Ethica Sigrid Sterckx: ‘Ik aanvaard geen onverschilligheid’

‘Wanneer ben je een goed mens?’, ‘Wanneer moet je iemand vergeven?’. Over deze en andere levensvragen buigt professor Ethiek Sigrid Sterckx (UGent) zich. Maar het blijft niet bij theorie, engagement is belangrijk. ‘Je betrokken voelen met de samenleving, is een morele plicht’.

Sigrid Sterckx ©Liesbeth Peremans
Sigrid Sterckx ©Liesbeth Peremans

Toen professor Etienne Vermeersch haar in een uitzending van Reyers Laat naar aanleiding van zijn 80e verjaardag als een van zijn opvolgers noemde, glom Sigrid Sterckx van trots en ontroering. In 2000 promoveerde ze onder supervisie van Vermeersch en Freddy Mortier met een proefschrift over de ethische kant van patentrecht op biotechnologische uitvindingen zoals genetisch gemodificeerde planten en dieren. Sinds 2005 is ze als professor Ethiek verbonden aan de Gentse Universiteit, waar ze Theoretische en Toegepaste Ethiek doceert, en intussen ook Politieke Filosofie. Ze confronteert haar studenten met pertinente levensvragen als ‘Hoe moet ik leven?’, ‘Hoe kijk je best naar problemen op grotere schaal?’, ‘Hoe kijk je naar de omgang tussen mens en dier?’ en ‘Hoe is het gesteld met de globale rechtvaardigheid?’.

In oktober 2013 nam Sterckx een standpunt in in de kwestie Frank Van Den Bleeken, de geïnterneerde man (voor zedenfeiten en moord, red.) die euthanasie had gevraagd. Die aanvraag werd intussen afgewezen. Maar, waarschuwt Sterckx, ‘Van Den Bleeken is geen geïsoleerd geval. Ik heb drie jaar vakantiewerk gedaan in een bejaardentehuis, ik heb genoeg gezien hoe sommige mensen levensmoe worden omdat hun familie niet meer naar hen omkijkt. De bedoeling van euthanasie is om mensen te helpen die door ziekte of ongeval ondraaglijk lijden, niet voor mensen die ziek zijn en hulp willen, maar die men niet helpt, zoals Frank Van Den Bleeken, of mensen die ondraaglijk lijden omdat ze vereenzaamd zijn. Dit heeft niets te maken met het in vraag stellen van het belang van zelfbeschikkingsrecht. Als het lijden ondraaglijk wordt door omstandigheden die perfect te vermijden zijn als we het ons wat meer zouden aantrekken, en de enige oplossing die we nog kunnen bieden, is een spuitje: is dat niet verschrikkelijk? Daarvoor dient die euthanasiewet niet. Vereenzaming is geen ongeneeslijke ziekte, maar het gevolg van maatschappelijke onverschilligheid. Onze samenleving is op dat vlak hard aan het veranderen.’

‘Je kunt inderdaad niet alles oplossen, maar je kunt wel proberen de morele lat zo hoog mogelijk te leggen’

Een van uw stokpaardjes is patentrecht.

Sigrid Sterckx: Dat de overheid tijdelijke monopolies geeft aan bedrijven, universiteiten of individuen in ruil voor de bijdrage die ze aan de maatschappij leveren via een uitvinding, is logisch. In de praktijk zie je echter dat de patentwet vaak met voeten wordt getreden. Je kunt daar verzet tegen aantekenen, zo stelde ik me vorig jaar voor het eerst tegenpartij gesteld tegen een patent van de universiteit van Stanford. Daar is een methode ontwikkeld om de levensvatbaarheid van menselijke embryo’s beter in te schatten: zo kan men beslissen welke ivf-embryo’s men vernietigt en welke men inplant. Stanford heeft ook in Europa een patent gevraagd en gekregen voor die methode. Als dat overeind blijft, zou elke arts die in die sector werkt verplicht kunnen worden royalty’s te betalen aan de universiteit van Stanford. Dan zou bijna de hele subsidie die de Belgische overheid geeft per ivf-cyclus worden opgebruikt aan het uitvoeren van die methode alleen, los van alle labotesten en andere ivf-kosten Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Vorig jaar veroorzaakte u ophef in de VS, toen u erop wees dat een bedrijf dat zijn klanten designerbaby’s beloofde, niet eerlijk was tegenover hen.

Sterckx: Die zaak ging over een patent op een methode om, via genetische testen van de ouders, de kleur van de ogen van een kind te kiezen, en nog een rist andere kenmerken, waaronder karaktereigenschappen. Naar hun klanten presenteerde dat bedrijf zich als altruïstisch. Interessant om te weten is echter dat dat bedrijf ook een patent had genomen op een gen voor de ziekte van Parkinson. Zeggen dat je voor het maatschappelijk goed werkt, terwijl je intussen de stalen die je krijgt van je klanten analyseert tot je een gensequentie vindt die je dan snel indient bij het patentbureau: daar heb ik een probleem mee.

Is de ethische kwestie waar mensen van wakker liggen niet wat er gebeurt als zo’n designerbaby `mislukt’ of niet aan de verwachtingen beantwoordt?

Sterckx: Nog in geen duizend jaar weet men vandaag hoe men een baby moet designen in de mate die dat bedrijf beweerde, maar stel dat men het wel weet, dan kun je daar terecht vraagtekens bij plaatsen. Welk soort maatschappij krijg je als je die weg inslaat? Valt het dan nog te verbazen dat ouders hun kinderen niet meer aanvaarden zoals ze zijn? Het idee dat je aan bepaalde karakteristieken moet voldoen om iets waard te zijn als mens, ik ben het daar niet mee eens.

Wat is uw standpunt over het transhumanisme, het willen creëren van supermensen?

Sterckx: Dat is intellectuele masturbatie. Ik kan niet begrijpen dat er zo veel mensen zijn die vinden dat dat een recht is. Maak maar eens wijs aan mensen in ontwikkelingslanden, die niet eens toegang hebben tot fatsoenlijke gezondheidszorg, dat onze debatten over de creatie van supermensen gaan: dat is toch waanzin? Voorstanders van het transhumanisme krijgen een platform in allerlei tijdschriften, en wat ze vertellen, klinkt sensationeel, maar waarom zouden sommigen het recht hebben op bovenmenselijke vermogens? We moeten ons bezighouden met de echte maatschappelijke problemen. Als we die hebben opgelost, dan kunnen we eens een intellectueel boompje over transhumanisme opzetten.

‘Ik heb nog nooit een vrouw ontmoet die zegt dat ze blij is omdat ze niet alleen op straat mag’

Overkomt het u weleens dat uw overtuigingen door een bepaalde situatie in strijd zijn met elkaar?

Sterckx: Niemand ontkomt aan morele dilemma’s. Je kunt bijna niet iets doen zonder op hetzelfde moment iets níét te doen wat ook waardevol is. Maar toch wil dat niet zeggen dat je moet wanhopen. Soms denken mensen dat je maar beter niets weet over wantoestanden zoals orgaanhandel, omdat je dat probleem niet kunt oplossen. Je kunt inderdaad niet alles oplossen, maar je kunt wel proberen de morele lat zo hoog mogelijk te leggen. Ik merk dat weinig studenten bijvoorbeeld nog een uitspraak durven te doen over onrechtvaardigheid. Als een vrouw een nier verkoopt om haar kinderen te laten studeren, noemen sommigen dat een eigen vrije keuze. Maar wat is dat? Soms noemt men het feit dat er twee mogelijkheden zijn al voldoende voor een vrije keuze. Maar wat als de andere mogelijkheid bijvoorbeeld is om het kind te verkopen? Kun je dan ook spreken van keuze? Met zo’n redenering keuzevrijheid inroepen bij zaken als orgaanhandel of genitale verminking, ik noem dat onverschilligheid, en ik vind het onaanvaardbaar. Op die manier kiest men ervoor om steeds vaker de dingen op hun beloop te laten. Nog zo’n excuus is dat de Universele Rechten van de Mens volgens sommigen een westers concept is dat niet opgaat voor niet-westerse culturen. Onzin!

Hoe weet u dat zo zeker?

Sterckx: Het eerste ontwikkelingsland waar ik naartoe reisde was Bangladesh. Dat is intussen twaalf jaar geleden en nog ben ik daar niet goed van. Als je daar al die vrouwen ziet die verminkt werden met zuur omdat ze met een man hadden gepraat, of een andere zogezegd oneervolle handeling hadden gesteld… Als ik in sommige ontwikkelingslanden praat met vrouwen, merk ik dat ze identiek dezelfde bekommernissen en gevoelens hebben als wij. Ik heb daar nog nooit een vrouw ontmoet die zegt dat ze blij is omdat ze niet alleen op straat mag, omdat ze als een tweederangsburger wordt behandeld. Als je enkel met vrouwen onder elkaar praat, merk je dat de morele verontwaardiging groot is. Dat soort problemen relativeren, is in mijn ogen vooral een vorm van gemaskeerde desinteresse. Ik word daar erg kwaad van. Laat mensen maar hun tradities volgen, laat ze maar wegrotten in hun getto, allemaal in de naam van respect en verdraagzaamheid. Dat is wat ik zie in Groot-Brittannië, waar ik heel vaak ben omdat ik met een Brit ben getrouwd. Maar het wordt steeds moeilijker om dat aan de kaak te stellen. Men beschuldigt je meteen van intolerantie.

De eeuwige vraag over wat goed is en wat slecht, is dat voor u ook een spirituele kwestie?

Sterckx: Proberen om een zo goed mogelijk leven te leiden, is wat mij betreft een ethisch project, geen spiritueel. De vraag tot hoeveel weken zwangerschap abortus mag worden uitgevoerd, welk soort mens een goed mens is, wanneer je iemand moet vergeven, wanneer iemand kan worden ontslagen van zijn morele plichten, dat zijn inderdaad grote levensvragen, maar het blijven  ethische vragen. Moraal vertrekt van het idee dat er betere en slechtere keuzes zijn, en ethisch leven gaat sowieso gepaard met het maken van bepaalde offers. Dat betekent je eigenbelang voor een stuk tussen haakjes zetten en proberen niet te bevooroordeeld te zijn. Je moet je durven af te vragen waarom je iets doet. Je eigen gedrag in vraag stellen is een interessant proces. Waarom ben je getrouwd, waarom met die persoon? Waarom doe je die job? Waarom heb je al dan niet kinderen? Ethiek in je dagelijks leven brengen, is stilstaan en je leven onder de loep nemen, zonder dat het psychologie wordt. Het gaat niet om puur zelfonderzoek, maar over een vraag in een bredere context plaatsen.

‘Je kunt kiezen tussen niets doen, of het verschil helpen maken.

Dat hoeven daarom geen grootse daden te zijn’

Weet u nog waarom u als student voor deze studierichting hebt gekozen?

Sterckx: Volgens de adviezen van de pedagogische studiebegeleiding had ik voor burgerlijk ingenieur moeten gaan. Ik was inderdaad goed in wiskunde, maar ik vond dat niet meteen iets voor mij. Ik heb tot het laatste moment getwijfeld tussen Geneeskunde en Moraalwetenschappen. Ik wilde graag wetenschappelijk onderzoek doen, maar die kans is in de geneeskunde enkel weggelegd voor mensen die grote onderscheidingen halen. Dat vond ik een te grote gok. Mijn moeder heeft aan de Gentse universiteit Moraalwetenschappen gestudeerd, ze behoorde tot de eerste lichting van 1963. Ze heeft haar studies stopgezet nadat ze in de gevangenis belandde, omdat ze tijdens een antimilitaristische demonstratie zogezegd eigendommen van de staat had beschadigd. Maar de verhalen die ze vertelde over de boeiende figuren die daar lesgaven, zoals Jaap Kruithof, Etienne Vermeersch en Leo Apostel, intrigeerden me. Ik wilde ook graag iets doen waar ik mijn maatschappelijk engagement kon inleggen. Bij nader inzien is het wellicht niet door professor aan de universiteit te zijn dat je iets aan de maatschappij verandert. Maar met wat ik ernaast met wisselend succes probeer te doen, hopelijk wel. Ik heb de boeiendste job ter wereld, ik ben elke dag dankbaar dat ik dit mag doen.

Ik vind je engageren voor de samenleving bijna een sociale plicht. Dat klinkt extreem, maar in onze samenleving zijn er maar weinig mensen die het excuus kunnen inroepen dat ze zich niets kunnen aantrekken van de miserie van anderen. Je kunt kiezen tussen niets doen, of het verschil helpen maken. Dat hoeven daarom geen grootse daden te zijn. Niet iedereen moet voor een ngo in Afrika gaan werken. Inspringen om de kinderen van je vriendin op te vangen omdat zij problemen heeft met haar man, ook dat is je verbonden voelen met het leed van een ander.

‘Ik heb geen kind. Het is perfect mogelijk dat ik daar over tien jaar spijt van heb, maar dat is het leven’

Uit welk milieu komt u?

Sterckx: Ik ben geboren in Gent, maar toen mijn tweelingbroer en ik anderhalf jaar oud waren, zijn we verhuisd naar Halle, waar mijn moeder vandaan kwam. Mijn ouders zijn sterke mensen, ik heb heel veel respect voor hen. Mijn moeder is gestopt met werken toen wij werden geboren. Mijn vader is nu met pensioen, maar had lang een hoge functie bij cosmeticafabrikant Beiersdorf. Op zijn vijftigste werd hij omwille van reorganisatie ontslagen, net in het jaar dat mijn tweelingbroer en ik aan ons eerste jaar aan de universiteit waren begonnen. Dat was een nachtmerrie, maar hij nam de draad weer op, zocht en vond ander werk, en bleef doorwerken tot hij vijfenzestig was. Het was niet altijd gemakkelijk, maar hij nam zijn verantwoordelijkheid en gaf ons de kans om verder te studeren.

Ik kom uit een liefdevol nest, mijn ouders zien elkaar erg graag en tonen dat ook. Ze hebben hun tegenslagen gehad, maar werkten zich daar altijd door. Daar haal ik veel kracht uit voor mijn eigen leven. Mijn ouders zijn rolmodellen: zowel in het opnemen van verantwoordelijkheid naar anderen, als in het laten zien hoe mooi en sterk een huwelijk kan zijn. Kiezen voor elkaar in goede en slechte dagen, ook als dat moeilijk is omdat bijvoorbeeld gezondheidsproblemen hun tol eisen. Voor die mentale energie ben ik hen ongelooflijk dankbaar.

U groeide op in de jaren 80. De tijd van Madonna, maar ook de periode waarin activisme populair was. Jongeren droegen T-shirts van Greenpeace met slogans als `No Time To Waste’, en initiatieven als Band Aid en Live Aid. Was u toen ook al ontvankelijk voor het leed van anderen?

Ja, door de invloed van mijn moeder. Je krijgt dat volgens mij voor een deel van thuis uit mee. Band Aid was fantastisch, natuurlijk. We konden dat allemaal meezingen. Ik herinner me nog dat er in de videoclip beelden waren verwerkt van uitgemergelde kinderen met vliegen op hun ogen, ik was daar ondersteboven van. Ondraaglijk vond ik dat. Hoe meer ik te weten kwam over de toestand in de ontwikkelingslanden, hoe sterker dat gevoel toenam.

U hebt geen kinderen. Is dat een bewuste keuze?

Ja. Ik werk veel, en ik doe mijn werk zo graag dat ik me afvraag hoe ik tijd zou vinden voor een kind. Bovendien had ik een fantastisch voorbeeld. Mijn moeder was er altijd voor ons en dat is dan ook mijn beeld van een moeder. Ik ben er zeker van dat, mocht ik moeder worden, ik niet zou kunnen blijven werken op de manier waarop ik nu werk. Hoewel ik collega’s en vriendinnen heb die hun carrière en kinderen op een fantastische manier combineren, heb ik een beeld van het moederschap dat niet cumuleerbaar is met een carrière. Ik zou enorm veel moeten terugschroeven, zo niet zou ik me een slechte moeder voelen. Ik vraag me af of ik dat mijn kind niet kwalijk zou nemen. Het is perfect mogelijk dat ik over tien of vijftien jaar spijt zal hebben van die keuze. Maar dat is het leven. Kiezen is altijd verliezen.

Dit interview verscheen in de reeks Baanbrekers in Feeling van 22 oktober 2014.