hoofd als ik verstrooid door mijn notities ga: een stapel briefjes met daarop een paar vage ideeën.

Hoewel ik het ermee eens ben dat teveel gerief ballast kan zijn, en dat je best geen goedkope Chinese rommel koopt wil je er niet in verzuipen, vind ik materie niet noodzakelijk slecht. Spullen zijn mijn persoonlijk archief waar mijn kind misschien ooit als een archeoloog in wil graven. Stel je voor dat Hugo Claus zijn kladjes had opgestookt, ‘want het belangrijkste is gedrukt’. Of dat men na de Tweede Wereldoorlog alle administratie van de Duitse bezetter over de getransporteerde Joden had versnipperd, ‘omdat men er niet blij van werd’. Of dat de ontvangers van de brieven van pakweg Roald Dahl en Iggy Pop hun post meteen weg hadden gegooid, ‘omdat ze er toch nooit meer naar zouden kijken’. Dan was er nu geen erfgoed, geen geschiedenis en geen heerlijk boek als Brieven van belang, waarin kattebelletjes en berichten van bekende personen uit de plooien van de vergetelheid werden gevist.

Digitale verarming

Ook de digitale switch vind ik eng. Digitaal is perfect als je weet wat je zoekt, maar bladeren en swipen zijn toch niet helemaal hetzelfde. Ik ben een tactiel wezen, ik ga aaiend door het leven en dan bedoel ik niet het beeldscherm. Mijn digitale muziekcollectie is niet dezelfde als mijn CD-collectie die nu op een doos op zolder staat. En hoewel e-books nuttig zijn als je iets moet opzoeken, wil ik door boeken bladeren, er aan ruiken, er in noteren en toevallig op een pagina belanden waar ik een zin lees die me aanspreekt of niet. Ik ben geen A tot Z-mens, mijn denken is niet rechtlijnig. Het springt en associeert.

Trouwens, hoe weet je of die formats zullen blijven bestaan? Is de Cloud voor eeuwig? Wat als die ontploft? Of als je beslist je Apple-ID te annuleren? Kan ik op mijn tachtigste nog aan de e-books die ik nu koop? Kun je e-books erven? Overleven bits en bytes de tand des tijds? En hoe leen je een digitaal boek uit aan een vriend?

De orde der dingen

Decomagazines en woonbladen slaan ons ermee rond de oren. Succes ontstaat in een neurotisch opgeruimd plaatje. Netjes is veilig, rondslingerende tekenen van leven des duivels. Zelfs over kluttergeld wordt minachtend gedaan.
We zijn bang van rommel, maar waarom? Het vooroordeel wil dat rommel disfunctioneel is. Het idee heeft iets primitief: als alles op de juiste plaats ligt, als de orde der dingen wordt gerespecteerd, dan zullen de goden ons gunstig gezind zijn. Gaat er iets fout, dan komt de toverdokter – in onze tijd heet dat dan een organisatiecoach – om de orde te herstellen. Orde en rommel hebben een symbolische betekenis.

Maar orde is een illusie. We leggen kaders en rasters op de wereld om haar te organiseren, en wat niet binnen de hokjes past, vliegt er uit. Doe dat met materie, en je laat minder over aan het toeval. Maar toeval is alles wat we hebben. Het gevoel van controle is vals.
Erger nog, men begint die methode steeds vaker op mensen toe te passen. Mensen met zeldzame ziektes, mensen met een psychiatrische stoornis, mensen die buiten het gemiddelde vallen, mensen die wat stiller zijn, mensen die wat dikker zijn, mensen die met iets zitten. De opruimwoede marginaliseert zoveel mensen dat je je afvraagt wie er eigenlijk nog overschiet.

Het nut van rommel

Alle neoliberale ideeën over orde, functionaliteit en meetbaarheid ten spijt, blijkt nochtans dat licht ongeorganiseerde mensen en systemen efficiënter, creatiever, weerbaarder zijn dan overgeorganiseerde mensen en systemen. Dat staat in het boek A perfect mess. The hidden benefits of disorder. De auteurs, Eric Abrahamson en David H. Freedman – de een is een professor management aan Columbia School of Business, de ander economiejournalist – stellen dat netheid een prijs heeft en dat wanorde nodeloos wordt gewantrouwd.We zijn het slachtoffer van de drang tot systematiseren, schrijven ze. Orde maakt de wereld overzichtelijk, orde reduceert fouten, orde is mooi en rustgevend. Maar orde kost ook erg veel tijd. Je moet opruimen, organiseren, opbergen en archiveren en als je het nodig hebt moet je het gaan zoeken. Vaak is het sop de kool niet waard. En rommel kan best nuttig zijn. Onderzoek wees uit dat een zekere graad van wanorde stijgt met opleiding, loon en ervaring. Er zijn meerdere systemen, en zelfs in een schijnbare chaos kan een organisch systeem zitten dat efficiënter is, en vooral: kans biedt op het toevallig vinden van nieuwe verbanden. Serendipiteit is niet voor niets de vriend van Nobelprijswinnaars.

Wanorde en chaos hoeven niet slecht te zijn. Integendeel, we moeten het cultiveren. Ze openen een wereld aan mogelijkheden. A messy mind is a joy forever.

Deze column verscheen op 10 maart 2015 op de blogpagina van deredactie.be.