ALS VROUWEN NU EENS ZOUDEN OPHOUDEN MET ELKAAR TE BEKAMPEN

Al organiseerden we honderd vrouwendagen: als vrouwen niet ophouden met elkaar te saboteren en neer te halen, zal er van gendergelijkheid nog lang geen sprake zijn.

Achttien was ik, toen ik mijn eerste feministisch toneelstuk schreef. In onze strenge katholieke meisjesschool was het traditie dat de zesdejaars aan het eind van het schooljaar een voorstelling maakten, gevuld met toneel en zang. Het thema van de lichting van het schooljaar 1989-1990 was ‘Et Dieu créa la femme’. In verschillende groepjes werkten we een aspect van het vrouw-zijn uit. Mijn vriendin Karen en ik kozen voor ‘de problemen van de vrouw’.

In ons stuk vertelden we het verhaal van een jonge vrouw die ongepland zwanger wordt. Ze twijfelt, ze panikeert, wat moet ze doen? Is ze wel klaar voor een kind? Zal haar man haar helpen of zal zij alle offers moeten brengen? Hij reageert lauw op haar besognes, begrijpt niet waar ze een probleem van maakt.

Die nacht wordt ze geplaagd door nachtmerries. We zien haar in haar eerste droom poetsen en sloven, terwijl haar man als een Onslow avant la lettre bierdrinkend op de bank hangt. Tot ze er genoeg van krijgt en ze hem op de noten van Hit The Road Jack van Ray Charles de deur wijst.

Ongemakkelijk geschuifel

De tweede droom is grimmiger. Het podium is schemerig, we horen voetstappen, hoge hakken in een verlaten straat. En dan: een schreeuw. Met niets meer dan rook, schaduwen en onheilspellende muziek suggereren we een aanranding. Het is muisstil in de Brugse Stadsschouwburg, als je het ongemakkelijke geschuifel van de voeten van de aanwezige ouders niet in rekening neemt. De droomcyclus eindigt in een woeste dans van de demonen van de vrouw op O Fortuna uit Orffs Carmina Burana.

Badend in het zweet wordt onze vrouw wakker. Op haar klokradio horen we de laatste deuntjes van Hit The Road Jack. Op de achtergrond horen we een baby huilen. Heeft ze haar kindje gekregen, of koos ze voor abortus? Dat wilden mensen weten, maar ik vond het naast de kwestie. We hadden net een mogelijke toekomst van een meisje geschetst. Waarom nam iedereen daar vrede mee?

We hadden net een mogelijke toekomst van een meisje geschetst. Waarom nam iedereen daar vrede mee?

Baas in eigen buik

Op school voerden we onze eigen ‘baas in eigen buik’-strijd. We daagden de leraren uit met vragen over voorbehoedsmiddelen en de eerste keer. En het moet gezegd, niemand deed een poging om ons daarin tegen te houden. Als de godsdienstleraar de bui zag hangen, ging hij in kleermakerszit op zijn bureau zitten, en liet hij ons discussiëren. Als hij tussenbeide durfde te komen, kreeg hij de volle laag. ‘Maar meneer, het is toch óns lichaam?’

Het zat er toen al in, dat feminisme. Voor mij betekende de vrouwenstrijd concreet: ‘sisterhood’. Internet en social media bestonden nog niet, maar dat hadden we niet nodig om te weten dat we samen sterk kunnen zijn. Van onze rolmodellen leerden we de kracht van meisjes en vrouwen kennen. We zongen uit volle borst mee met Madonna, Annie Lennox en Mel & Kim. We dweepten met Tina Turner, die ontsnapt was aan het partnergeweld van Ike, en hem nadien grandioos overklaste als artiest.

Verantwoordelijkheid

Intussen zijn we 25 jaar later, en de vrouwenstrijd woedt opnieuw heftig. Er worden boeken over het thema geschreven en debatten mee gevuld. Maar over de essentie kunnen we kort zijn: wat vrouwen vragen is dat de samenleving fair is, hen evenveel kansen geeft als mannen. Dat ze de ruimte krijgen om die maatschappelijke achterstand van eeuwen op te halen. De mensheid daaraan herinneren, daar dient Internationale Vrouwendag voor.

Een samenleving zonder genderongelijkheid vraagt een inspanning van mannen, maar ook vrouwen moeten hun verantwoordelijkheid durven te nemen. Niet alleen moeten we ons losmaken van de conditionering die ons onzeker en bescheiden houdt als het op competenties aankomt waarvan men lang dacht dat ze exclusief mannelijk waren: leiding geven, kunst maken, politiek bedrijven… We moeten ons ook durven te bevrijden van de slachtofferrol en van de schuldgevoelens die ons plagen omdat we denken ergens tekort te schieten. We hoeven niet perfect te zijn.

Maar nog dringender moeten we af van de strijd die vrouwen onder elkaar voeren. Vrouwen halen niet alleen zichzelf maar ook andere vrouwen nog te vaak naar beneden. De meeste vrouwen die excelleren in wat ze doen – of dat nu het huishouden is, een soundtrack schrijven, een sport of een multinational leiden – kunnen op de nijd en de jaloezie van een heleboel andere vrouwen rekenen.

Geef vrouwen wat meer plaats om hun ding te doen en zich te ontplooien, en ze zullen solidair zijn en elkaar steunen. Verstik hen, en ze zullen zich gedragen zoals krabben in de spreekwoordelijke mand

Giftig klimaat

Komt het door de schaarste qua kansen of ligt het aan onze narcistische tijden? Ik gok op een combinatie van de twee. Los van de occasionele psychopaat (m/v) die niemand het licht in de ogen gunt, heeft veel te maken met ruimte en mogelijkheden. Geef vrouwen wat meer plaats om hun ding te doen en zich te ontplooien, en ze zullen solidair zijn en elkaar steunen. Verstik hen, en ze zullen zich gedragen zoals krabben in de spreekwoordelijke mand.

Voeg daar nog de Borderline Times-analyse van psychiater Dirk De Wachter aan toe, het tijdperk van de self branding, van de ongebreidelde competitie en de gedachte dat succes zich vertaalt in het aantal mensen dat je van de baan hebt gereden, en je hebt een giftig klimaat. Niet alleen voor vrouwen, maar voor iedereen.

Het feminisme is niet gebaat bij dit soort gedrag, maar gelukkig is het feminisme sterk. Het vuur verspreidt zich snel, het brandt hevig. Voor elke vrouw die onrecht wordt aangedaan, staan er verschillende andere op om hun ongenoegen te uiten. Ik zie veel intelligente, wereldwijze vrouwen, oud en jong, die gewapend met argumenten en geschiedenis, en met opgeheven hoofd de critici uitlachen. Ik juich hen allemaal toe, ook als ze elkaar tegenspreken.

Botsende stemmen

Het feminisme anno 2016 is gevarieerd en complex, met vaak tegengestelde stemmen. Soms botst het, we zijn het zelden over alles eens. Dat is oké. Elk feministisch parcours is anders. We hoeven niet allemaal dezelfde strijd te leveren. Mij lijkt het belangrijker om zo veel mogelijk terrein in te nemen.

Ik ben blij dat ik met het boek #Seksisme (Nee, wij overdrijven niet!) (Uitg. Polis), dat ik samen met twaalf andere vrouwen schreef, het debat heb kunnen aanwakkeren en een aantal stappen verder heb kunnen brengen. Ik ben er trots op dat de stemmen in het boek elkaar durven tegen te spreken.

Maar ik ben ook geschrokken. Van de onwetendheid en de onwil van veel mannen, maar nog meer van de agressie van veel vrouwen.

Ik geloof in een feminisme dat zich boos maakt als het moet, maar mild kan zijn waar kan. Waarom zou je elkaar ondermijnen? Er is toch genoeg plaats onder de zon?

Sisterhood

Vrouwen kunnen elkaars ergste vijand zijn: ik ken weinig vrouwen die dat niet zullen beamen. We praten er in het openbaar zelden, over uit angst om uitgelachen te worden (catfight!) of omdat we daarmee mogelijk de vrouwenzaak beschadigen. Toch keren veel vrouwen zich af van het feminisme omdat ze vinden dat vrouwelijke agressie en vrouwelijk seksisme niet mogen bedekt worden met de mantel der liefde.

Ik geloof in een feminisme dat zich boos maakt als het moet, maar mild kan zijn waar mogelijk. Waarom zou je elkaar ondermijnen? Er is toch genoeg plaats onder de zon? Zolang vrouwen elkaar blijven bekampen en saboteren in plaats van elkaar te helpen of te steunen (negeer elkaar desnoods in plaats van elkaar aan te vallen), houden ze niet alleen hun eigen groei, maar ook die van andere vrouwen en bij uitbreiding de hele samenleving tegen.

Zeg mij eens, wie heeft daar precies voordeel bij?