Atleet Marc Herremans: ‘Wijsheid is geen garantie op geluk’

Hoe slaagt een verlamde mens erin om ondanks die zware tegenslag een leven op te bouwen dat glorieuzer is dan dat van veel mensen zonder lichamelijke beperking? Koppig zijn helpt, een stevige filosofie evenzeer. De levenslessen van Marc Herremans.

De grote mijlpaal in zijn leven zal altijd die noodlottige 28 januari 2002 in Lanzarote blijven. Die dag maakte de toen 28-jarige triatleet Marc Herremans (°1973) tijdens een training de val die zijn rug brak. De jaren die volgden op het ongeluk vocht de jonge sportbelofte zich opnieuw een weg naar de top, in rolstoel deze keer. Na acht maanden stond hij alweer aan de start van de Ironman in Hawaï, vier jaar later won hij de loodzware triatlon. Zo verging het al zijn toekomstdromen. Niets, ook geen verlamming, zou hem stoppen om zijn doelen te verwezenlijken. Een ervan, misschien wel de allergrootste, was een gezin stichten. Twee maanden geleden werd dochter Anne-Lou Herremans geboren.

‘Je kunt een crisis en moeilijkheden overleven als je er maar in blijft geloven’

Elke tegenslag is een kans om terug te vechten. Dat is mijn levensmotto geworden. De metafoor die ik voor het leven hanteer is dat van een stel kaarten. Wie in België woont, start met een goede kaart. Heb je mogelijkheden? Ben je gezond? Heb je een goede relatie met je ouders? Perfect. Maar vroeg of laat komt die zwarte kaart. Game, set, match en het spel is voorbij. Dat principe geldt voor iedereen, zowel voor David Beckham als voor de bakker op de hoek. Vroeg of laat is iedereen hetzelfde lot beschoren. Het komt er dus op neer je tijd zo goed mogelijk in te vullen.

Dat het spel voor mij afgelopen was, dat dacht ik toen ik na mijn ongeluk terugvloog naar België. Verlamd tot aan de borst, dan is je leven toch gepasseerd? Tot op de dag na de operatie de kinderen van mijn zus op bezoek kwamen, op mijn bed sprongen en me knuffelden. Ik had de zwarte kaart nog niet getrokken, besefte ik. Ik had dus nog een kans. Dat probeer ik bedrijfsmensen te vertellen als ik motivatiespeeches geef. Je kunt een crisis en moeilijkheden overleven als je er maar in blijft geloven en doorbijt. Geraak je er ondanks de moeilijkheden, dan is de voldoening des te groter.

‘Verwezenlijk je dromen’

Mijn verlamming niet tussen mij en mijn dromen laten komen was lang mijn hoogste doel. Veel mensen zien in een tegenslag een reden om op te geven. Ik ben blij dat ik de kracht heb gevonden om terug te knokken. Maar zo zat ik voor mijn ongeval ook al in elkaar. Ik ging nooit uit, shopte niet, wilde geen auto. Ik was alleen bezig met mijn dromen te verwezenlijken. Hard trainen om de Ironman te winnen, daarin school mijn geluk. Dat is niet veranderd. Mijn rug mocht dan gebroken zijn, ikzelf was dat niet. Ik was tachtig procent van mijn lichaam kwijt, én mijn inkomen. Zo goed als alles dus. En toch is die grote droom vier jaar later uitgekomen.

Zo ben ik het rijtje afgegaan. Voor het ongeluk droomde ik er ook van een valschermsprong in vrije val te doen, en de Crocodile Trophy in Australië te rijden. In een later stadium wilde ik ook een gezin en kinderen. Nu, elf jaar nadat ik eigenlijk dood had moeten zijn, zijn al mijn dromen uitgekomen en zit ik ’s avonds met een kind op schoot. Niets kan dat gevoel evenaren. Ik heb in mijn leven gehuild van ellende, van pijn, van angst, maar nog nooit van puur geluk. De tranen bleven maar komen toen ze geboren was. Als ik dat vergelijk met de Ironman winnen… Dat was niets dan miserie aan de finish, aan het infuus moeten en nadien nog dagen afzien. Nu is het elke dag genieten.

Nadat ik in 2007 na de Crocodile Trophy in Australië de dood in de ogen heb gekeken, ben ik bang geworden. Na tien dagen alles geven in die hitte was ik op. Er was geen hygiëne, na dag vijf kon ik niet meer eten van uitputting. Dat was bij de beesten af. Ik viel weg, het werd me zwart voor de ogen. Tijdens de vlucht terug naar huis heb ik me tijdens een tussenlanding in Singapore ernstig afgevraagd of ik mijn hand zou opsteken om me van het vliegtuig te halen en me te laten opnemen. Ik was ervan overtuigd dat ik zou sterven tijdens die vlucht. Uiteindelijk ben ik toch doorgevlogen, maar eens thuis ging ik in shock. Het heeft me maanden gekost om te herstellen, zo hard was ik over de rooie gegaan. Zelfs nu nog word ik duizelig tijdens een lange training. Dat zit gedeeltelijk tussen de oren. Sinds ik er zo dicht bij ben geweest, ben ik bang voor de dood.

Een kind krijgen is stoppen met alleen voor jezelf te leven. Ik zou graag El Capitan in het Yosemite National Park beklimmen. Allicht komt het er niet meer van. Het risico is te groot, ik heb een verantwoordelijkheid nu. Ik heb het ook wat gehad met in zesde versnelling te leven. Dit jaar word ik veertig, en ik begin te voelen dat het niet niets was. Mijn lichaam laat me weten dat het niet meer meedoet als ik nog aan zo’n fysieke uitdaging begin. De wereld draait blijkbaar ook door zonder dat ik zotte dingen doe.

‘Een goed team vereist een zekere intimiteit’

Ik ben op sportief en persoonlijk vlak altijd goed omringd geweest. Waar ik ook ga praten, ik hamer op het belang van een goed team. Dat betekent dat je elkaar moet kennen. Elkaars goede kanten, slechte kanten, achtergrond, thuissituatie. Erg veel mensen die een werkvloer delen, kennen elkaar niet. Terwijl een goed team net een zekere intimiteit vereist. Als een collega er depressief uitziet, maar je kunt niet met die persoon praten, dan kun je hem ook niet helpen. Mensen denken dat je privéleven delen een teken van zwakte is, maar dat hoeft niet zo te zijn. Bovendien blijf je op die manier in een vicieuze cirkel steken. Ik ben blij dat ik op veel mensen kan terugvallen als ik met iets zit. Die zekerheid is goud waard.

Iets betekenen voor een ander geeft me een immense voldoening. Ik durf zelfs te zeggen dat het beter voelt dan de Ironman winnen. Een vertrouwenspersoon, dat probeer ik nu te zijn voor de atleten die ik begeleid in 185, het trainingscentrum dat ik afgelopen najaar opende met mijn vriendin en haar broer. Sport is vijftig procent fysiek en vijftig procent mentaal. We stellen trainingsplannen op, maar ik ben ook een aanspreekpunt voor de sporters als ze in een dip zitten. Ik luister, stel hen gerust en probeer hen te helpen met het kiezen van de beste oplossing. Ik put daarvoor uit mijn ervaring als triatleet. Een mens leert van zijn fouten, en ik heb veel fouten gemaakt tijdens mijn carrière. Ik was een heel slechte topsporter, overtrainde me altijd. Topsport is een combinatie van trainen en rusten. Ik had daar geen oren naar. Lui in de zetel zitten na twee uur training? Dat kon ik niet. Ik voelde me schuldig tegenover mijn vrienden die intussen hard aan het werken waren op een bouwwerf. Altijd was ik bezig. Ik trainde stiekem bij. Ik ging touwtje springen of maaide het gras. Het gevolg was dat ik bijna al mijn prestaties heb geleverd met bloedarmoede en ijzertekort. Had ik het verstandiger aangepakt dan was mijn palmares op mijn 26ste indrukwekkender geweest. Vlak voor mijn ongeval begon ik dat ook in te zien. En net toen ik op het juiste spoor zat, sloeg het noodlot toe.’

‘Controleer wat controleerbaar is’

Natuurlijk ben ik voortdurend bang dat mijn dochter iets zal overkomen. Er scheelt iets met de ouders die dat gevoel niet hebben. Maar ik kan het niet voorkomen door daar heel hard mee bezig te zijn, dus probeer ik er niet aan te denken.

We leven in een donkere periode. Ik word depressief als ik de krant lees of naar het journaal kijk. Draait de wereld nu helemaal door? Ons milieu gaat kapot, er heerst crisis en wat is dat voor circus rond het proces van Kim De Gelder? Niets dan kommer en kwel, daar word je toch niet goed van? Mensen lijden daaronder. Ze mailen me als ze me mijn verhaal hebben horen doen, vertellen me dat ze er veel aan hebben gehad omdat het iets positiefs was. We hebben meer behoefte aan goed nieuws. Ook ik zap dikwijls weg van die doffe ellende op televisie. Niet dat ik niet begaan ben met de mensen uit Syrië, als ik kon zou ik hen persoonlijk gaan helpen. Maar de realiteit is dat ik dat niet kan. Je druk maken over zaken die je niet kunt veranderen is verloren energie. In het leven is het zoals in een sportwedstrijd. Je kunt je blind staren op de dikkere armspieren van je concurrent, of op zijn betere fiets. Maar helpt dat je vooruit? Je kunt alleen naar jezelf kijken, en zo is dat ook in de samenleving. Als je zelf milieubewust probeert te leven en goed doet voor je omgeving, heb je gedaan wat je kon. Dus probeer ik vanuit het kleine, veilige Wuustwezel op mijn manier mee te bouwen aan een betere wereld door een positieve boodschap te verkondigen.

‘Alles gaat voorbij, ook pijn en angst’

Aan triatlon doen met een verlamming is niet bepaald veilig, en leuk is het ook niet. Drie uur voor de start moest je je laatste maaltijd binnen hebben, je fiets moest worden klaargemaakt, je wedstrijdnummer geplaatst. Een heel gedoe was dat, om vier uur ’s ochtends opstaan en je in het donker naar de start slepen. Zodra het startschot was gegeven, voelde ik me beter, maar voordat het zover was, ging ik door de hel. Van de zenuwen kreeg ik niet veel binnen.

Ik wist welk gevecht me te wachten stond tijdens het zwemmen. Als ik in het water lag, werd ik zeeziek van de deining van de golven. Bovendien zit er op dat moment zo’n duizend man in die oceaan. Er wordt aan elkaars benen getrokken om vooruit te geraken. Als dat met mij gebeurde, ging ik onder, want ik kon niet terugstampen. Kwam ik weer boven, dan duwde iemand me weer onder of zwommen ze over me heen. Eigenlijk zit je in een reusachtige wasmachine. Veel techniek komt daar niet bij kijken. Je moet het ondergaan en voor ogen houden dat het na driehonderd meter wel voorbij is. Alles gaat voorbij. Na regen komt zonneschijn.

‘Zorg dat je niet verhardt’

Ik had kunnen verharden door dat voorval met het Riziv. Toen ik na vier jaar verlamming opnieuw in Hawaï stond, vond men het nodig om te oordelen dat ik mijn job van voor mijn ongeval opnieuw volledig kon uitoefenen en dus geen recht had op een invaliditeitsuitkering. Dat ik met triatlon niets verdiende, maakte geen verschil. Ik heb alle uitkeringen die ik heb ontvangen tussen 2002 en 2006 moeten terugbetalen.

Pure kafka is het. Voor de maatschappij ben ik dus niet meer verlamd. Ik zal het nooit begrijpen, maar ik ga het niet verder aanvechten. Dat verhaal ligt achter me. Al word ik er voortdurend aan herinnerd door mensen die me mailen met vragen omdat ze iets gelijkaardigs meemaken. De maatschappij moedigt andersvaliden niet aan om opnieuw aan de slag te gaan.

Bovendien besteedt ze nodeloos geld aan zaken als dat proces De Gelder. Wat mij betreft is het bewezen dat hij die kinderen heeft vermoord, en nu staat hij ons ook nog uit te lachen. Misselijkmakend, hoe erg moet dat zijn voor de ouders van die kinderen? Daar is wel geld voor, maar over mensen die verlamd zijn wordt moeilijk gedaan. Nochtans zitten wij ook in een cel. Voor zulke mensen mag van mij de doodstraf opnieuw worden ingevoerd.

Ik werk dus voor de kost. Ik heb verschillende jobs. Naast het coachingcentrum heb ik een eigen triatlonteam, een eigen motorcrossteam, en er komt een BMX-team bij. Ik begeleid 35 atleten, en ik organiseer de triatlons van Antwerpen en van Wuustwezel. Ik ben ook nog steeds bezig met To Walk Again, de stichting die ik oprichtte om verlamde mensen de kans te geven om gratis 35 uur per week te sporten en te revalideren en hun lichaam fit te houden voor als er ooit een oplossing tegen verlamming komt. Verder is U-turn erbij gekomen, het nieuwe bedrijf van een vriend die avontuurlijke groepsreizen aanbiedt aan andersvaliden. Ik hoop dat mensen met een lichamelijke beperking op zo’n reis ontdekken dat het leven ook hen nog heel wat te bieden heeft.

Je kunt maar beter met hoop leven’

Ik sta ervan te kijken hoe vaak ik in mijn nachtelijke dromen Hawaï gewonnen heb op mijn twee benen. Ik heb nog nooit van mezelf in een rolstoel gedroomd. Gek, hé? In het begin van mijn verlamming wenste ik vurig dat ik ooit opnieuw zou kunnen lopen. Natuurlijk hoop ik dat nog steeds. Hoop doet leven. Die hoop zorgt ervoor dat ik al elf jaar lang dagelijks revalidatieoefeningen doe, zodat de doorbloeding van mijn benen goed blijft. Op korte termijn houdt me dat gezond en weg van medicatie. Op lange termijn ben ik er klaar voor als er een kuur wordt gevonden. Het is dus een win-winsituatie.

Hoever dat onderzoek staat, weet ik niet precies. Ik volg het niet meer op de voet. Af en toe stuurt iemand me iets toe, zoals dat bericht over die verlamde hond in Engeland die weer kon lopen nadat hij was behandeld met stamcellen. Maar ik geniet intussen zo van mijn kind, mijn vrienden en mijn familie, dat ik er niet meer wanhopig op zit te wachten. Ik heb een goed leven, ik ben te gelukkig om er nog mee bezig te zijn.

Wijsheid komt met het leven’

Als ik moet kiezen tussen gelukkig zijn of wijs, dan kies ik voor geluk. Geluk overstijgt alles. Ik ben nooit een enthousiaste student geweest. Van in de lagere school zat het al fout. De jongens die goed presteerden kregen een snoepje, wie niet mee kon met de leerstof kreeg een oorveeg. Gestraft worden omdat je niet snel leert, dat vond ik onrechtvaardig. Ik denk dat ik toen in verzet ben gegaan. De keuze om niet te veel energie in studeren te steken was al gemaakt toen ik aan een technische opleiding schrijnwerkerij begon. Met mijn handen werken ging me beter af. Toch kon ik er niet snel genoeg van af zijn.

De stelling van Pythagoras heb ik niet nodig. Ik ben niets met de geschiedenis van de Romeinen. Ik heb meer geleerd van het het leven dan op school. Ik weet hoe je een stichting opricht en runt, ik kan je alles uitleggen over een dwarslaesie. Toch is die wijsheid geen garantie op geluk.

Gisteren bezocht ik nog een jonge vrouw die door een werkongeval van hals tot tenen verlamd is. Zij had haar hele leven nog voor zich, had net een huis gekocht, zou gaan samenwonen met haar vriend. En plots kan ze niets meer. Dat bewijst voor mij nog maar eens dat elke dag een geschenk is. Veel mensen verliezen net dat uit het oog. Als je later op je sterfbed ligt, zul je je dure wagen en je grote televisie nochtans niet missen. Het enige waaraan je zult denken, zijn je vrienden en je familie. Omdat zij de essentie zijn.

Dit artikel verscheen in De Morgen van 23 maart 2013.