Auteur en feministe Naema Tahir: ‘Wat is de kwaliteit van je geloof als je het moet bewijzen met een stuk textiel?’

In ‘Gesluierde vrijheid’ houdt Naema Tahir een betoog over de rol die de hoofddoek zou kunnen spelen in de emancipatie van de moslima’s. De schrijfster is stukken milder dan in vorige boeken, waarin ze aanzette om die hoofddoek af te rukken. Wat is er veranderd?

Naima Tahir ©Liesbet Peremans
Naima Tahir ©Liesbet Peremans

Naema Tahir (44) is niet bang voor controverse: de Brits-Nederlands-Pakistaanse auteur schrijft over hete hangijzers als seksualiteit en gedwongen huwelijken en probeert alle facetten van het moslim-zijn te doorgronden. ‘Ik ben een hybride’, zegt ze van zichzelf. ‘Ik fluctueer tussen traditie en moderniteit. Wat ik vooral niet wil, is vasthouden aan ideeën omdat ik ze ooit heb gedacht. Als mensenrechtenadvocaat vond ik dat de rechten van de moslima’s worden geschonden. Ik was ervan overtuigd dat ze die rechten moesten opeisen. Ik ging ervan uit dat een vrouw die niet kiest voor haar vrijheid gevangen zit, niet geëmancipeerd is. In de afgelopen jaren ben ik gaan beseffen dat moslima’s zich wel bewust zijn van hun rechten, maar ook bewust voor beperkingen zoals de hoofddoek kiezen.’

U schrijft dat we in het Westen een vertekend beeld van moslima’s hebben.

Naema Tahir: ‘De moslima met de hoofddoek wordt geassocieerd met onderdrukking. Maar de grootste groep moslima’s in Europa leeft niet onderdrukt en maakt geen geweld mee. Het zijn de kinderen van gastarbeiders die het iets verder geschopt hebben dan hun ouders. Economisch zijn ze goed geïntegreerd, cultureel niet helemaal. Velen mogen niet zelf kiezen met wie ze trouwen. Er wordt van hen verwacht dat ze zedig en fatsoenlijk zijn, dat ze zich op een bepaalde manier kleden. Dat uit zich in het dragen van een hoofddoek, maar ook in maagd blijven tot het huwelijk.’

Moslima’s dragen de hoofddoek dus om de meest verschillende redenen?

Tahir: ‘Je kunt hem dragen uit piëteit voor God. Daarnaast heb je de sociale reden: om mannen niet in verleiding te brengen. De maatschappelijke druk is ook groot. Aan de hoofddoek wordt de moslimidentiteit gekoppeld. Maar je hebt ook vrouwen die heel contradictorisch een hoofddoek, make-up en een rokje dragen. Een meisje zei ooit dat ze het gewoon een mooi plaatje vindt, en ik heb ook op een vergadering gezeten waar een moslima met een hoofddoek kirde naar de man met wie ze sprak. Ik ben naar haar toegegaan, ik wilde weten waarom ze zo openlijk flirtte terwijl ze toch het symbool van een zedige vrouw droeg. Haar antwoord was: `Stel je voor dat ik geen hoofddoek zou dragen, dan ben ik al mijn grenzen kwijt’.

‘Halal-flirten noemt men dat. Toen ik als tienermeisje in Pakistan woonde, droeg ik ook een hoofddoek. Dat stelde mijn ouders gerust. De boodschap was dat ik kuis was. Maar ik droeg lippenstift, maakte mijn ogen op. Men zag dat door de vingers, want ik droeg de hidjab. Draag je er geen, dan ben je voor veel moslims geen moslima. Dat stelt me teleur, het kan kwalijke gevolgen hebben. Wat is de kwaliteit van je geloof als je het moet bewijzen met een stuk textiel? Dat toont aan dat een meisje met een hoofddoek zich veel meer kan permitteren bij moslims dan ik, die de hoofddoek heb afgelegd.’

Het is veel westerlingen nog steeds onduidelijk of de hoofddoek en de sluier verplicht zijn volgens de Koran.

Tahir: ‘De boerka is dat zeker niet. En ook over de hoofddoek staat nergens letterlijk in de Koran dat je die moet dragen. Er staan wel drie verzengroepen waaruit de verplichting wordt afgeleid. Een ervan suggereert: ‘Als je met een man praat, praat met hem van achter een gordijn’. Het Arabische woord daarvoor is hidjab. Een ander stuk zegt: ‘Als je buiten bent, sla dan iets over je heen om je schoonheid te verbergen’. Maar wat is schoonheid? Is het je uiterlijk, zijn het je enkelbanden, is het je gedrag? Of bedoelt men het symbolisch? Bedoelt men een jas, als formeel kledingstuk?’

Mag ik zo vrij zijn om te vragen of moslimmannen het dan zo moeilijk hebben om zich te beheersen?

Tahir: (lacht) ‘Misschien moeten de moslimmannen zich maar bedekken. Of beter nog, als vrouwen zo veel last hebben van mannen als ze naar buiten gaan, laat die mannen dan binnen blijven. Manvrije vrijdag. Maar dan heb je de poppen aan het dansen. Traditioneel is de buitenwereld van de man en de binnenwereld van de vrouw. De controverse over de hoofddoek gaat niet alleen over de vrouw. De man moet ook van achter een gordijn met haar spreken. Hij moet zijn blik neerslaan als hij een vrouw ziet, en hij moet zijn geslachtsdelen bedekken. Hij moet zich temperen. Alleen nemen mannen het minder nauw met die regels en hebben vrouwen een extra zorg.’

‘Veel moslima’s leiden een dubbelleven. Maar die hypocrisie is net de lijm die beide werelden probeert te verzoenen’

De eigen gemeenschap mag de hoofddoek dan waarderen, in de samenleving blijft het een obstakel.

Tahir: ‘Dat is een van de nadelen. Op dat vlak verliezen moslima’s zich in het collectief dat hen naar zich toetrekt. Ze verbergen hun kracht voor de gemeenschap. Maar misschien accepteren zij dat verlies, of willen ze net daarmee respect afdwingen voor die manier van leven.’

Vroeger zou u gezegd hebben: ‘Ruk die hoofddoek af, breek met de traditie!’

Tahir: ‘Nu zie ik dat je ook diep ongelukkig kunt zijn als je vrij bent. Wat is erger? Bij je familie blijven en miserabel zijn omdat je beperkt bent in je keuzevrijheid? Of losbreken, verstoten en ontvoogd worden, gebukt gaan onder schuldgevoelens omdat je moeder ziek is van verdriet, het contact met de gemeenschap verliezen en niet meer welkom zijn in de moskee? Ik heb het zelf meegemaakt. Mijn ouders hadden me op de late leeftijd van 27 jaar gedwongen verloofd met een Pakistaan. Ik wilde niet, ik had een Nederlandse partner. Dat vonden mijn ouders niet goed, ze hebben me een tijdlang ontvoogd. Dat is gelukkig weer goed gekomen, maar vier jaar lang heb ik zonder mijn Pakistaanse familie in de witte wereld geleefd. Dat ging goed omdat ik werkte als jurist en ik enorm van mijn baan genoot, en omdat de familie van mijn man lief en begripvol is. Maar toch ervoer ik culturele eenzaamheid. En ik voelde me erg schuldig, ondanks het feit dat ik me gesteund wist door de mensenrechten.’

Mag een moslimvrouw niet gelukkig zijn?

Tahir: ‘Moslima’s laten zich beperken omdat hun prioriteit niet hun individuele geluk is, maar dat van de groep. Moslima’s doen erg veel voor het belang van de groep. Als de familie gelukkig is, zijn zij dat ook. Sommigen voelen zich daar goed bij, anderen leggen zich er gewoon bij neer, nog anderen gaan eronder door. Er zullen altijd moslima’s zijn die breken met hun familie en hun hoofddoek met een breed gebaar afleggen, maar dat is een uitzonderlijke groep. Door mijn eigen ervaring, door te lezen over moslims en met hen te praten, weet ik nu dat de meeste moslima’s niet totaal los willen van hun cultuur.’

Veel moslima’s houden er een geheim leven op na, zegt u.

Tahir: ‘De cultuur uit het Oosten is in veel opzichten nog traditioneel, en de westerse cultuur is modern. Die twee staan haaks op elkaar. Moslima’s vinden die moderniteit best interessant, maar ze kiezen eruit wat bij hun leven en wereld past, of ze consumeren stukjes moderniteit zonder dat hun familie daar weet van heeft. Ik ken veel moslima’s die een dubbelleven leiden. In het aangezicht van hun familie handelen ze voorbeeldig. Maar buiten de deur dragen ze andere kleren, hebben een relatie, ik ken er zelfs die samenwonen. Sommigen hebben ook kritiek op hun geloof, maar ze uiten dat niet thuis.’

Is dat niet hypocriet?

Tahir: ‘Vroeger had ik dat ook gezegd. Maar nu zie ik dat de vrouwen die een dubbelleven leiden veel geluk halen uit de band die ze hebben met hun familie. Ze schipperen, ja, maar is dat zo slecht? Ik weet het niet. Die hypocrisie is net de lijm die beide werelden probeert te verzoenen. Ze balanceren tussen twee culturen, en dat maakt hun leven complex. Enerzijds zenden ze een positief signaal door zich niet af te sluiten, anderzijds is de boodschap dat ze het moderne Westen griezelig en gevaarlijk vinden.’

Dat vinden jihadisten ook.

Tahir: ‘De jihadisten en de moslima’s hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben het moeilijk met moderniteit. Maar terwijl de jihadisten gewelddadig reageren, proberen de moslima’s het moderne met de traditie te verzoenen. Omdat de moslima nog veel kan bereiken, is ze interessant. De toekomst van integratie zit volgens mij in de complexiteit van hun levens. Nu de jihad zich in onze straten afspeelt, verandert de integratievraag van karakter. Na 9/11 is erover gepraat, maar het probleem is niet opgelost. Wat gebeurd is, is vreselijk, maar ik denk dat integratie daardoor wel weer op de agenda komt.’

‘Het feminisme van de moslima is dat ze van haar lot haar kracht maakt. En daar is ze trots op’

De aanslagen in Parijs en de gruwelijkheden in Syrië tonen dat zowel bij Oost als West de angst voor en de haat tegen elkaar toeneemt. Hoe schat u de toekomst in?

Tahir: ‘Er staan ons nog heftige tijden te wachten. Je kunt je afvragen waarom de jihadisten het Westen zo haten. Veel moslims die geen jihadisten of IS’ers zijn en nooit geweld zullen gebruiken, vinden ook dat iets in die westerse samenleving te ver gaat en moet gecorrigeerd worden.’

Wat is dat dan?

Tahir: ‘Absolute vrijheid. Waar de vrijheid onbeperkt is, zie je randverschijnselen. Moslims vinden dat er in het Westen te veel seksuele vrijheid is, te veel seksualiteit op jonge leeftijd, te veel consumentisme, te veel losbandigheid. De hele riedel van de conservatieve hoek.’

Het Westen keurt dan weer polygamie, vrouwenbesnijdenis, gedwongen en kindhuwelijken af.

Tahir: ‘Daar heb je absoluut een punt. Al die zaken klaag ik, net als veel andere feministische moslima’s, ook aan. Dat soort zaken verdraagt geen begrip.’

Dus moslims zouden liever minder vrijheden hebben?

Tahir: ‘Vrijheid is altijd begrensd, ook voor westerlingen. Wie trouwt, beperkt zich ook. En velen zeggen niet alles wat ze denken, omdat ze weten dat het hun baan of relatie in gevaar kan brengen. Alleen hebben moslims meer grenzen dan westerlingen. Ze willen niet drinken, althans niet in het openbaar. Ze willen geen seks voor het huwelijk. Ze willen niet te veel individualisme, want ze zien dat veel oude mensen of ongehuwden eenzaam zijn.’

U koos wel voor het individualisme van het Westen.

Tahir: ‘Ik hou van individualisme. Dat maakt een samenleving krachtig. Individualistische mensen hebben meer zelfvertrouwen, dat zie je aan hun houding en in hun ogen. Maar van moslima’s vragen los te breken van hun familie en tradities, is een kille eis. Ook individualisten staan niet los van een groep. Iedereen heeft een familie, of vormt een soort familie met andere mensen. We zijn animaal-sociale wezens. In collectieve culturen is men dat iets meer. Ook in Zuid-Europa zie je dat. Een collega van me, een Spanjaard, is homoseksueel. Hij is jurist, heeft een mooie baan, verdient goed en woont samen met zijn Deense vriend. Maar voor zijn Spaanse familie is hij niet uit de kast gekomen. Hij wil zijn ouders geen pijn doen of choqueren. Dat stukje individualisme zet hij opzij in zijn Spaanse setting. Dat lijkt in brede zin heel erg op de moslimcultuur.’

Men noemt de aanslag op Charlie Hebdo een aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Wat is uw mening?

Tahir: ‘Mark Twain schreef ooit: ‘Freedom of speech is a precious thing, but equally precious is the prudence not to use it’. Ik geloof in vrijheid van meningsuiting, ook als je daarmee iemand beledigt. Dat maakt de samenleving sterk. Of je iemand móét beledigen, is iets anders, maar het moet in ieder geval kunnen, anders heb je Noord-Korea en Syrië. Toch vind ik ook dat wij zelf een individuele correctie mogen toepassen uit beschaving en uit liefde. Obama zei over Terry Jones, de Amerikaanse geestelijke die de Koran in het openbaar verbrandde: ‘Ik hoop dat hij luistert naar betere engelen’. Je kunt het hem niet verbieden, maar je kunt wel vragen om enige zachtheid.’

Vond u die Koranverbranding persoonlijk kwetsend?

Tahir: ‘Ik vroeg me af of dat nu echt móést, maar ik lag er niet van wakker. Veel moslims doen dat wel. De Koran is heilig, die raakt nooit de grond. En dan is er iemand die dat boek verbrandt of door het toilet spoelt? Dat is te veel voor hen. Je mag niet vergeten dat veel moslims nog in een andere tijd leven. Veel ouderen leven op het gebied van kuisheid nog in de 19e eeuw, op het gebied van vrijheid van meningsuiting in de 7de eeuw. Religie, daar mag je niets over zeggen. Vrijheid van meningsuiting confronteert hen op een heel directe manier met de 21ste eeuw. Dat kunnen ze niet aan.’

Vandaar de milde en verzoenende toon in ‘Gesluierde vrijheid’?

Tahir: ‘Daar ben ik inderdaad erg in veranderd. Na 9/11 was het debat explosief. Iedereen die kritiek gaf op moslims, werd op een gouden schaal gezet. Ik was toen in de dertig, nieuw op het publieke forum, en het voelde goed. Ik was gemakkelijk met woorden. Niet met de bedoeling om te kwetsen, maar toch provocatief. Maar steeds vaker vroeg ik me af wat ik met die woorden bereikte. Je krijgt de goedkeuring van een bepaalde groep, maar wel ten koste van de nuance. Nu denk ik vaak: het hoeft niet. Dat maakt schrijven erg lastig. Bij elk woord denk ik, is dit het woord? Is dit de zin? Wil ik dit wel zeggen? Ik wil iets zeggen zonder een polemiek te veroorzaken, dat is moeilijk. Maar het ligt dichter bij wie ik ben. Misschien was ik vroeger harder uit woede, door de combinatie van de gedwongen verloving en de 9/11-rush.’

Werd u ooit bedreigd om wat u zei of schreef?

Tahir: ‘Ik krijg haatmail, ja. Van moslims die me te westers vinden, maar ook van Nederlanders. Ik schreef ooit een column over fatsoen in de media, naar aanleiding van PowNed, een programma waarin een journalist steevast impertinente vragen stelt aan politici. Dan noemt men je een terrorist. ‘Ga maar terug onder het shariabewind leven’. Wat doe je daar aan? Iedereen die deelneemt aan het debat, krijgt weleens haatmail. Zelfs een kok. Zelfs de weerman.’

Hoe voelt u zich daarbij?

Tahir: ‘Vreselijk. Hatelijke opmerkingen komen altijd aan. Toen ik jonger was, dacht ik: het doet me niks. Maar de klap komt toch. Je leest het, je vertrekt naar je werk, en opeens merk je dat je droevig bent.’

Heeft het moederschap iets te maken met uw nieuwe mildheid?

Tahir: ‘Het moederschap dat mild maakt, als dat niet romantisch is (lacht). Heel veel vrouwen zijn moeder, ook Hillary Clinton en Margaret Thatcher. (denkt na) Het is niet zo dat mijn kind er uitkwam en ik veranderde. Met ouder te worden, ben ik standvastiger geworden. Ik heb meer familie en vrienden om me heen gehad de afgelopen jaren. Ik merk dat ik dat leuker vind dan elke dag 14 uur werken. Al doen die hormonen wel iets met je. Ik ben veel emotioneler dan vroeger. Als er iemand afvalt in een kookprogramma, moet ik huilen. Ik krijg nu al tranen in mijn ogen als ik eraan denk. Ik kan ook veel films niet meer zien. Ik kan niet tegen kinderleed, ik kan niet tegen geweld. Vroeger wel. Ik laat mijn man en mijn zus eerst kijken. Dus in zekere zin verandert het moederschap wel iets. Als ik schrijf, denk ik: ‘Dit is het boek dat ik nalaat aan mijn dochter en aan alle kinderen’. Ik wil de waarheid niet verdoezelen, maar ik denk wel na over wat ik zeg, en de vraag of ik daarmee schade aanricht voor de volgende generatie.’

Als ik u goed begrijp, is de Koran progressiever dan de traditie. De Koran kan erg ruim worden geïnterpreteerd, er zijn ook imams die dat doen. Terwijl de traditie conservatief is.

Tahir: ‘Veel moslimfeministes als Amina Wadud en Asma Barlas gaan terug naar de Koran om die op een gendervriendelijke, kindvriendelijke, vrouwvriendelijke en manvriendelijke manier te interpreteren. Al heel lang zijn imams daarmee bezig. Wij kennen dat debat gewoon niet. Als de Koran zegt ‘Sla iets om je heen zodat je gekend wordt’, dan interpreteren moslimfeministes dat als een oproep om op te vallen, om er te staan. Je moet je niet verbergen en onzichtbaar worden, zoals vele traditionele heren dat beweren. Dat betekent dat vrouwen net wél een rol hebben als ze buitenkomen, en geen verleiding zijn voor mannen. De Koran is bijvoorbeeld ook niet tegen interraciale of -religieuze huwelijken.’

‘Als de Koran zegt ‘Sla iets om je heen zodat je gekend wordt’, dan interpreteren moslimfeministes dat als een oproep om op te vallen, om er te staan’

Kunnen we iets van interraciale huwelijken leren?

Tahir: ‘Het is geen fenomeen dat we massaal zullen zien verschijnen. Mensen prefereren binnen de eigen groep te trouwen met mensen die op hen lijken. Maar zo’n gemengd huwelijk is boeiend omdat het niet alleen het koppel is dat de verschillen overbrugt. Ook voor hun families is dat een experiment. Voor het eerst krijgt een Pakistaanse familie een blanke over de vloer, die blijft logeren en met hun vorken eet. Moeten ze die dan wassen, zijn die vorken onrein? Ik hoorde een Pakistaanse moeder met een Vlaamse schoonzoon ooit zeggen dat zij zijn moeder, mocht die ziek zijn, ook zou verzorgen, ook al heeft ze nog nooit het bed van een westerling opgemaakt. Dat is toch ontroerend? Die relaties zijn laboratoria waar men gebruiken mixt en uittest wat werkt. We kunnen er veel van leren. De gedachte is bijvoorbeeld dat het vooral werkt bij liberale koppels. Maar heel vaak zie je dat streng gelovige koppels in hun eigen religie parallellen en openingen vinden om tot elkaar te komen. Bovendien tonen die interraciale of -religieuze relaties dat de islam ook gendervriendelijk kan zijn. De vrouwen die een interraciaal huwelijk aangaan, geloven wel degelijk in gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.’

Door de gesluierde moslima ‘de Simone de Beauvoir met de hoofddoek’ te noemen, zult u best wat feministen boos maken…

Tahir: (lacht) ‘Ik zeg niet onverkort ‘Hoera voor de hoofddoek’. Ik ben nog steeds begaan met mensenrechten. Ik zou willen dat er empowerment komt voor moslima’s, maar een zwart-witbeeld ophangen, helpt niemand. Wat ik wel weet, is dat de hoofddoek voor sommigen helpt om te emanciperen, al zal dat op een andere manier zijn dan het feminisme dat we in het Westen kennen. Dat gaat over vrijheid en gelijkheid. Wie wordt belemmerd in zijn ontplooiing of genot, moet de ketens afwerpen. Voor mij is Simone de Beauvoir het symbool van die strijd. Voor het gros van de moderne moslima’s zijn vrijheid en gelijkheid maar deels een ideaal. Ze willen een opleiding, ze willen werken, maar op het gebied van zorg, relaties, seks en kleding willen ze niet die totale vrijheid. Ik realiseer me dat het idee van emanciperen met de Koran in de hand en de hoofddoek aan door westerse vrouwen moeilijk te aanvaarden is. Maar het feminisme van de moslima is dat ze van haar lot haar kracht maakt, en daar is ze trots op. Ze ziet zichzelf als een rolmodel dat à la carte kiest uit de vrijheden die voorhanden zijn.’

‘Gesluierde vrijheid’ van Naema Tahir verscheen bij Prometheus. Naema Tahir wordt op 8 maart (INTERNATIONALE VROUWENDAG) om 12u geïnterviewd door Pharra de Aguirre op MIND THE BOOK. Www.mindthebook.be, www.desingel.be

Dit artikel verscheen op 18 februari in Feeling.

BIO Naema Tahir (44) werd geboren in Groot-Brittannië, waar haar Pakistaanse ouders zich hadden gevestigd. Toen ze tien was, verhuisde het gezin naar Nederland, waar ze opgroeide als elke andere tiener. Op haar veertiende kwam de volgende cultuurschok: ze werd met haar moeder, broers en zussen naar familie in Pakistan gestuurd en werd ondergedompeld in de streng gelovige moslimcultuur. Geen wonder dat ze zich vervreemd voelde toen ze terugkeerde naar Nederland. Naema ging Rechten studeren, maar had weinig affiniteit met haar medestudenten. Na haar studie vond ze haar plek: tot 2006 werkte ze als mensenrechtenadvocaat voor de Raad van Europa, een job die ze met passie deed. Intussen had ze nog tijd om twee boeken te schrijven: Een moslima ontsluiert (2004) en Kostbaar bezit (2006). Uiteindelijk besloot ze fulltime schrijver te worden.