Vrouwen aller landen, staakt!

Op 8 maart roepen vrouwenbewegingen wereldwijd op tot een solidariteitsstaking van vrouwen. Ook in België wordt actiegevoerd. Met de vrouwenmars op Washington nog vers in het geheugen is de vraag: wat is de impact van vrouwelijk protest? Kunnen vrouwen de wereld veranderen? 

Of je nu op een stakingspost staat of een roze muts op je hoofd zet: iedereen die iets doet op de manier die bij hem of haar past, omarm ik met veel liefde  (medeorganisator Bieke Purnelle)

Iedereen die in die dagen het nieuws volgde, was het erover eens: zoveel vrouwen had men voor 21 januari 2017 nog nooit bij elkaar gezien. Een golf van roze pussy hats – de roze muts die nu hét symbool is van vrouwelijke solidariteit – overspoelde de straten, niet alleen die van Washington, maar van honderden Amerikaanse steden. In de hoofdstad alleen al verzamelden zich meer dan een miljoen vrouwen, maar ook in vele andere grote en kleinere steden kwamen honderdduizenden manifestanten bij elkaar.

Wereldwijd demonstreerden uit solidariteit honderden zustergroepen mee. Van Argentinië tot Londen, van Saudi-Arabië tot IJsland, van Rusland tot Nigeria: in totaal kwamen meer dan vijf miljoen vrouwen op straat voor de rechten van de vrouw. Die groep was bovendien zo divers dat opmerkelijk genoeg ook mannen zich er thuis voelden. En dat allemaal vanuit de verontwaardiging over Donald Trump, de toen net ingezworen president van de VS, die zich in de loop van zijn verkiezingscampagne had gemanifesteerd als een vrouwonvriendelijke politicus met losse handjes en een conservatieve, zelfs reactionaire, agenda wat gelijke rechten betreft.

Dat die protestmars indrukwekkend was, valt niet te betwisten. Maar tegelijk dringen zich prangende vragen op. Wat is bijvoorbeeld de waarde van zo’n momentum als je die energie nadien niet kunt vasthouden en concreet maken? Wat zegt zo’n mars nu over het hedendaagse feminisme? Is een pussy hat opzetten wel voldoende? En ook: kunnen vrouwen de wereld veranderen?

‘Black Monday’

Wat het momentum betreft, waren de organisatoren van de Women’s March nooit van plan om de teugels te laten vieren. Om het vuur brandend te houden, riepen ze de dag na de mars via hun website op tot actie. Ze vroegen bijvoorbeeld om brieven te schrijven naar politici, waarin de auteurs hun bezorgdheid konden uiten over bepaalde kwesties als recht op gezinsplanning en de rechten van holebi’s, transmensen, migranten. Maar vooral de pragmatische aanpak viel op: de modellen van postkaarten en briefhoofden stonden gewoon klaar om te downloaden. Ook worden er over de hele VS ‘Hear our voice’-events georganiseerd waar vrouwen heen kunnen voor informatie en om te netwerken. Wie graag zelf zo’n evenement wil organiseren, maar van geen hout pijlen weet te maken, kan het draaiboek gewoon uitprinten.

Niet lang na de mars kondigde zich al een volgende grootschalige actie aan. Op Internationale Vrouwendag wordt opgeroepen tot ‘A day without a woman’, een vrouwenstaking dus. Op die dag wordt aan Amerikaanse vrouwen gevraagd om hun werk, al dan niet betaald, neer te leggen, niet te gaan shoppen en rood te dragen als teken van solidariteit met andere vrouwen. Daarmee sluit de Women’s March aan bij de Paro de Mujeres, of de International Women’s Strike, een initiatief van Poolse en Zuid-Amerikaanse vrouwen. Een staking dus.

Haalt dat iets uit, horen we u denken. Vorig jaar alvast wel. Toen de conservatieve Poolse regering een wetsvoorstel wilde goedkeuren dat abortus in alle gevallen strafbaar moest maken, legden de Poolse vrouwen uit protest voor één dag het werk neer. Polen heeft al een strenge abortusregeling, maar de nieuwe wet kon ervoor zorgen dat zelfs vrouwen die een miskraam kregen verdacht zouden zijn, en ook zwangerschappen na verkrachting niet meer beëindigd mochten worden.

Hoewel de staking werd gebagatelliseerd, stemde het Poolse parlement de maandag erna – die voortaan ‘Black Monday’ heet – tegen het wetsvoorstel.

In diezelfde maand roerde zich een en ander in Argentinië. Daar legden vrouwen op 19 oktober voor een uur het werk neer om de straat op te trekken nadat een meisje van zestien was verkracht en gemarteld – met een hartaanval tot gevolg. Het duurde niet lang voor de protestbewegingen uit Polen en Argentinië een Facebook-groep oprichtten en zich over de landsgrenzen heen organiseerden. Rusland kwam erbij, Zuid-Korea, Ierland, Israël, Italië en een groot deel van Latijns-Amerika. Met ‘Solidarity is our weapon’ als slogan doopte men de nieuwe mondiale beweging International Women’s Strike. De eerste gezamenlijke actie is een internationale vrouwenstaking op 8 maart, de dag die al meer dan honderd jaar lang gelinkt is aan vrouwenrechten. Ook België springt op de kar: een verzamelde groep vrouwen – onder wie studenten, activisten en het onlinemagazine Charlie – roept vrouwen en hun bondgenoten op om op Internationale Vrouwendag hun rechten te verdedigen.

Herstals ‘femmes-machines’

Nu is zelfs België geen neofiet als het op vrouwenprotest aankomt. Op 16 februari 1966 legden duizenden arbeidsters, de femmes-machines van de FN-wapenfabriek in Herstal, het werk spontaan neer omdat ze het niet meer pikten dat ze voor hetzelfde werk 25 procent minder betaald werden dan hun mannelijke collega’s. Wat begon als een wilde staking duurde uiteindelijk dertien weken. Omdat vele vrouwen in het hart van het productieproces werkten, viel de fabriek elf weken lang stil. Opmerkelijk is dat zelfs de vakbond zich pas na een paar dagen twijfelen solidair verklaarde met de staaksters, en met het Verdrag van Rome van 1957 (dat gelijk loon voor gelijk werk waarborgde binnen de EEG/EU) in handen de onderhandelingen opstartte. Nog opmerkelijker is dat politici er het zwijgen toe deden, hoewel zelfs de internationale pers aanwezig was.

Uiteindelijk zouden de vrouwen niet krijgen wat ze wilden – een hoger loon – maar werd er een compromis gesloten van extra premies, uitgedeeld per arbeidscategorie. Omdat die premies niet werden opgenomen in de loonstructuren verloor die oplossing naderhand aan impact. Een ander gevolg was dat men de arbeiders per geslacht aan het werk zette en de loonkloof opnieuw onzichtbaar werd. Ook bleek de vraag om betere sociale voorzieningen op termijn eigenaardig uit te draaien. Waar de arbeidsters met sociale voorzieningen een kindercrèche bedoelden, werd er door FN Herstal geïnvesteerd in een voetbalveld voor de mannelijke werknemers.

Een soortgelijke vrouwenstaking – deze keer met een duurzamer resultaat – zou in 1968 plaatsvinden in de Ford-fabriek van het Britse stadje Dagenham. Opnieuw ging de kwestie over loon naar werken – de vrouwen die de zetelbekleding stikten, verdienden 15 procent minder dan hun mannelijke collega’s. Na drie weken zonder productie kregen ze een opslag van 7 procent, een jaar later kregen ze dezelfde looncategorie als mannen, en het resulteerde uiteindelijk in de Equal Pay Act van 1970.

Ook de vrouwenstaking van 1975 in IJsland, opnieuw vanwege de loonkloof die op dat moment 60 procent bedroeg, eindigde in het voordeel van de vrouwen. De actie was gepland in het kader van het Internationale Jaar van de Vrouw, maar in plaats van een staking noemde de organisatie het ‘een dagje vrij’. Niet alleen klonk dat vriendelijker, een dag vrij nemen was veiliger dan staken en ontslagen worden.

Op 24 oktober ging 90 procent van de IJslandse vrouwen niet werken, en ook thuis gingen ze erbij zitten in plaats van voor man en kinderen te zorgen. Het land lag plat: er was niemand om de telefoon op te nemen, er verscheen de dag nadien geen krant, want het waren vrouwen die de teksten zetten. Actrices weigerden te spelen, vele scholen bleven gesloten. Vluchten werden geannuleerd omdat het vrouwelijke cabinepersoneel niet kwam opdagen, en de bankdirecteuren konden zelf aan de teller zitten want de loketten bleven leeg. Op die ‘Lange Vrijdag’, zoals men die dag nog steeds noemt, vielen bij veel mannen de schellen van de ogen en zagen ze wat de rol was van vrouwen in de samenleving. Een jaar later stemde het IJslandse parlement een wet die gelijke rechten garandeerde.

Waren de problemen daarmee opgelost? Verre van. Tot op de dag van vandaag is er nog steeds een loonkloof in IJsland, maar de vrouwen hadden wel hun punt gemaakt en getoond dat hun harde werk misschien onzichtbaar maar ook onmisbaar is. In IJsland voert men de verjaardag van de ‘Vrije Dag’ nog steeds door het werk een paar uur vroeger neer te leggen. Symbolisch is daarbij het uur waarop men stopt met werken: het uur waarop vrouwen gratis beginnen te werken in vergelijking met mannen. In 1975 was dat 14.05 uur, in 2005 14.08 uur: een minimale drie minuten verbetering in dertig jaar tijd. In 2008 stapten ze om 14.25 uur op, en in 2016 om 14.38 uur.

Om de cirkel volledig rond te maken: de staking van afgelopen najaar in Polen was gemodelleerd naar die historische oktoberdag in IJsland.

Symbolische waarde

Levert staken vrouwen dus iets op? Als het op feitelijke strijdpunten aankomt: vaker wel dan niet. En ook al bracht de staking in Herstal op termijn weinig zoden aan de dijk voor de vrouwen die er werkten, toch was ze een mijlpaal omdat ze veel Europese werkende vrouwen wakker schudde.

Het fenomeen vrouwensolidariteit kreeg een gezicht, en het inspireerde bijvoorbeeld de stewardessen van Sabena om via juridische weg te procederen voor een hoger loon. In die zin was de staking beslist een van stuwende krachten achter de tweede feministische golf in België en Europa.

Het grote verschil tussen toen en nu is dat de staking van woensdag geen officiële staking is. Het is geen vakbondsactie, maar een initiatief van een paar individuen die de koppen bij elkaar staken. Een aantal van hen zijn verbonden aan een vrouwenrechtenorganisatie, een aantal niet. Maar waar voert men dan actie om?

Volgens medeorganisator Bieke Purnelle, codirecteur van RoSa, het kenniscentrum voor gender en feminisme, gaat het niet alleen over vrouwenrechten. “We voeren actie voor zaken die elke politieke kleur zouden moeten overstijgen. Op de werkvloer is dat discriminatie tegen vrouwen, zoals de erg tastbare en nog steeds onbegrijpelijke loonkloof. Maar we zien het breder dan dat. We protesteren ook tegen armoede, tegen racisme en homofobie, voor solidariteit met vrouwen met een migratieachtergrond, voor een betere opvolging en berechting van seksueel geweld, en tegen de stereotiepe beeldvorming van vrouwen in de media.”

Er mogen dan geen concrete, te onderhandelen actiepunten zijn in de vorm van objectieven en puntenplannen, toch mogen we de symbolische waarde van zo’n actie niet onderschatten, zegt politicologe Karen Celis (VUB). “Deze staking waarschuwt vooral voor de mogelijkheid dat vrouwen hun verworven rechten weer kunnen verliezen. Dit soort krachtmetingen zijn, ook al zijn ze symbolisch, belangrijk in een democratie.”

Volgens Celis gaat Internationale Vrouwendag niet alleen over vrijheid, maar over gelijkheid: “Het populistische politieke klimaat wijst gelijkheid af en legitimeert anti-vrouwelijke, racistische en homofobe discoursen. De Women’s March, en ook de Women’s Strike, laat een luide, duidelijke nee horen. Niet alleen vanuit de vertrouwde structuren, ook de burgers laten vanuit de grassroots van zich horen. Mensen nemen opnieuw hun verantwoordelijkheid op in plaats van te wachten op een teken van bovenaf. En dat is maar goed ook, want de organisaties die de gelijkheid verdedigen, staan onder druk. Kijk maar naar hoe de relevantie van Unia plots in vraag wordt gesteld. Men kan de gesubsidieerde waakhonden met één pennentrek van de kaart schrappen. De Internationale Vrouwenstaking laat zien dat er wel degelijk een achterban is die zal opstaan wanneer het nodig is. Men is bereid om te vechten.”

Feministischere universiteit

Volgens Purnelle waait er een nieuwe wind door het feminisme. “De vrouwenstrijd kreeg lang de kritiek een lean in-feminisme te zijn: de strijd van de blanke hoogopgeleide middenklassevrouw met de focus op het glazen plafond en de loonkloof. Dat zijn terechte strijdpunten, maar door enkel daarmee bezig te zijn, had men lang te weinig aandacht voor de noden van de vrouwen uit lagere klassen, of vrouwen met een andere etnische achtergrond. We zijn solidair met de onderdrukte groepen in Amerika en de vrouwen in de ontwikkelingslanden, maar tegelijk willen we niet blind zijn voor wat hier misloopt. Onze boodschap is inclusief. We trekken vrouwenrechten open tot mensenrechten. Dat maakt het complex en soms moeilijk te vatten. Anderzijds is die diversiteit net mooi.”

“Die heterogeniteit was ook de kracht van de Women’s March”, beaamt Karen Celis. “Wie tegen die gelijkheid is, denkt én seksistisch, én racistisch, én homofoob. Als je wordt aangevallen door zulke clusters, moet je zelf ook clusteren om die aanval aan te kunnen. We mogen het dus niet alleen over seksisme hebben, maar ook over racisme, sociale en etnische achterstelling, leeftijd en seksuele geaardheid.”

Allicht omdat het gevoel van urgentie groot is, leeft Internationale Vrouwendag meer dan ooit. De events zijn amper bij te houden, veel organisaties bevestigden al hun sympathie voor de ‘staking’. Sommige zullen de homepage van hun website zwart maken, andere plaatsen een banner. Ook een persoonlijke invulling van de actie wordt aangemoedigd. Zo zal een deel van het vrouwelijk personeel van de Gentse Universiteit staken en actie voeren voor een feministischere universiteit.

“Dit moment leek ons geschikt om een aantal grieven die al langer leven op de agenda te zetten”, vertelt medeorganisator en doctoraatsstudente Loes Debuysere. Samen met enkele collega’s van het departement Conflict en Ontwikkelingsstudies trekt ze de actie. “Vergeleken met andere universiteiten loopt UGent achter wat betreft gendergelijkheid. Alle decanen zijn mannen, en ook 78 procent van de hoogleraren. Gent bengelt bovendien onderaan in cijfers die de tenure track bijhouden, het traject van assistent tot vaste benoeming. Slechts 25 procent van de vrouwelijke academici stroomt door, op andere universiteiten schommelt het gemiddelde rond 40 procent. We beweren niet dat de universiteit geen aandacht heeft voor die ongelijkheid, maar het kan veel beter. We zijn allemaal kritische en belezen mensen. Toch merk je dat het hier niet veel beter is dan in bepaalde bedrijven. Als universiteit zou je toch een voorbeeldfunctie moeten vervullen?”

 Ook hier gaan de eisen van de demonstranten verder dan vrouwelijke vertegenwoordiging in leidinggevende functies. “We willen vooral een andere universiteit”, zegt Debuysere. “We willen dat dit een plaats is waar mensen samenwerken in plaats van met elkaar te concurreren, waar discriminatie van welke soort dan ook niet wordt toegedekt, waar de werk- en publicatiedruk lager ligt dan nu, en waar aandacht is voor ouderschap. Die idee van slow science maakt deel uit van het feministisch project, maar het slaat ook aan bij mannen. Waar onze mannelijke collega’s vroeger vaak nog defensief reageerden als we genderthema’s aankaartten, accepteren ze onze bezorgdheden vandaag wel. Ze hebben ook hun steun toegezegd op 8 maart: ze komen soep uitdelen tijdens onze prikactie op het rectoraat. Sommigen overwegen ook om hun les te annuleren, en de studentes op te roepen om deel te nemen.”

Omdat dit geen vakbondsactie is, zal het opzet van de International Women’s Strike in de praktijk eerder lijken op wat in 1975 in IJsland gebeurde, dan in 1966 in Herstal: wie echt actie wil voeren, moet een dag vrij nemen. Dat is wat Loes Debuysere en veel van haar collega’s zullen doen. Al heeft ze daar ook bedenkingen bij: “Niet iedereen kan dit doen. Omdat dit geen vakbondsactie is, kun je niet ongewettigd afwezig zijn, en ontvang je geen stakingsvergoeding. Dat maakt dat de vrouwen die het echt nodig hebben, zoals het poetspersoneel van de universiteit, allicht niet van zich zullen laten horen. Zij hebben die luxe niet. Toch is de vrouwenstrijd ook altijd een strijd van arbeidersvrouwen geweest. Ik had toch wat meer verwacht van de vakbond.”

Dat letterlijk staken voor veel mensen onmogelijk is, begrijpt de organisatie van de International Women’s Strike. Op de website worden verschillende mogelijkheden gesuggereerd om alsnog sympathie uit te drukken: van een autoreply instellen in je mailbox of een vlag uit je raam hangen, tot een zwarte rouwband dragen of pussy hats breien. “Of je nu op een stakingspost staat of een roze muts op je hoofd zet: iedereen die iets doet op de manier die bij hem of haar past, omarm ik met veel liefde”, besluit Purnelle. “Ik hoop vooral dat we op zo veel mogelijk plaatsen zichtbaar zijn, en dat we op die manier een krachtig signaal kunnen geven dat mensen aan het denken zet.”

Dit essay verscheen in De Morgen van 4 maart 2017.

Meer info over de actie vind je op de Facebookpagina https://www.facebook.com/internationalwomensstrikebelgium/