Ontwerper Raf Simons: ‘Ik heb mode niet nodig om gelukkig te zijn’

Toen Weekend Knack Raf Simons in 2006 uitriep tot de Man van het Jaar, bracht ik een namiddag met hem door op zijn appartement in Antwerpen. We aten soep die zijn moeder had gemaakt, en praatten over het echte leven in en het droomleven buiten de mode. Het werd een gesprek langs de grens tussen hart en verstand.

Zondagnamiddag. Het regent pijpenstelen. In een ruime, modernistische loft in Antwerpen wordt geschiedenis geschreven. Ontwerper Raf Simons staat voor het eerst voor de lens van een Belgische persfotograaf. Hij is gehecht aan zijn anonimiteit, houdt niet van poseren. Maar als Mens van het Jaar van Weekend Knack wil hij een uitzondering maken. Ook nadat de fotograaf per ongeluk verstrikt geraakt in de installatie van de Amerikaanse kunstenaar Evan Holloway, het pièce de résistance uit zijn kunstcollectie. Een aantal multiculturele gezichtjes in papier-maché rollen over de grond. “Maak je geen zorgen’, sust hij terwijl hij de onthoofde kopjes terug op hun plaats schroeft. ‘Mijn poetsvrouw heeft het vorige week ook meegemaakt. Ik ben niet de conservator die zijn kunst met witte handschoentjes behandelt.’

‘Er zijn mensen die creativiteit nodig hebben om een mooi leven te leiden’

Na de fotosessie nestelen we ons in de loungefauteuils van Charles en Ray Eames. Zijn reactie op de eretitel is eerlijk : ‘Ik voel me vereerd, maar vind het ook vreemd, Mens van het Jaar zijn. Ik ben maar met mode bezig. Er zijn mensen die medicijnen uitvinden, wat in mijn ogen belangrijker is. Soms vraag ik me af waar ik maar mee bezig ben. Mijn vrienden zeggen dat ik het anders moet bekijken. Omdat veel mensen energie, troost of ontroering putten uit de esthetica van mode, zoals anderen dat uit kunst doen. Er zijn mensen die creativiteit nodig hebben om een mooi leven te leiden. Daar kan ik achter staan.’

Raf Simons typeren is niet gemakkelijk. Voor me zit iemand met een rijk innerlijk leven. Een analytische denker, een gedreven prater, een gevoelsmens ook. Bijvoorbeeld: veel mensen griezelen bij de gedachte aan de nakende kerstperiode. Hij niet. Momenteel werkt hij zich uit de naad om vrij te kunnen nemen tijdens de feestdagen. Die wil hij met familie en vrienden doorbrengen, knus voor de open haard. Hij dagdroomt al over de kerstboom, compleet met lichtjes en cadeautjes.

Hij mag dan een van de meest getalenteerde modeontwerpers van dit moment zijn, een kosmopolitische pendelaar tussen Antwerpen, Milaan, Parijs en New York, in essentie is Simons een familiedier. Op zijn defilés in Parijs zitten zijn ouders altijd op de eerste rij. In het boek Raf Simons Redux, dat in 2006 verscheen naar aanleiding van zijn tienjarige carrière in de modewereld, staan foto’s van hen, toen ze nog jonger waren, samen stoeiend aan een schietkraam op de kermis. Opnieuw zijn vader, beroepsmilitair in handstand, in een karig ingerichte kazerne in Kleine Brogel. Het is geen toeval dat hij deze veelzeggende beelden opnam in het werk. Ze laten zich lezen als een verklarend woordenboek van zijn wereld.

‘De mensen met wie ik intens samenwerk zijn me heilig’

Tegenstellingen, nog zoiets. ‘Mode is geen kinderdroom’, zegt hij. Kleren kunnen hem gestolen worden. Maar intussen spendeert hij wel het grootste deel van zijn leven in mode. Toch geloven we hem als hij nog eens uitlegt waarom hij dan precies doet wat hij doet.

‘Ik ben als industrieel vormgever in de modewereld gestapt omdat ik niet graag geïsoleerd in een atelier werkte. In de mode vond ik de synergie van geesten waar ik zo’n behoefte aan had. Die klik als we samen aan iets werken en het lukt… Als dat er niet zou zijn, zou ik dit niet volhouden. Ik kan dit niet alleen doen, dat wil ik even benadrukken. De collecties zijn een groepsgebeuren. De mensen met wie ik intens samenwerk zijn me heilig.’

Zij, de groep, zijn medewerkers en meteen ook naaste vrienden, zijn de wij als hij het over ‘wij’ en ‘ons’ heeft. Ze zijn de bedding die ervoor zorgt dat de hogesnelheidstrein niet uit de bocht gaat.

Het wordt donker. Hij ontsteekt de olielampjes. Straks heeft hij vrienden over de vloer. Samen zullen ze naar een opgenomen aflevering van Expeditie Robinson kijken die hij niet zag omdat hij tijdens de uitzending nog op terugweg was uit Milaan. ‘Daar kan ik geen aflevering van missen’, zegt hij. ‘Geweldig hoe die mensen op dat eiland elkaar naar het leven staan.’

Opnieuw een uitlating die je van hem niet zou verwachten. Toch niet na een discours over de nieuwe richting die de mode lijkt uit te gaan. Over de definiëring van seksualiteit, sensualiteit en vrouwelijkheid. Over het zogenaamde nieuwe minimalisme. Vragen zijn overbodig. Wat hij over zijn werk te vertellen heeft, rolt in monoloog uit zijn mond.

‘Sommige vrouwen willen kleren die sensualiteit en intellectualisme uitstralen’

“De pers beschrijft mijn werk als ‘het nieuwe minimalisme’. Terwijl ik best van wat decorum houd, zolang het maar uitgepuurd is en steek houdt met waar het psychologisch voor staat.’

‘De laatste jaren leek het modebeeld in een bepaalde dominante richting te evolueren. Alsof er maar één expliciete manier is om vrouwelijkheid, sensualiteit en seksualiteit te definiëren. Vandaag is de manier waarop mensen met mode omgaan eclectisch en fragmentarisch. Men puzzelt aan de hand van seizoensstukken een garderobe bij elkaar. Het ontbreekt aan eenduidigheid en nieuwe denkbeelden.’

‘Sommige vrouwen hebben behoefte aan een consequent beeld, willen kleren die sensualiteit en intellectualisme uitstralen. Een vrouwelijk beeld waarin het plaatje klopt, daar hou ik van. Ik herinner me nog goed dat je in de jaren negentig in de straten in Parijs duidelijk de Ann Demeulemeestervrouwen, de Gaultiervrouwen en de Margielavrouwen kon herkennen. Nu is dat zeldzaam, net omdat vrouwen vandaag zoveel voorgeschoteld krijgen. Ik denk dat er opnieuw een beweging komt van mensen die trouw zullen blijven aan twee of drie labels waarmee ze zich kunnen identificeren. Al is ook dat relatief. Ik ben me ervan bewust dat zich een nieuwe lichting klanten aandient, jongere vrouwen die niet zijn opgegroeid met de mentaliteit van de jaren tachtig en negentig, maar met de mentaliteit van nu. Ook zij willen zich goed voelen. Als zij kiezen voor een jurk voor één avond in plaats van een mantel die een leven meegaat, wil ik daar rekening mee houden. Ik wil vooral dat een vrouw zich herkent in de collectie, dat ze een kledingstuk kiest om wie ze is, niet door de hype.’

‘Ik ben iemand die hoopt dat het altijd beter en mooier zal worden’

Die drang om vooruit te kijken vloeit, denk ik, voort uit mijn obsessie met de toekomst. Ik vind de toekomst romantisch. Het verleden kan interessant zijn, maar persoonlijk vind ik wat nog komen moet veel boeiender. Van een toekomst kun je ten minste dromen. Ik ben iemand die hoopt dat het altijd beter en mooier zal worden.’

Op de vraag hoe hij er telkens opnieuw in slaagt om de tijdgeest aan te voelen, kan hij niet antwoorden. ‘Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Je doet iets, maar uiteindelijk heb je geen controle over hoe het publiek je werk onthaalt. Ik zou er dus net zo goed naast kunnen zitten. Wel heb ik altijd geweten dat ik ideeën had waar ik iets mee moest doen. Soms heb ik er duizend op één moment, ze zijn voortdurend aanwezig. Ik probeer die stroom te filteren. Omdat ik ze toch niet allemaal kan uitvoeren. Of omdat de tijd nog niet rijp is. Hoe ik zoiets weet ? Ik denk dat het intuïtie is, ik kan het in elk geval niet uitleggen.’

Nochtans waren in het verleden somberheid en melancholie vaak een leidmotief in zijn werk. Denk aan de dreigende herencollectie die hij voorstelde in juni 2001. Die bleek visionair te zijn. Drie maanden later vielen de Twin Towers.

‘Natuurlijk sta ik stil bij wat er gebeurt in de wereld. Je kunt niet anders dan erdoor beïnvloed worden. Maar dat geldt voor iedereen. Ieders leven is een opeenstapeling van impulsen. Daarom vind ik ook dat modeontwerpers hun plaats hebben op deze wereld. Door schoonheid te maken, creëer je een tegenwicht voor al die lelijkheid. Net daarom voel ik me zelf ook aangetrokken tot de esthetiek van anderen. In de kunstwereld zijn er veel mensen die ik niet zou kunnen missen. De Gentse kunstenares Cris Brodahl, bijvoorbeeld, en de Limburger Stef Driesen. Voor mij is Cris de toekomst. Ik wil haar werk altijd bij me in de buurt hebben. Waar ze voor staat, wat ze doet… Hetzelfde gevoel heb ik met het werk van Charles en Ray Eames. De manier waarop zij samenwerkten, inspireert me. Ik denk dat de rode draad door mijn favoriete estheten met geloof heeft te maken. Of toch met het geloven in iemands zijn.’

‘Vroeger droomde ik altijd dat ik kon vliegen’

Het spirituele thema. Is Raf Simons een gelovig iemand ? Hij antwoordt zonder twijfelen. ‘Ja. Niet zozeer omdat ik katholiek ben opgevoed en op het college heb gezeten. Ik ben niet de man die voor zijn bed zit te bidden, maar ik kan wel heel hard iets wensen en daarbij een bepaalde persoon aanspreken. In de aard van ‘God, laat dit alstublieft lukken’. Dromen bijvoorbeeld, fascineren me ook. Bij Jil Sander werkt een vrouw die daar veel over weet, en ik vind het zalig om haar uit te horen over de betekenis van dromen. Vroeger droomde ik altijd dat ik kon vliegen. Naar het schijnt betekent dit dat ik een sterke onafhankelijkheidsdrang heb. Ik verdiep me er niet in, maar vind het wel leuk om er tijdens de lunchpauze over te praten.’

‘Ik ben realistisch van aard. Dat moet ook in deze job. In de mode moet je met beide voeten op de grond staan. Het is zo’n tijdgebonden product. Ik besef maar al te goed dat mijn situatie over twee jaar helemaal anders kan zijn. Maar dat dromerige heb ik nodig. Ik moet me kunnen laten meevoeren. Of dat nu door een nieuwe opdracht is, of een nieuwe fase in mijn leven.’

Over nieuwe fases gesproken. Is een damescollectie signé Raf Simons nog een optie? ‘Nu meer dan vroeger. Het was een groot vraagteken of het me zou liggen, damesmode. Nu weet ik dat het geen verschil uitmaakt. Het maken van vrouwenkleren valt beter mee dan ik had verwacht. Ik durf het bijna niet met deze woorden te zeggen, maar mannenmode is veel moeilijker en complexer. Omdat er minder mogelijkheden zijn, omdat de psychologie anders is. Dat Raf Simons uiteindelijk een mannenlabel is geworden, had meer te maken met omstandigheden en gebrek aan middelen. Toen de mannencollectie vorm had gekregen, had ik geen zin om daar snel ook nog een damescollectie naast te hangen. Mijn bedrijf mag dan bescheiden zijn, de naam is bekend. Er waren tot nu te veel risico’s aan verbonden. Natuurlijk speelt angst ook een rol. Mijn mannenlijn is in twaalf jaar tijd zo ver geraakt. Wat als mijn vrouwenlijn mislukt?’

‘Ik twijfel dus. Ik weet niet of het wel slim is om met een damescollectie te komen als ik niet eens weet hoelang ik nog in de mode wil werken. Ik wil niet pretentieus klinken, maar het is niet goed om met iets af te komen, en het vervolgens af te bollen.’

‘De wetenschap dat ik kan stoppen houdt me fris’

Alle geniale ontwerpers hebben één ding met elkaar gemeen. Hun werk is een afspiegeling van hun innerlijk leven. Zoals het werk van Raf Simons een constante evenwichtsoefening is om hoofd en hart op één lijn te krijgen, zo balanceert ook de man zelf voortdurend tussen ratio en emotie. Dat leidt tot de nodige tweestrijd. Hij neemt de zin ‘als ik ermee stop’ vaak in de mond. Stelt op hetzelfde moment dat hij zich vandaag gelukkig voelt in zijn job. Zes jaar geleden was dat wel anders.

‘Soms vond ik het super, soms haatte ik het. Ik ben niet voor niets een jaar gestopt. Dat was geen pauze, dat was echt stoppen om te stoppen. Tot ik merkte dat ik het miste. Dat is het frustrerende aan de mode-industrie. Je kunt niet zeggen : ik neem drie maanden vakantie en ik rust uit. Terwijl ik daar nu ongelooflijk veel behoefte aan heb. De drang is zo groot dat ik soms denk dat ik ermee moet stoppen, gewoon om dat eens te kunnen doen. Maar je kunt moeilijk altijd maar stoppen en terugkomen. De wetenschap dat ik kan stoppen houdt me echter fris. Ik heb het al eens gedaan, en het valt echt wel mee. Ik heb de mode niet nodig om gelukkig te zijn.’

Dat hechten en onthechten, nog zo’n tegenstrijdigheid. Het lijkt een spelletje dat hij met zichzelf speelt. En toch is dat niet zo. Het is de 38-jarige ontwerper pure ernst. De twijfel slaat het hardst toe als hij zijn hart laat spreken.

‘De tijd die je erin stopt. Dat is je leven, dat zijn je jaren… Als je naar de veertig gaat, ga je daar toch anders over denken’

‘Mijn leven wordt grotendeels gedicteerd door de mode-industrie. Ik stel me daar vaak vragen bij. Buitenstaanders zien dat niet, maar het is een veeleisende job. Mijn vrienden en familie moeten daar ook maar mee omgaan, met het feit dat ik zo weinig tijd voor ze heb. Dat het verdomd hard werken is, daar heb ik geen problemen mee. Maar de tijd die je erin stopt. Dat is je leven, dat zijn je jaren… Als je naar de veertig gaat, ga je daar toch anders over denken. Er zijn nog andere dingen die ik wil in mijn leven. Ik ben een huiselijk iemand, en dol op kinderen. Alleen ben ik nooit thuis. Twintig keer per week zeggen dat je geen tijd hebt ? Dat kun je je gezin toch niet aandoen ?’

‘Niet dat ik in paniek ben. Dat contract met Jil Sander loopt drie jaar, en ik zit al op de helft. Daarna zien we wel. Ik heb er zo hard in geloofd, dat ik me niet kan inbeelden hoe ik me de laatste dag van dat derde jaar zal voelen. Zal ik bijtekenen of niet ? Ik kan en wil daar niet op antwoorden. Het lijkt het me enerzijds nogal onnozel om, als alles goed gaat, er na drie jaar een streep onder te trekken. Anderzijds ben ik eraan begonnen met het idee dat ik dit voor drie jaar zou doen. Als ik er dan mee ophoud, ben ik 41 jaar. Als ik terugkeer naar mijn eigen label, denk ik dat mijn leven veel rustiger zal worden. Misschien zal ik dan meer tijd hebben…’

Er loopt een bericht binnen op zijn mobiel. Hij leest de sms voor. ‘Sms sprookje naar het nummer xxxx en win een weekend Disneyland Parijs… Zou ik meedoen?’. Weet hij wel wat dat betekent? Twee zeldzame vrije dagen tussen joelende kinderen? ‘Laat maar komen, ik heb niets liever’, lacht hij. Tik, het sprookje is vertrokken. Dat was ongetwijfeld het hart dat sprak.

Dit interview verscheen op 13 december 2006 in Weekend Knack.