Wie mag Homeros hertekenen?

Over de ruzie rond Nolans ‘Odyssey’ — en een oudere strijd die er verrassend veel op lijkt

Gérard De Lairesse, Odysseus and Sirens, 17de eeuw. ©Wikimedia Commons

Deze zomer wordt op het internet stevig geruzied over Christopher Nolans verfilming van The Odyssey, die sinds 17 juli in de bioscoop speelt. Een discussie die naar mijn gevoel even kinderachtig is als voorspelbaar. De ene kant vindt Nolans invalshoek te woke: de casting van Lupita Nyong’o als Helena, van transman Elliot Page, de nadrukkelijk hedendaagse dialogen — met Elon Musk als luidste stem en, in de rechtse pers, het verwijt dat de film “een grote held zijn mannelijkheid ontneemt”. De andere kant vindt het juist een bro-fest, of niet woke genoeg. En tussen die twee loopgraven staan classici die droogjes opmerken dat de film eigenlijk behoudsgezind is: “de rollen voor vrouwen zijn er net beperkt.”

Onder al dat rumoer schuilt een oude vraag: doen nieuwe interpretaties het oorspronkelijke verhaal geweld aan? Wie mag zo’n verhaal opnieuw vertellen, en hoeveel van onze eigen tijd mag daarin doorsijpelen?

Die vraag is niet met Nolan begonnen. Ze woedt al eeuwen, en het felst niet in de filmzaal maar aan de vertaaltafel — bij de mensen die woord voor woord beslissen wat Homeros vandaag “zegt”. Een modern woord hier, een verzwegen wreedheid daar: precies de dingen waar het internet zich nu over opwindt, zijn de dingen waar vertalers al generaties lang over vechten. Nolan baseerde zich voor zijn film op de vertaling van de Britse classica Emily Wilson die eind 2017 verscheen. Een vertaling die ook toen al werd bejubeld en afgekraakt.

Begin 2018 interviewde ik Wilson en enkele Nederlandstalige vertalers van klassieke teksten over de impact van vertaalkeuzes. Hieronder een licht herwerkte versie van het artikel dat ik schreef voor de boekenbijlage van De Morgen van 7 februari 2018.

Helden noch lichtekooien

Hedendaagse vertalers hertekenen de ‘Odyssee’ van Homeros

Drie vertalers, dezelfde eerste versregel van de Odyssee, en toch drie verschillende werelden. Imme Dros laat het gedicht lyrisch aanvangen: “Zing van de man van de duizend listen, Muze, die heel veel rondzwierf…” Patrick Lateur houdt het plechtig: “De man van vele listen moet u, Muze, voor mij bezingen.” En dan is er de Britse classica Emily Wilson, die er dit van maakt: “Tell me about a complicated man.”

Een gecompliceerde man. Waar de anderen grijpen naar duizend listen, kiest Wilson één nuchter woord. Diezelfde soberheid trekt ze door het hele gedicht: geen ‘edele dienstmaagden’ maar slaven, geen glorieus heldendicht maar een verhaal dat vaart moet houden. Toen haar vertaling eind 2017 verscheen — als eerste Engelstalige Odyssee van een vrouw — ontstond meteen discussie. Vertaalt een vrouw anders? Bekijkt ze Homeros door een ‘vrouwelijke bril’, waardoor het ‘anders’ wordt?

Het ligt voor de hand om die verklaring te zoeken, maar ze houdt geen stand. Had men in het VK en de VS wat verder gekeken dan het eigen taalgebied, dan was men snel tot een andere conclusie gekomen. De Vlaamse classicus Patrick Lateur bracht in 2016 een Odyssee uit die opvallend dicht bij die van Wilson aanleunt — terwijl de vertaling van Imme Dros, óók een vrouw, er haaks op staat. Is Lateur stiekem een vrouw? Of Dros stiekem een man? Of worden Wilsons keuzes niet gestuurd door haar hormonen, of erger nog, door een feministische ideologie, maar door iets veel interessanters: een andere opvatting over wat vertalen is?

Voor we die kwestie uit de doeken doen, eerst kort het verhaal zelf.

Twintig jaar zwerven

De Odysseia is een van de twee klassieke gedichten die Homeros aan het einde van de 8ste eeuw voor onze tijdrekening liet neerpennen — de man was blind. Het is een compositie van verhalen die tot dan mondeling werden doorverteld, en meteen de eerste spannende avonturenroman van de westerse literatuurgeschiedenis. Het andere gedicht is de Ilias, een oorlogsepos over de laatste weken van de Trojaanse Oorlog (ook vertaald door Lateur en Dros, en waar Wilson intussen aan begint).

De Odyssee sluit daarop aan. Koning Odysseus verzamelt na de oorlog zijn manschappen om terug naar het Griekse eiland Ithaka te zeilen. Maar de lepe bedenker van het paard van Troje heeft zich de wrok van de zeegod Poseidon op de hals gehaald omdat hij diens zoon, de cycloop Polyphemos, blind had gemaakt. Poseidon vervloekt hem tot een decennium zwerven op zee.

Odysseus belandt van de ene moeilijke situatie in de andere. Hij ontsnapt aan kannibalen, logeert bij de tovenares Circe, weerstaat de lokroep van sirenes, en verliest zijn mannen en schepen nadat ze zo dom waren op het vee van de zonnegod te jagen. Als enige overlevende spoelt hij aan op het eiland van de nimf Calypso, die verliefd op hem wordt en hem niet laat vertrekken. Maar de godin Athena staat nog aan zijn kant en stelt alles in het werk om de koning weer in Ithaka te krijgen.

In zijn koninkrijk heerst intussen chaos. Odysseus’ gemalin Penelope wordt het hof gemaakt door 108 woeste vrijers die zich in het kasteel hebben geïnstalleerd, de voorraden opsouperen en naar haar hand dingen. Zij weigert te hertrouwen voor ze de lijkwade af heeft die ze weeft voor haar vermiste echtgenoot, en rekt dat proces eindeloos door ’s nachts de draden weer uit te trekken — een list die door een van haar slavinnen wordt verraden. En dan is er hun zoon Telemachos, intussen volwassen en op zoek naar nieuws over zijn vader. Als die laatste uiteindelijk — twintig jaar ouder en onherkenbaar — in Ithaka arriveert, worden vader en zoon herenigd. Samen bedenken ze een plan om de aanbidders te verslaan.

Ik wil zeker niet negatief zijn over Odysseus, maar hij was niet de nobele held die men van hem maakt.

Emily Wilson

Je zou het een heldenverhaal kunnen noemen, maar net zo goed een soap. Het is een meeslepend verhaal dat mensen moest entertainen, en werd eeuwenlang door barden gezongen voor het in zijn huidige vorm op papyrus belandde. Dat het bedoeld was om gehoord te worden, eerder dan gelezen, verklaart veel van de keuzes in de recente vertalingen. Misschien een technisch detail, maar niet voor wie zich aan een vertaling waagt: de Odyssee telt 12.000 verzen.

Glorieus ornaat

Terug naar de vraag waarmee we begonnen: waarom kreeg net Wilson het verwijt ‘als vrouw’ te vertalen? Het antwoord ligt in wat er zo baanbrekend is aan haar versie. Om te beginnen relativeert ze een en ander. In haar inleiding argumenteert ze hoe de Odyssee altijd als heldendicht werd gekaderd, maar dat de betekenis van ‘epos’ ooit veel minder grandioos was dan de glorie die we er sinds de renaissance aan toekennen. Epos betekent eigenlijk gewoon vertelling of lied, zegt ze, maar het idee van een heldendicht inspireerde veel vertalers om het glorieuze extra in de verf te zetten. Omdat het bronmateriaal veel soberder is, haalde ze de ritmische, eenvoudige Homerische kwaliteiten vanonder het ornaat van de retoriek.

Die eenvoud zag je al bij de eerste versregel. “De meeste Engelse vertalingen zijn in vrij vers en zonder ritme”, legt Wilson uit. We videobellen, zij vanuit Pennsylvania waar ze aan de universiteit klassieke talen doceert. “Dat zinde me niet. Ik wilde wél in versvoeten schrijven.”

Ze koos voor de jambische pentameter, een vers van vijf versvoeten waarbij de klemtoon telkens op de tweede lettergreep valt: tadá tadá tadá tadá tadá. Daarin schuilt een opvallende synchroniciteit met Patrick Lateur, die overigens erg enthousiast reageert op haar werk. Ook Lateur koos voor de jambische vijfvoeter. Hij noemt de heldere dagelijkse taal van Wilson een groot winstpunt tegenover de klassieke Engelse vertalingen, en haar keuze voor die versvoet lijkt hem logisch: de Angelsaksische literatuur heeft op dat punt een lange traditie.

Dat dit breekt met het origineel, dat in dactylische hexameter is geschreven — een veel complexere versmaat van zes voeten — geeft Lateur toe. Waar de pentameter vijf lichte tikken telt, dendert de hexameter met zes zware aanzetten: TAM-ta-ta TAM-ta-ta TAM-ta-ta TAM-ta-ta TAM-ta-ta TAM-tam. Je hoort het in de openingsregel van Dros, die wél de oude maat aanhoudt: “Zíng van de mán van de dúizend lísten, Múze, die héél veel / róndzwierf…” Zes voeten per regel, en inderdaad: in het Nederlands klinkt het eerder plechtig dan vlot.

Volgens Lateur is dat metrum dan ook niet meer van deze tijd. “Homeros had geen keuze, er was enkel die hexameter. Maar ik verdraag dat metrum niet. Naar mijn gevoel klinkt het te gewichtig in het Nederlands, te zwaar. Niet alleen verlies je zo een stuk entertainend gehalte. We vertalen vandaag voor lezers van de 21ste eeuw: die taal moet helder klinken, poëtisch zijn, vloeien. De pentameter is daar perfect voor. Als je luidop leest, voel je je gedragen door dat ritme.”

Imme Dros is minder gewonnen voor de versie van Wilson. Dros is verslingerd aan de vorm van het epos, aan die complexe dactylische hexameter, aan de schoonheid van de poëzie; ze vindt de Engelse vertaling wat te schraal en mist de alliteraties. Lateur noemt Dros dan weer het slachtoffer van die hexameter: “Het metrum speelt niet alleen een rol in leescomfort, maar ook in het vertellen. Er is vandaag geen enkele dichter die in het Nederlands poëzie in hexameters schrijft. Lees de hexameter luidop en het wordt proza, terwijl je bij de kortere verzen van de pentameter de cadans van de poëzie blijft voelen. Dát brengt de tekst dichter bij de bron.

“De vraag is ook: hoever ga je in het benaderen van de taal van Homeros? Dan zou je ook de taal van Vondel (17de eeuw), Gezelle (19de) en Hugo Claus (20ste) door elkaar moeten gebruiken, want de verzen uit de Odyssee dateren uit verschillende perioden. Dat is toch te gek voor woorden?”

Jacob Jordaens, Odysseys and his men trying to escape from Polyphemus’s cave hidden under rams (painted between 1660-1665). ©Wikimedia Commons

Koning én schelm

Voor een buitenstaander kan die discussie futiel lijken, maar feit is dat de pentameter tot een nauwkeuriger woordkeuze dwingt, ook bij Wilson: “Veel vertalers gebruiken vijf Engelse woorden voor één Grieks woord. Dat spint het verhaal uit. Ook dat wilde ik niet: er moest vaart in zitten.”

Dus koos ze voor ‘complicated’ in plaats van ‘een man van duizend listen’. Schuilt er een ironische oogrol in die keuze? Wilson lacht bij de suggestie. “Ik wil zeker niet negatief zijn over Odysseus, maar hij was niet de nobele held die men van hem maakt. Een typische Griekse held heeft één uitgesproken kwaliteit. Odysseus heeft er veel: hij is een piraat, een soldaat, een koning, een bedelaar, een geliefde, maar ook een schelm en een dief.

“Zo staat het er ook in het Grieks: polytropos. Hij is op veel plaatsen geweest, maar overdrachtelijk betekent het ook dat hij vele gezichten heeft. Ik zocht één woord dat die vele, dubbelzinnige kwaliteiten onderstreept, en dat alvast aankondigt dat dit geen eenduidig verhaal is.”

Maar dat ietwat lacherige woord schrijft men dus aan haar vrouwelijkheid toe. Zelf vindt Wilson dat jammer. “Ik word liever op academische of literaire merites beoordeeld. Omdat men doordramt over het feit dat ik een vrouw ben, krijg ik reacties van mensen die twijfelen aan de ernst van mijn werk. Al ontken ik niet dat het genderaspect van de Odyssee me interesseert. Het is nu eenmaal een van de thema’s van het gedicht. Ik durf mezelf zonder schroom een feminist te noemen, maar dat neemt niet weg dat ik kritisch en genuanceerd kan vertalen.”

Waarmee ze bedoelt dat ze de Odyssee niet heeft herschreven vanuit vrouwelijk perspectief. (Dat deed de Canadese schrijfster Margaret Atwood in 2005 overigens wél, met The Penelopiad.) Waar wél een gevoeligheid ligt, geeft ze toe, is het gemak waarmee veel Engelse vertalers — mannen dus — over de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in het oude Griekenland heen stappen. Dat ze Penelope neerzetten als een heldin, terwijl ze gebonden is aan huis en haard en niet bepaald vrij, hoeven we niet te verdoezelen. Is dat vrouwelijke sensitiviteit? “Ik weet het niet”, zegt ze. “Een man kan dat ook wel zien, maar feit is dat velen het niet doen. Ze zijn blind voor die niet zo ideale positie van de vrouw in het verhaal, net zoals ze blind zijn voor de sociale positie van slaven.”

Geen statement

Zo koos Wilson ervoor het personeel consequent slaven te noemen, en niet dienstmeid of edele dienstmaagd zoals veel vertalers doen. “Dat klinkt te onschuldig, het insinueert dat die vrouwen gewoon in dienst waren, dat ze een keuze hadden. Maar zo ging dat er toen niet aan toe. Wie voor iemand werkte, was slaaf. Er waren wel woorden voor verschillende soorten slaven, maar het bleven slaven. Ik wilde geen eufemismen, maar helderheid. Omdat het gedicht zelf ook niets verbloemt.”

Als Homeros er geen oordeel over heeft, dan wij ook niet. Een moraliserende vertaling is boerenbedrog

Patrick Lateur

Even vaak werd er onder invloed van moraalridders inhoud aangedikt. Een mooi voorbeeld is de passage waarin Telemachos de slavinnen opknoopt die Penelope verraden hebben. “Vertalers hebben de neiging het verhaal te vereenvoudigen door die slavinnen hoeren of teven te noemen”, zegt Wilson. “Dat klinkt gemakkelijker, want dan hebben ze het vast verdiend. Maar dat staat helemaal niet in het Grieks.”

Er staat in het oud-Grieks letterlijk ‘die daar’, bevestigt Dros, die zelf toch voor ‘teven’ koos, “omdat Telemachos elders naar honden verwijst als hij het over de aanbidders van zijn moeder heeft”. Ook Lateur had de reflex er een neutraler ‘vrouwen’ van te maken in plaats van lichtekooien. “Dat is niet eens een statement. Als het er niet staat, moet de vertaler dat daar niet zetten”, vindt hij. “Als Homeros er geen oordeel over heeft, dan wij ook niet. Een moraliserende vertaling is boerenbedrog.”

Feit is dat censuur en moraal door de eeuwen heen de Odyssee zijn binnengeslopen, en dat heeft sporen nagelaten. Lateur herinnert zich de vertaalboekjes Grieks van de middelbare school uit de jaren 50, en vooral dat er passages ontbraken. “We leerden de klassieke talen met uitgezuiverde referentiewerken. Er heerste grote schroom over wat men toen als ontuchtig zag, dus liet men bepaalde woorden, soms hele zinnen weg. Bij Homeros staan geen wereldschokkende erotische zaken, maar zelfs in die kleine details zie je hoe vertalers moraliserend te werk gaan.”

Ook Wilson las gecensureerde versies. “In de Franse vertaling van Anne Dacier uit de 18de eeuw was alle seks uit het verhaal geschrapt — vreemd, als vrouwen vervolgens worden gestraft voor hun promiscue gedrag. Dat puritanisme is tot vandaag voelbaar.”

Vreemdelingen

Het is sterk dat zo’n tekst nooit helemaal vertaald raakt, dat er zelfs 2700 jaar later met animo wordt gediscussieerd over wat daar nu precies staat. Die belangstelling maakt het werk van de vertaler zichtbaar, zegt Wilson. Bezie hen maar als archeologen die millimeter per millimeter oude lagen wegschrapen, voorzichtig, om zelf geen schade toe te brengen. En met de aandacht voor de Odyssee zelf is ze blij. “Nu die renaissance- en victoriaanse laag eraf is, zien we beter hoe complex dit verhaal is, hoe het gevuld is met rijke universele thema’s die ons nog altijd raken, zeker nu. Het gaat over gender- en machtsverhoudingen, over monsters en verlokkingen, over hoe we kijken naar vreemdelingen en gastvrijheid.”

Een verwijzing naar de vluchtelingencrisis ligt voor de hand, ook volgens Lateur: “Uiteindelijk gaat het over iemand die rondzwalkt op de Middellandse Zee, meer dan eens schipbreuk lijdt en overgeleverd is aan de goodwill van wie hij ontmoet.”

De centrale kwestie van filoxenia — gastvrijheid voor vreemdelingen — boeit ook Wilson. “Die omgangsvormen, waarbij je iemand binnenlaat als die aan je deur klopt. Waarbij je hem eten, onderdak en kleren geeft nog voor je zijn naam hebt gevraagd. Hoe je een band creëert voordat er vragen worden gesteld… Het hedendaagse racisme en de diaspora die we nu zien, zijn vooral voorbeelden van hoe je géén goede gastheer of gastvrouw bent. De vraag is dan: wanneer loopt filoxenia verkeerd? Wanneer zijn mensen niet meer in staat hun deuren voor elkaar te openen?”

In de wereld van de klassieken zit het met die filoxenia nog goed. Ondanks de uiteenlopende meningen is er respect voor elkaars visie, en een gedeelde liefde voor de homerische klassiekers. Lateur: “In het huis van Homeros zijn vele kamers, ik misgun niemand zijn keuze. Maar ik voel me dichter bij Wilson staan, en ver van Dros.” Als ik Imme Dros vertel hoe haar collega erover denkt, sluit ze vrolijk de rangen: “Ik steun iedereen die zich over Homerus ontfermt.” Of hoe een vertaalstrijd niet noodzakelijk een genderoorlog hoeft te worden.


Nawoord, 2026 — Acht jaar later dezelfde discussie dus, alleen luider. De verwijten aan Nolan — te modern, te woke, niet trouw aan ‘de echte Odysseus’ — zijn woord voor woord de verwijten die vertalers elkaar al eeuwen maken. Het antwoord van de classici is er ook nog steeds: er bestaat geen onaangeroerde, ‘zuivere’ Odyssee om geweld aan te doen. Elke generatie schraapt haar eigen laag weg, en legt er meteen een nieuwe overheen.


Zelf lezen?

  • Homer, The Odyssey, vertaald door Emily Wilson, W. W. Norton & Company, 592 p.
  • Homerus, Odyssee — Een zwerver komt thuis, vertaald door Patrick Lateur, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 615 p.
  • Homerus, Odysseia, vertaald door Imme Dros, Van Oorschot.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.