Antropoloog Rik Pinxten: ‘Het oude kastendenken is terug’

In zijn nieuwe boek Schoon protest roept antropoloog Rik Pinxten de lezer op om de menselijkheid terug te claimen. ‘Noem het romantisch, maar ik heb een menselijke samenleving voor ogen. De markt heeft zich niet te bemoeien met onze fantasieën.’

Rik Pinxten
Rik Pinxten

Het huidige politieke en economische klimaat is reactionair, schrijft Rik Pinxten in Schoon Protest. Dat leidt tot een verschralend mensbeeld, met enkel de economie die nog van tel is. ‘Het is tijd voor verzet’, zegt de emeritus hoogleraar antropologie. ‘We moeten een breed publiek debat opstarten.’

U hebt lang gewacht om dit boek te schrijven. Waarom?

RIK PINXTEN: Omdat het thema complex is. Het zijn verwarrende tijden voor West-Europa, België, Vlaanderen… We denken dat we nog altijd de besten zijn, als mens, als cultuur, als samenleving – de ander moet maar worden zoals wij. Nochtans is ons systeem razendsnel aan het verglijden. Europa is zogenaamd een economische macht, maar is vooral een olifant op lemen poten. En toch blijven we denken dat we de vuurtoren van de wereld zijn.

Kijk naar het onderwijs. Wij denken te weten hoe dat moet, en ons idee van zinvol humanitair werk is: de hele wereld op onze manier scholen. Daar ben ik het niet mee eens. In onze steden maakt bijna 30 procent van de leerlingen zijn school niet af. Dan mag je dat systeem wel eens herzien. Je moet durven te zeggen dat er veel meer mogelijkheden zijn om te onderwijzen, maar zodra je tegen die superieure houding ingaat, bots je op een muur van weerstand.

Intussen wordt de samenleving door de toenemende verstedelijking een steeds meer diverse mix, met alle discussies van dien.

PINXTEN: Uiteraard levert dat cultuurbotsingen op, kijk maar naar het debat over Zwarte Piet. Opmerkelijk is dat er altijd vanuit één groep wordt gedacht: de dominante. De anderen zijn fout, ze zijn primitief. Dat kun je toch niet volhouden? Nochtans zijn niet de minderheden het probleem, maar het maatschappijmodel dat niet inclusief genoeg is.

U wijst daarbij naar het neoliberalisme, dat niet alleen de financiële wereld maar ook de rest van de maatschappij in zijn greep heeft.

PINXTEN: Het neoliberalisme vaart wel bij extreme ongelijkheid. Het stript de mens van alles wat enigszins waardevol en interessant is, namelijk een ethische dimensie, een esthetische dimensie en een politieke dimensie. Alleen de economische dimensie blijft over: de mens is producent en consument. Al de rest, tot onze partnerkeuze toe, wordt voor ons ingevuld door de markt. We wonen in de Brave New World van Aldous Huxley.

‘Vrijheid is een voorrecht van de 1 procent’

U vindt een bondgenoot in de econoom Thomas Piketty.

PINXTEN: Piketty maakt dezelfde analyse als ik, alleen gebruikt hij andere gegevens. Men had de economische crisis van 2008 kunnen aanwenden om na te denken over nieuwe maatschappijmodellen. Dat gebeurde niet, men greep liever terug naar een vaag geïdealiseerd verleden. Volgens de Britse psychiater Theodore Dalrymple is gelijkheid de reden waarom de samenleving slecht functioneert. Hij noemt het feit dat de mens zijn plaats niet meer wil kennen in de hiërarchie de grote oorzaak van de crisis. Het oude kastendenken heeft zich dus opnieuw geïnstalleerd, het rechtendiscours wordt omgedraaid. Vrijheid is een voorrecht van de 1 procent. Wie braaf is, krijgt ook een voorrecht, zoals een auto of telefoon van de firma. Maar gelijkheid voor iedereen? Nee, dat vindt men te duur. Wat is het verschil met de leenheer en de boeren uit de middeleeuwen? Deze evolutie breekt met het verlichtingsconcept van vrijheid, solidariteit en gelijkheid.

De voorbije vijftig, zestig jaar bleek de welvaartsstaat nochtans een succes. Hoe kon het tij zo snel keren?

PINXTEN: Omdat onze cultuur ongelijkheid niet heeft afgestoten maar het onderscheids- en competitiemodel nog verscherpt. Je hebt de betere, kapitaalkrachtige elite, en de mindere mensen die al blij mogen zijn dat ze kunnen leven. Dat is een historisch primitief maatschappelijk model. Dat vind ik alarmerend.

Het argument dat we te horen krijgen is TINA: ‘there is no alternative’.

PINXTEN: Dat is een typisch voorbeeld van rechts denken, TINA houdt ons op onze plaats. Nadat er de voorbije 200 jaar is gevochten voor een beschaving waar zo veel mogelijk mensen een zekere welvaart konden genieten, brengt de economische crisis opnieuw de feodaliteit van de middeleeuwen. En iedereen die een ander denkspoor oppert, wordt weggezet als zonderlinge, irrationele dromer. Maar als je dat TINA-argument kritisch bekijkt, merk je dat het nergens op slaat.

‘Wat houdt ons tegen om een samenlevingsproject te ontwikkelen dat wél stoelt op die basiswaarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit voor iedereen?’

U zegt dat er wel een alternatief is.

PINXTEN: Mijn punt is dat je op eender welk moment opnieuw kunt beginnen. Durf de wereld opnieuw uit te vinden. Wat houdt ons tegen om een samenlevingsproject te ontwikkelen dat wél stoelt op die basiswaarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit voor iedereen? Dat kan als we de neiging om groepen uit te sluiten overwinnen, en uitgaan van een gedeeld algemeen menselijk belang. Verwerp dat wij-zij-denken.

Menselijkheid is geen luxethema, schrijft u.

PINXTEN: De mens zit gevangen in een mensbeeld dat hem werd opgedrongen. In Wij zijn ons brein gaat neuroloog Dick Swaab zo ver dat hij de mens reduceert tot een puur biologisch wezen. Maar wij zíjn ons brein niet, het brein is een instrument, niet het begin en het einde van het verhaal. Een mens is een lerend wezen, hersenen veranderen een heel leven lang. Toch wordt dat biologisch determinisme algemeen aanvaard, en dat kan verregaande gevolgen hebben. Kijk maar naar de zogenaamde rassentheorie van de jaren dertig.

In Schoon protest reikt u een maatschappijmodel aan dat rekening houdt met complexiteit.

PINXTEN: Niemand die eraan denkt om de samenleving te zien als intrinsiek gemengd, niemand die eraan denkt om diversiteit als een pluspunt te beschouwen in plaats van een uniforme samenleving af te dwingen. Noem het romantisch, maar ik heb een ‘menselijke’ samenleving voor ogen. We moeten de menselijkheid terugclaimen. De markt heeft zich niet te bemoeien met onze fantasieën. De vraag is hoe we de complexiteit van de mens, met al zijn tegenstrijdigheden, slordigheden en incoherenties, zo ver mogelijk kunnen meenemen, in plaats van hem te reduceren tot een goed draaiende machine.

U richt zich tot individuen en kleine groepen, en roept op om ons niet te laten intimideren door de logge macrostructuren.

PINXTEN: Verandering komt van onderuit, het is nooit anders geweest. De burger moet zelf meer in handen nemen. De kennis is beschikbaar. In landen waar steeds meer mensen uit de boot vallen, ontstaan bijvoorbeeld coöperatieven. Die kleine economieën blijken te werken. Hetzelfde zou je kunnen doen met onderwijs, met gezondheidszorg, of met alternatieve energie. De bewijzen dat het kan, zijn er. In Duitsland schakelen ze met succes over naar zonne- en windenergie. Ze hebben zelfs al overschotten die ze kunnen doorverkopen, en dat na drie of vier jaar. Dus hoezó, niets kan nog en we moeten minderen? Alles kan. Er ligt een volledig veld open. Begin eraan. Het zal toch moeten, de rest is verlies van tijd en energie. De fossiele brandstof is nagenoeg op.

Ook in de ouderenzorg kan het anders. Moedig ouderen toch aan om zo lang mogelijk zelf hun leven in te vullen, in plaats van ze vanaf 50 jaar voor te bereiden op het rusthuis. Je zou het ook zo kunnen organiseren dat ze iets kunnen blijven betekenen voor anderen in plaats van ze weg te stoppen. Aan de ene kant heb je gepensioneerden die niets mogen doen, aan de andere kant tweeverdieners die tijd te kort komen en verdrinken in de combinatie werk-gezin. Waarom zou je geen flexibeler statuut bedenken?

‘De mensheid is interdependent. Dat we wereldwijd met elkaar verbonden zijn, wordt met de dag duidelijker’

Ondanks de kritiek op de neoliberale samenleving wilde u een positief boek schrijven. U gelooft in de mensheid.

PINXTEN: De mensheid is interdependent. Dat we wereldwijd met elkaar verbonden zijn, wordt met de dag duidelijker – kijk maar naar ebola. Onder jongeren groeit dat besef. De babyboomgeneratie dacht nog dat er een uitweg was naar andere planeten, maar deze generatie weet: als het om zeep is, is het écht met ons gedaan. Als we er niets aan doen, stikken we allemaal. Egoïsme is dus geen optie, voorrechten zijn niet nuttig als je samen stikt. De hoofdwaarde bij die onderlinge afhankelijkheid is dat we als ‘wij’ gaan denken. Nationalisme wordt bijgevolg secundair. Het kan niet het uitgangspunt zijn van eender welke beslissing. Als je die basisafspraken hanteert, kan het niet anders dan andere discussies opleveren.

Schoon protest van Rik Pinxten werd uitgegeven bij Epo.

Dit artikel verscheen op 26 november 2014 in Knack.