Seksisme SUCKS!

Er is lang voor gestreden, maar anno 2015 zijn vrouwen en mannen maatschappelijk nog NIET gelijk. Er is de loonkloof. De slachtoffers van seksueel geweld die horen ‘dat ze het zelf hebben uitgelokt’. Seksisme is een sluipend gif. Cathérine Ongenae breekt de stilte met het boek #Seksisme. Nee, wij overdrijven niet (Uitgeverij Polis).

April zat nog volop in zijn grillen, in de media stormde het rond het thema ‘seksisme’. Even samenvatten hoe dat ook alweer begon: begin maart schreef Yasmine Schillebeeckx op haar blog The Spectacular Reality een column met als titel Mijn naam is niet ‘Hey Sexy’. Daarin stelde ze straatintimidatie aan de kaak. Mannen die suggestieve opmerkingen maken (‘Ben je nog vrij?’), jongens die haar naroepen (‘Dikke tetten!’), de 24-jarige vrouw was het beu. Haar tekst raakte een gevoelige snaar: de krant De Morgen pikte het artikel op, het werd duizenden keren gedeeld op de sociale media. Veel vrouwen gaven haar gelijk. Columnist Marc Didden deed dat niet.

Een week later verscheen zijn column in dezelfde krant, waarin hij poneerde dat die vrouwtjes toch wel lichtgeraakt waren, zo erg kon het toch niet zijn? Overdreven ze niet? De man heeft intussen zijn excuses aangeboden, maar wel pas nadat hij op de sociale media zwaar op de vingers werd getikt door duizenden vrouwen. Tijdens die discussies besloten een aantal vrouwen, waaronder Schillebeeckx, om de hashtag #wijoverdrijvenniet (WON) te lanceren. Onder de noemer WON riepen ze andere vrouwen op om hun ervaringen rond straatintimidatie te delen.

De storm was amper uitgewoed, of er diende zich een vervolg aan: ex-politicus Steve Stevaert bleek aangeklaagd te zijn voor verkrachting. Diezelfde dag nog stapte hij uit het leven. VUB-decaan Willem Elias sprak zijn verdriet daarover uit door het vermeende slachtoffer op zijn Facebookpagina te vragen waarom ze drie jaar met haar klacht had gewacht als ze er zo zeker van was dat haar iets was aangedaan. De reacties waren oorverdovend. Als Marc Didden al had aangetoond dat vrouwen niet ernstig worden genomen als ze aangeven dat iemand over hun grenzen gaat, dan lag het bewijs van die mentaliteit nu duidelijk op tafel. Openlijk twijfelen aan een aangifte voor verkrachting, hoe lang geleden die ook plaatsvond, is een vorm van seksisme. Lachen met verkrachting is een vorm van seksisme. Toch lijkt niet iedereen zich hiervan bewust.

Half april, dus, en in diezelfde week kreeg ik twee telefoontjes: een van uitgever Harold Polis, die me vroeg om een boek over seksisme samen te stellen, en een van Feeling, met de vraag een artikel over seksisme te schrijven. Het thema leeft, zoveel is duidelijk. Mijn antwoord was dus ‘ja’, op beide vragen.

VOER VOOR VERHITTE DISCUSSIES

Om seksisme te kunnen aankaarten, moet je het kunnen herkennen en benoemen. Veel vrouwen ervaren seksisme, maar niet iedereen kan altijd de vinger leggen op wat er precies aan de hand is. Soms maak je iets mee dat je grof vindt en waar je een naar gevoel aan overhoudt. Dat kan een dubbelzinnige opmerking door een mannelijke collega zijn over je outfit, kritiek op je lichaam of je gewicht, of commentaar op het feit dat je al dan niet borstvoeding geeft. Maar het kan ook erger: een partner met losse handjes, bijvoorbeeld, die de schuld van zijn agressie bij de vrouw legt. Een lief dat seks eist, en het verlangen van de vrouw als ondergeschikt aan dat van hem beschouwt. Of een vrouw die aangifte doet van een aanranding, en van de politie de vraag krijgt wat ze op het moment van aanranding droeg.

Seksisme is een heftig thema dat tot verhitte discussies leidt en heel wat moddergooiers triggert. Toch is het nodig om erover te praten. Ik ben niet de enige die dat vindt. Ik verwachtte tijdens mijn zoektocht naar medeauteurs weerstand, maar kreeg uit vrouwelijke richting alleen maar steun. Wie ik aansprak, zei meteen ja, maar ook de schrijfsters en journalistes die geen tijd konden vrijmaken om een stuk van het boek te schrijven, zeiden unaniem: ‘Het is nodig’. De meesten vertelden me er meteen een persoonlijke ervaring bij.

Maar er is ook tegenstand. Zowel mannen als vrouwen worden boos, gaan schelden, roepen meteen ‘zielige feminist’ als je seksisme aankaart. Sommigen zeggen dat je overdrijft, teergevoelig bent, dat je er maar tegen moet kunnen. Of ze stellen dat seksistisch gedrag iets is voor psychopaten, en dus niets met hen te maken heeft. Dat soort reacties zijn onaangenaam en tonen aan dat er op seksisme een sociaal taboe rust. Net omdat seksisme niet ernstig wordt genomen, vermijden veel vrouwen de confrontatie en houden ze hun ervaringen geheim. Zo groeide er een consensus dat je over seksistische ervaringen niet spreekt, want als je er wel iets over zegt, geeft de samenleving je meteen lik op stuk. Zoals Marc Didden deed bij Yasmine Schillebeeckx, of zoals Willem Elias deed bij het slachtoffer in de zaak Stevaert: hij stelde haar geloofwaardigheid in vraag. Op die manier ondermijn je vrouwen, ontmoedig je hen om aangifte te doen of zich weerbaar op te stellen, duw je hen in de marginaliteit. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

‘NEE’ IS ‘NEE’ EN NIET ‘MISSCHIEN’

Al dat zwijgen leidt dus tot niets. Of beter: het leidt tot veel ellende en zelftwijfel. Ik heb #seksisme gemaakt omdat ik vind dat zwijgen geen oplossing is. Maar laat ons eerst even kijken naar wat seksisme precies is? Veel mensen associëren het met seksuele intimidatie, en hoewel seksuele intimidatie, verkrachting, partnergeweld en seksueel misbruik ernstige vormen van seksisme zijn, is het veel meer dan dat. Seksisme is gedrag waarbij men iemand, of een groep mensen – meestal vrouwen – discrimineert op basis van hun geslacht. Seksisme berust op stereotypes en vooroordelen. De samenleving heeft ideeën over hoe een vrouw zich hoort te gedragen. Wie op de een of andere manier niet beantwoordt aan die norm en daar persoonlijk op wordt aangevallen, beoordeeld of in de marge geduwd, is het slachtoffer van seksisme. Soms oogt het erg onschuldig: een klein meisje leren dat meisjes niet in bomen klimmen, maar meer waardering krijgen als ze rustig met hun poppen spelen, is ook een vorm van seksisme.

Concreet: wat zijn voorbeelden van seksisme? Het glazen plafond. De loonkloof. In 2012 verdienden vrouwen voor dezelfde job 22% minder dan hun mannelijke collega’s. De Nederlandse bioloog Midas Dekkers durfde het een paar jaar geleden aan om in het praatprogramma Reyers Laat te vertellen dat hij dat loonverschil niet meer dan normaal vond, want vrouwen zijn een week per maand minder productief door hun hormonenhuishouding. Dat is seksisme. Dekkers gaf daarmee wel een verklaring voor die loonkloof: er is een verband met de traditionele rolmodellen en het feit dat men van vrouwen verwacht dat ze, eenmaal als ze kinderen hebben, een stap terugzetten in hun carrière.

Drie op de vier vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap op het werk met minstens één vorm van negatieve behandeling of discriminatie te maken. Een op de zes vrouwen in ons land ervaart seksueel geweld, maar de meesten zwijgen. Negen van de tien slachtoffers van verkrachting doen nooit aangifte, vaak uit schuldgevoel, schaamte of uit angst voor de reacties. Het taboe rond verkrachting en aanranding is in bepaalde gevallen zelfs dodelijk voor vrouwen: slachtoffers van fysiek en seksueel geweld ondernemen vaker zelfmoordpogingen, en er werd ook aangetoond dat vrouwen na een aanranding gynaecologische onderzoeken vermijden, wat maakt dat ze meer risico lopen om baarmoederhalskanker te ontwikkelen.

Ondanks deze cijfers blijven veel mensen seksueel geweld beschouwen als iets wat ver van hun bed ligt. Maar dat is niet het geval. Een recente Nederlandse studie naar onvrijwillige seks bij adolescenten en jongvolwassenen bracht hallucinante cijfers aan het licht: maar liefst één jonge vrouw op de twee heeft op een bepaald moment een vorm van onvrijwillige seks meegemaakt (ongewild betast of gekust worden werden in het onderzoek ook als onvrijwillige seks beschouwd). Zo nonchalant gaat men dus om met het vrouwenlichaam om. Nochtans is het simpel: ‘nee’ is ‘nee’, en betekent niet ‘misschien’.

Het probleem met cijfers is evenwel dat ze wel aantonen dat er een probleem is, maar dat ze abstract blijven. Net daarom zijn verhalen zo belangrijk. Mensen identificeren zich niet snel met percentages, maar ga je verhalen delen, dan herkennen veel mensen, mannen én vrouwen, zich daar wél in. Die herkenning is nodig om de klik te maken. Meer dan eens hoor je opmerkingen als: `Ik dacht dat ik de enige was die dat onaangenaam/unfair vond’.

WEG MET GÊNE, GRENZEN STELLEN!

Rest dan nog de kwestie van de ‘zielige feministen’. Is het zielig om seksisme aan te kaarten? Overdrijven we? Ik stelde de vraag aan twee co-auteurs van #seksisme, professor Seks en Recht Liesbet Stevens (KULeuven), en sociaal pedagoge Liesbeth Kennes. Stevens is adjunct-directeur van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, Kennes richtte dit voorjaar de groep ‘Wij Spreken voor Onszelf’ op, een forum waar survivors van seksueel geweld het woord nemen en hun verhaal delen omdat het louterend werkt, en om het taboe dat op seksueel geweld rust, open te breken.

Een van de opmerkingen die je vaak hoort van mannen: ‘We mogen niets meer zeggen, ook geen onschuldige complimenten geven.’

Liesbet Stevens: Natuurlijk kan een compliment. Maar mensen hebben een romantisch beeld van catcalling (naroepen of nafluiten van vrouwen, red.). Ze zien daarbij een opwaaiende zomerjurk, en onschuldig bewonderend gefluit. De klachten waarover ik word aangesproken, zijn van een andere orde. Dat gaat om uitspraken als ‘Jij hebt een gezicht om op klaar te komen’, of ‘Amai, dikke tetten!’. Dat is niet van dezelfde orde als een complimentje maken over een jurk. Het is de combinatie van vulgariteit en macht die het onaanvaardbaar maakt.

Liesbeth Kennes: Het is best leuk om complimenten te krijgen. Een vrouw voelt wel wanneer iemand op een positieve manier zijn waardering uitdrukt, en wanneer het bedoeld is om haar van haar stuk te brengen. Ze kan dat gevoel moeilijk hard maken, maar het bepaalt wel of ze zich al dan niet bedreigd voelt.

Verleiden, veroveren is een spel dat vaak onderhuids wordt gespeeld. Voor heel veel mensen is seks een deel van het omgaan met elkaar. Waar ligt de grens?

Liesbeth Kennes: Iemand op een respectvolle manier proberen te veroveren is de enige juiste manier.

Liesbet Stevens: Het lijkt me sterk dat iemand die een vrouw aanspreekt met ‘Jij hebt dikke tieten’ verwacht dat die uitspraak hem seks, een relatie of zelfs een fijn gesprek zal opleveren. Dat is toch alleen maar dom?

Liesbeth Kennes: Mensen denken dat seksisme betekent dat mannen roofdieren zijn die op seks uit zijn, maar in het geval van seksisme gaat het om macht.

Liesbet Stevens: Ze willen laten zien wie de baas is. ‘Ik zeg over en tegen jou wat ik wil’.

Wat bijvoorbeeld met complimenten op het werk? Een man die zijn vrouwelijke collega laat merken dat hij haar aantrekkelijk vindt?

Liesbet Stevens: Het is niet abnormaal om dat vervelend te vinden als het ongewenst is. Op zo’n moment lijkt het immers alsof je looks belangrijker zijn dan je inhoud.

Wat moeten vrouwen doen als ze zich op een foute manier aangesproken voelen?

Liesbet Stevens: Reageren! Het is weleens gebeurd dat een wildvreemde man me op straat commentaar gaf op mijn benen. Ik heb me omgedraaid en hem rustig gezegd dat ik dat niet apprecieerde. Hij heeft zich verontschuldigd. Maar goed, ik begrijp perfect dat reageren soms moeilijk is.

Liesbeth Kennes: Mensen zeggen vaak: ‘Je moet dat niet zo ernstig nemen’. Zelfs over verkrachtingsgrappen gaat men licht. Uiteraard staat niet iedereen die zo’n grapje maakt achter verkrachting. Het punt is dat je op die manier wél helpt om verkrachting te bagatelliseren.

Leven we in een verkrachtingscultuur?

Liesbeth Kennes: Ik denk dat de maatschappij er toleranter tegenover staat dan ze zelf wil toegeven. Een verkrachting is niet grappig. Zo kun je alles weglachen.

Liesbet Stevens: Ik krijg dat woord ‘verkrachtingscultuur’ moeilijk over mijn lippen. Maar ik vind wel dat we in een cultuur van straffeloosheid leven wat seksisme in het algemeen en seksueel misbruik in het bijzonder betreft. Die straffeloosheid zorgt er volgens mij voor dat mannen die zich bezondigen aan dat gedrag er zo zelden op worden aangesproken dat ze het risico durven te nemen om over de grens te gaan. Net zoals mensen te snel rijden omdat ze weten dat de kans dat ze zullen worden gepakt, erg klein is.

Laat ons er even van uitgaan dat geen weldenkend mens het normaal vindt dat vrouwen worden misbruikt of geïntimideerd. Maar is het probleem van seksisme niet net dat men denkt dat het niet meer bestaat, waardoor men er geen oog meer voor heeft?

Liesbet Stevens: Na de grote strijd voor vrouwenrechten in de jaren zeventig groeiden de daarop volgende generaties op met het idee dat alles in orde is. De meerderheid van de mensen denkt dat mannen en vrouwen gelijk zijn. Vandaar dat veel mensen niet het gevoel hebben dat ze er zich over moeten uitspreken. Ze denken dat de strijd al gestreden is.

Liesbeth Kennes: Sommige mensen denken zelfs dat we spoken zien.

Liesbet Stevens: In zo’n geval kan ik gelukkig cijfers aandragen. Waar maken we een probleem van? Van de loonkloof. Van het glazen plafond. Van geweld tegen vrouwen.

Hoor je de ‘maar’ al? ‘Maar’ vrouwen wíllen deeltijds werken. ‘Maar’ ze zíjn minder ambitieus.

Liesbet Stevens: Veel van die argumenten kunnen we weerleggen. Er zijn inderdaad meer vrouwen dan mannen die deeltijds werken om de combinatie arbeid-gezin mogelijk te maken. Men zegt ook: ‘Vrouwen willen alles: een gezin én een carrière.’

Liesbeth Kennes: En de achterliggende gedachte is dan: dat kan nu eenmaal niet.

Liesbet Stevens: Nochtans zijn dat stabiele factoren in ieders leven. Waarom het niet omdraaien en de samenleving zo organiseren dat je die dingen kunt doen zonder eraan onderdoor te gaan? Waarom zou een vrouw moeten kiezen tussen een gezin en een carrière? Is het niet eerder zo dat de vrouwen uit eerdere generaties, die die keuze echt hebben gemaakt, onrecht is aangedaan door hen te vertellen dat een carrière niet combineerbaar is met kinderen? Ik vind het niet meer dan logisch dat vrouwen, net als mannen, zich intellectueel en emotioneel willen ontplooien. Je moet niet zeggen dat vrouwen alles willen, ze hebben gewoon recht op alles.

Seksisme zit hem ook vaak in kleine dingen, mensen herkennen het niet altijd.

Liesbet Stevens: Ik had een tijd geleden een gesprek met een schminkster die me opmaakte voor een tv-interview. Ze vroeg me of dat nu zo vaak voorkwam, seksuele intimidatie. Waarna ze me een kwartier lang het ene verhaal na het andere vertelde over seksuele intimidatie, inclusief een bijna-ontvoering toen ze nog een meisje was. Een soortgelijke reflex zie je bij mensen die over partnergeweld vertellen. Op de vraag of ze ooit werd mishandeld door haar partner antwoordde een vrouw: ‘Nee, maar hij heeft wel eens bijna mijn arm gebroken, en een pan naar mijn hoofd gesmeten’. Maar het was niet raak, dus was het voor haar geen mishandeling, net zoals het voor die schminkster geen seksuele intimidatie was, want ze was nooit echt aangerand.

Is een van de oorzaken van ontkenning ook niet dat mannen die over de grens gaan, zichzelf niet per se als verkrachter of agressor zien? Mannen zeggen vaak dat ze het moeilijk vinden om persoonlijke grenzen te herkennen.

Liesbet Stevens: Persoonlijke grenzen zijn helemaal niet moeilijk te herkennen. Een deel van de daders trekt zich er gewoon niets van aan. Een ander deel neemt het risico, ze denken: een ‘nee’ heb ik, een ‘ja’ kan ik krijgen.

Liesbeth Kennes: Veel vrouwen beseffen niet eens dat bepaalde dingen niet door de beugel kunnen. Omdat er niet over wordt gepraat.

Net daarom vond ik het belangrijk om een boek over seksisme te schrijven. Al die meisjes en vrouwen die in de war zijn omdat ze aanvoelen dat wat er gebeurt niet goed is, maar er niet over durven te praten omdat ze denken dat ze de enige zijn of dat het aan henzelf ligt. Die onderwerpen moeten bespreekbaar zijn, omdat het vrouwen kan helpen.

Liesbet Stevens: Hoe vroeger je als meisje leert wat je persoonlijke grens is, en dat je die mag verdedigen en er respect voor mag eisen, hoe beter.

Liesbeth Kennes: Jammer genoeg heeft men in België, in tegenstelling tot de meeste West-Europese landen, geen opvoedkundige programma’s om kinderen te leren omgaan met lichamelijke grenzen stellen en respecteren. Hier leeft er blijkbaar gêne om over lichamelijke en seksuele grenzen te praten.

Men heeft het tegenwoordig vaak over gebrek aan empathie. Wie zich in de plaats van een ander kan stellen, luistert naar wat die te vertellen heeft.

Liesbeth Kennes: Inderdaad, en dat is net wat er is gebeurd: vrouwen vertellen elkaar tijdens het uitgaan niet wat ze hebben meegemaakt, maar dankzij WON kwam het er ineens wél uit, en voelden veel vrouwen zich gesteund. Daar heeft het inderdaad mee te maken: met empathie en erkenning van wat je hebt ervaren.

Liesbet Stevens: De kracht van WON is dat de verhalen concreet waren. Ze geven je veel meer inzicht dan de cijfers.

Bezondigen we, zowel mannen als vrouwen, niet allemaal vroeg of laat aan seksisme? We zijn er allemaal mee opgegroeid.

Liesbeth Kennes: Ik wil gerust toegeven dat ik soms ook seksistisch denk, ondanks mijn gevoeligheid daaromtrent. Toen ik er nog minder bij stilstond, had ik bijvoorbeeld impulsgedachten als: ‘dat is niets voor meisjes’, of: ‘dat is toch wel verwijfd voor een man’. Seksistische gedachten en uitspraken doorgronden is een leerproces. Je moet ze herkennen, dat is de eerste stap van je verzet.

Liesbet Stevens: Seksisme zit ingebed in de structuren van de samenleving.

Racisme en seksisme liggen dicht bij elkaar.

Liesbet Stevens: Het zijn beide uitsluitingsmechanismen. Ze maken mensen symbolisch onzichtbaar.

Kun je seksisme negeren?

Liesbet Stevens: Ik ga dikwijls joggen in een bos in de buurt van mijn huis, en ik stel vast dat ik dan nooit honderd procent ontspannen ben. Ik blijf alert, screen tegenliggers. Ik ben er zeker van dat mijn man, als hij gaat joggen, niet bezig is met de mogelijkheid dat hij overvallen zou kunnen worden. Dat is wat een seksistische samenleving met je doet: vrouwen passen hun gedrag aan. Je kunt seksisme dus niet negeren.

Dus, nee, we overdrijven niet?

Liesbet Stevens: De huidige commotie rond seksisme is positief. Protestacties als #wijoverdrijvenniet tonen vooral aan dat vrouwen niet meer tolereren dat ze in de publieke ruimte op die manier worden behandeld. Maar nu ze voorbeelden te horen krijgen, aanvaarden ook mannen het niet meer. Ik vind dat een grote vooruitgang. We moeten dus vooral verhalen blijven delen.

Dit artikel verscheen in Feeling van oktober 2015.